1. De a) mens heeft onderscheidene schikkingen des harten, dan deze, dan gene, en meent alles te kunnen zeggen, wat hij wil; maar het staat niet in zijne eigende macht om te doen en te spreken, wat hij wil; want het antwoord der tong is van den HEERE. Zo zelfs de gedachten zulk ene gedaante aannemen, als de Heere goed vindt, hoe veel te meer staat iedere schrede tot verdere uitvoering van `s mensen plannen onder Gods besturing (
Numeri 22:18,
35).
a) Vers 9. Spreuken 19:21; 20:24. Jeremia 10:23.
1) Het is een zaak, op ervaring gegrond, waarvan de prediker, de redenaar, de schrijver en ieder mens aan wie beroep of ambtsbezigheid een zeer zwaar onderwerp opgeven, op zich zelven de proef kan nemen. Dan jagen de gedachten in het binnenste door elkaar, men beproeft het nu eens zo dan weer anders, de toestand van het hart gelijkt de chaos vóór de schepping. Wanneer men echter eindelijk de rechte gedachte en voor zich de rechte oplossing gevonden heeft, zo verschijnt ons het gevoelen, niet als zelf gewerkt, maar als gegeven. Wij staan, met het gevoel, dat een Hogere macht in ons denken en vormen van gedachten ingegrepen heeft; de belijdenis: onze bekwaamheid is van God (2 Corinthiërs 3:5) is ons, voor zover wij geloven in een levenden God, onafwijsbaar..
De Schrift leert hier duidelijk, dat, ja de mens een vrijheid van denken heeft, van ontwerpen en besluiten, maar dat hij in den grond der zaak niets kan uitvoeren dan wat God wil, dat hij derhalve wat het ten uitvoer leggen, van hetgeen hij besluit, onder een Hogere macht staat. Bileam ging uit om te vloeken en moest zegenen.