28. a) Een man, die zijnen geest niet wederhouden kan, zijne hartstochten en begeerlijkheden niet weet te bedwingen, is in gevaar in allerlei zonde en dwaling hulpeloos te vervallen, zo als ene opengebroken stad zonder muur, die door den zwaksten vijand in bedwang kan gehouden worden.
a) Spreuken 16:32.
Heeft echter de wijze enen hogeren geest ontvangen, zo geldt toch voor hem dezelfde regel, en onze Spreukenuk duidt reeds aan, dat de ware geestelijke mens den geest, die in hem is, met bedachtzame gematigdheid wederhouden moet, omdat hij daardoor alleen zijne kracht en vastheid bewaren kan (1 Corinthiërs 14:32). Altijd eerst onderzoeken, dan onderwijzen-en ook dit slechts gepast en met wijsheid; altijd weer wachten en laten rijpen, dan werken en vrucht voortbrengen. Elk voorbarig en eigenwillig gedrag maakt een bres in de muur, waardoor de vijand binnendringt! Veeleer moeten wij als koningen Gods heersen, overwinnen, veroveren, overal inbreken, waar de leugen en de zonde heerst. Als wij zien, dat de zondaren niets minder dan door zelfbeheersing krachtige helden zijn, -dan willen wij toch uit de waarschuwing van ons den troost halen, dat wij sterker zijn dan zij, en de overhand over hen kunnen verkrijgen.