Jesaja 42:1-4
Wij zijn er zeker van dat deze verzen verstaan moeten worden van Christus, want de Evangelist zegt ons uitdrukkelijk, dat deze profetie in Hem vervuld is geworden, Mattheus 12:17-21. Zie met het oog van het geloof, zie en merk op, zie en bewonder Mijn knecht die Ik ondersteun. Laat de Oud-Testamentische heiligen zien en Hem verwachten, laat de Nieuw- Testamentische heiligen zien en Hem gedenken. Wat nu moeten wij nopens Hem zien en overwegen?
1. Des Vaders belangstelling in Hem en betrekking tot Hem, het vertrouwen, dat Hij in Hem stelde, en het welbehagen, dat Hij in Hem had, dit legde eer op Hem, maakte Hem meer dan iets anders merkwaardig, vers 1.
a. God erkent Hem als enen, die door Hem gebruikt wordt, Hij is Mijn knecht. Hoewel Hij een Zoon was, heeft Hij toch als Middelaar de gestalte van een dienstknecht aangenomen, heeft Hij gehoorzaamheid geleerd aan de wil van God en haar beoefend en zich ten koste gegeven om de belangen van het koninkrijk Gods te bevorderen, en aldus is Hij Gods dienstknecht.
b. Als één, die door Hem was verkoren: Hij is Mijn uitverkorene, Hij heeft zich niet ingedrongen in de dienst, maar was door God geroepen en verkoren als de geschiktste persoon ervoor. De oneindige wijsheid deed de keuze, en heeft haar toen erkend.
c. Als één in wie Hij vertrouwen stelde, Hij is Mijn knecht, op wie Ik steun, zo lezen het sommigen. De Vader stelde een vertrouwen in Hem, dat Hij zou doorgaan met Zijn onderneming, en in dat vertrouwen heeft Hij vele zielen tot de heerlijkheid gebracht. Het was een grote, belangrijke zaak, die de Vader aan de Zoon heeft toevertrouwd, maar Hij wist dat Hij er voor berekend was, dat Hij beide bekwaam en getrouw was.
d. Als één voor wie Hij zorg droeg. Hij is Mijn knecht die Ik ondersteun, zo lezen wij de tekst. De Vader hield Hem staande en hielp Hem door in Zijn onderneming, beide zaken waren begrepen in Zijn ondersteunen van Hem, Hij stond Hem bij en bekrachtigde Hem.
e. Als één in wie Hij een welbehagen had, Mijn uitverkorene, in wie Mijn ziel een welbehagen heeft. Zijn verlustiging was in Hem van eeuwigheid af, toen Hij een troetelkind bij Hem was, Spreuken 8-30. Hij smaakte een bijzondere voldoening in Zijn onderneming, Hij verklaarde dat Hij een welbehagen in Hem had, Mattheus 3:17, 17:5 en Hij had Hem lief omdat Hij Zijn leven heeft gegeven voor de schapen. Laat onze ziel zich verlustigen in Christus, op Hem steunen, in Hem zich verblijden, en laat ons aldus met Hem verenigd zijn, en dan zal om Zijnentwil de Vader een welbehagen hebben in ons.
2. Zijn bekwaammaking voor dit ambt. "De Geest des Heeren is op mij, om Hem in staat te stellen om zijn onderneming te volvoeren, Hoofdstuk 61, 1, de Geest kwam niet slechts op Hem, maar bleef, rustte op Hem Hoofdstuk 11:2, niet met mate, zoals op andere dienstknechten Gods maar zonder mate. Gelijk God hen, die Hij ais Zijn dienstknechten gebruikt, zal ondersteunen, en gelijk Hij een welbehagen in hen heeft, zo zal Hij ook Zijn Geest op hen geven.
3. Het werk waartoe Hij is aangesteld: het is om de heidenen het recht voort te brengen dat is: om in oneindige wijsheid, heiligheid en rechtvaardigheid een Godsdienst in de wereld op te richten, onder de banden waarvan de heidenen komen zouden, en waarvan zij de zegeningen zullen smaken. De rechten des Heeren, die voor de heidenen verborgen waren, Psalm 142:20, is Hij de heidenen komen voortbrengen, want Hij moest een licht zijn tot verlichting van de heidenen.
