Spreuken 27:1
1. Hier is een waarschuwing tegen vertrouwen op de toekomst. Beroem u niet, neen, niet op de dag van morgen, en veel minder nog op vele toekomstige dagen of jaren. Dit verbiedt geen bereiden voor de dag van morgen, maar vertrouwen op de dag van morgen. Wij moeten ons niet vleien dat ons leven en onze genietingen tot morgen zullen duren, maar er van spreken met onderworpenheid aan de wil van God, en als degenen, die daarvan om goede redenen in onzekerheid gehouden zijn. Wij moeten niet bezorgd zijn tegen de morgen, Mattheus 6:34, maar onze zorg daaromtrent op God werpen zie Jakobus 4:13-15. Wij moeten het grote werk van de bekering, dat een nodige, niet uitstellen tot morgen, alsof wij er zeker van waren maar heden, terwijl het nog heden genoemd wordt, Gods stem horen.
2. Een goede overweging waarop die waarschuwing gegrond is: Wij weten niet wat de dag zal baren, welke gebeurtenis de zwangere schoot des tijds zal voortbrengen, dit is een geheim totdat zij geboren is, Prediker 11:5. Binnen korte tijd kunnen aanmerkelijke veranderingen ontstaan, die wij ons weinig voorstellen, wij weten niet wat de dag van heden nog zal opleveren, de avond zal het verklaren. God heeft ons wijselijk in het duister gelaten omtrent toekomstige gebeurtenissen, en er zich de kennis van voorbehouden, als een parel aan Zijn kroon, teneinde ons op te voeden in afhankelijkheid van Hem, en een gedurig voorbereid zijn op alle gebeurtenissen, Handelingen 1:7.