4. De zachtmoedigheid en tederheid, waarmee Hij Zijn onderneming zal volbrengen, vers 2, 3. Hij zal er mee voortgaan:
a. In stilte en zonder gedruis. Hij zal niet twisten, niet schreeuwen. Er zal niet geroepen worden: Zie, hier is de Christus, en zie, Hij is daar, zoals wanneer grote vorsten ergens voorbij rijden, of ergens een openbaren intocht houder. Er zal niet op de trompet voor Hem worden geblazen, Hij zal niet door een luidruchtig gevolg vergezeld worden. Met de tegenstand, die Hij ontmoet, zal Hij niet twisten, maar het tegenspreken van de zondaren geduldig verdragen , Zijn koninkrijk is geestelijk, en daarom zijn zijn wapenen niet vleselijk, noch is zijn uiterlijk aanzien prachtig of glansrijk, het komt niet met uiterlijk gelaat.
b. Zacht en zonder harde strengheid. Met hen, die goddeloos zijn, zal Hij geduldig wezen, als Hij begonnen heeft hen te verpletteren, zodat zij als een gekrookt riet zijn, dan zal Hij hun nog tijd geven om zich te bekeren, en hen niet terstond verbreken, hoewel zij zeer hinderlijk zijn als rokend vlas Hoofdstuk 65:5, zal Hij hen toch verdragen zoals Hij Jeruzalem verdragen heeft. Voor hen, die zwak zijn, zal Hij teder wezen, hen, die slechts weinig leven, weinig warmte hebben, die zwak zijn als een riet, gedrukt door twijfel en vrees, als een gekrookt riet, die als rokend vlas zijn, als de pit van een kaars, die pas aangestoken is, en op het punt is van weer uit te gaan, zal Hij niet verachten, Hij zal niet tegen hen pleiten met Zijn grote kracht en macht, hun niet meer werk en niet meer lijden opleggen dan zij kunnen dragen, hetgeen hen zou verbreken en uitblussen, maar genadiglijk bedenken wat maaksel zij zijn. Er is hier meer bedoeld dan uitgedrukt, Hij zal het gekrookte riet niet verbreken, maar het versterken, opdat het worde als een cederboom in de voorhoven onzes Gods. Hij zal de rokende vlaswiek niet uitblussen, maar haar aanblussen tot een vlam. Jezus Christus is zeer teder jegens hen, die ware genade hebben, hoewel zij er nog zwak in zijn en Hij neemt de gewilligheid aan van de geest, en vergeeft de zwakheid van het vlees.
5. De moed en de standvastigheid, waarmee Hij volharden zal in deze onderneming zodat Hij ten slotte zijn doel zal bereiken vers 4. Hij zal niet falen, en niet ontmoedigd worden hoewel Hij zwaar werk te doen heeft en veel tegenstand ontmoet, en voorziet hoe ondankbaar de wereld zal zijn, gaat Hij toch voort met Zijn deel van het werk, totdat Hij in staat zal zijn om te zeggen: Het is volbracht, en Hij stelt Zijn apostelen en dienstknechten in staat om ook voort te gaan met het hun zonder te falen of ontmoedigd te worden, totdat ook zij hun getuigenis voleindigd hebben. En aldus volbrengt Hij wat Hij op zich genomen heeft.
a. Met waarheid zal Hij het recht voortbrengen. een lange reeks van wonderen en ten laatste door Zijn opstanding zal Hij de waarheid van Zijn leer bewijzen, en de Goddelijke oorsprong en het Goddelijk gezag van die heilige Godsdienst, die Hij gevestigd heeft.
b. Hij bestelt het recht op de aarde, Hij richt Zijn regering op in de wereld, een kerk voor zich onder de mensen, Hij hervormt de wereld, en door de kracht van Zijn Evangelie en Zijn genade legt Hij zulke beginselen in het hart van de mensen, als strekken kunnen om hen wijs en rechtvaardig te maken. c. De eilanden van de heidenen zullen naar Zijn leer wachten, naar zijn Evangelie wachten het welkom heten, alsof het iets was, dat zij hang hadden verwacht. Zij zullen Zijn discipelen worden, zullen neerzitten aan Zijn voeten, en bereid zijn om de wet uit Zijn mond te ontvangen. Wat wilt Gij dat wij doen zullen?