Jesaja 10:20-23
De profeet had gezegd, vers 12, dat de Heer een einde zal maken van al Zijn werk op de berg Zion en te Jeruzalem, door Sanheribs inval in het land, nu wordt ons hier gezegd wat dat werk wezen zal, het zal een tweeledig werk zijn.
1. De bekering van sommigen, aan wie deze beschikking van Gods voorzienigheid geheiligd zal worden, en die de vreedzame vrucht van de gerechtigheid zal voortbrengen, hoewel zij voor het tegenwoordige geen zaak van vreugde maar van droefheid was, deze zijn slechts een overblijfsel, vers 22, het overblijfsel Israëls, vers 20 het overblijfsel Jakobs, vers 21, slechts zeer weinigen in vergelijking met het grote getal van het volk Israël, dat als het zand van de zee was. Bekeringswerk wordt slechts op een overblijfsel gewrocht dat onderscheiden wordt van de overigen en voor God wordt afgezonderd. Als wij zien hoe volkrijk Israël is, hoe talrijk de leden zijn van de zichtbare kerk, als het zand van de zee, en bedenken dat van deze toch slechts een overblijfsel wordt behouden, dat van de velen, die geroepen zijn, er slechts weinigen zijn uitverkoren, dan voorzeker zullen wij streden om in te gaan door de enge poort, en vrezen dat wij schijnen achtergebleven te zijn. Het overblijfsel van Israël wordt gezegd dezulken te wezen, die van het huis Jakobs zijn ontkomen, dezulken die ontkomen zijn aan het bederf van het huis Jakobs en in een tijd van algemene afval aan hun oprechtheid hebben vastgehouden, en dat was een heerlijke ontkoming. En daarom ontkomen zij ook aan de verwoesting van dat huis en zullen zij in tijden van algemene rampen veilig bewaard worden, en ook dat zal een heerlijke ontkoming zijn, maar die als ternauwernood zal wezen. Hun ziel, dat is hun leven zal hun tot een buit gegeven worden, Jeremia 45:5. De rechtvaardigen zullen nauwelijks behouden worden.
A. Dit overblijfsel nu zal aflaten van alle betrouwen op een mensenarm, deze beschikking van Gods voorzienigheid zal hen daarvan genezen, zij zullen niet meer steunen op degene, die hen geslagen heeft, zullen nooit meer rekenen op de Assyriërs voor hulp tegen hun andere vijanden, zoals zij gedaan hebben, daar zij bevinden dat zij zelf hun ergste vijanden zijn, lijden leert voorzichtigheid, Zij hebben nu door droeve ervaring geleerd hoe dwaas het was om op die staf te steunen als een steun voor hen, die misschien een staf zal blijken te zijn om hen te slaan, het is een deel van het verbond van een tot God wederkerend volk, Hosea 14:4. Assur zal ons niet behouden. Door beproeving kunnen wij leren geen schepselen tot ons betrouwen te stellen.
B. Zij zullen weerkeren tot God, tot de sterke God, -één van de namen, die aan de Messias worden gegeven, Hoofdstuk 9:6, -tot de Heilige Israëls. Het overblijfsel zal weerkeren, dat werd te kennen gegeven door de naam van de zoon van de profeet, Schear-Jaschub Hoofdstuk 7:3, namelijk het overblijfsel van Jakob.
Zij zullen weerkeren nadat het beleg van Jeruzalem zal opgeheven zijn, niet alleen tot het rustig bezit van hun huizen en akkers, maar tot God en hun plicht, zij zullen berouw hebben en bidden, en Zijn aangezicht zoeken, en hun leven verbeteren. Het overblijfsel, dat ontkomt is een weerkerend overblijfsel, zij zullen weerkeren tot God en op Hem steunen. Zij alleen kunnen getroost steunen op God, die tot Hem weerkeren, wij kunnen een nederig vertrouwen hebben op God, als wij nauwgezet onze plicht jegens hem betrachten. Zij zullen steunen op de Heilige Israëls, oprechtel, en niet slechts in belijdenis. Deze belofte van de bekering en de behoudenis van een overblijfsel van Israël thans, is door de apostel toegepast, Romeinen 9:27, op het overblijfsel van de Joden, die bij de eerste prediking van het evangelie het geloofd en omhelsd hebben, en hiermede bewijst hij volkomen, dat het voor God geen nieuwe zaak was om zeer velen van het zaad Abrahams over te laten aan het verderf, terwijl Hij toch Zijn belofte aan Abraham vervult, ten volle vervult, want zo was het nu. Het getal van de kinderen Israëls was als het zand van de zee, overeenkomstig de belofte, Genesis 22:17, en toch zal slechts een overblijfsel behouden worden.
2. De verdelging van anderen. Een verdelging, die vast besloten is, zal de Heer der heerscharen doen in het midden van dit hele land, vers 23. Dit is niet, zoals vers 18 bedoeld van de verdelging van het Assyrische leger, maar van de wegtering van de bezittingen en vele geslachten van de Joden door het Assyrische leger. Hiervan wordt nota genomen om de macht en goedheid van God te verheerlijken in de ontkoming van het onderscheiden overblijfsel, en om ons te doen weten wat er worden zal van hen, die niet willen weerkeren tot God zij zullen wegteren door een algemeen verval verdelgd worden in het midden van het land.
Merk op:
a. Het is een verdelging door God zelf aangericht: Hij is er de werker van. De Heer der heerscharen, die niemand kan weerstaan, Hij zal deze verdelging doen.
b. Zij is vast besloten, zij is niet het uitvloeisel van een plotseling opgekomen besluit, maar was tevoren verordineerd, het is bepaald niet alleen, dat er zo'n verdelging zijn zal, maar zij is voorgeschreven, afgetekend-dat is de betekenis van het woord, zij is nauwkeurig bepaald en vastgesteld, hoe ver zij zal reiken, en hoe lang zij zal duren, wie er door afgesneden, of verteerd zal worden, en wie niet.
c. Het is een verdelging, die zich over het gehele land zal verspreiden, als een machtige bergstroom, of als een overstroming, die alles voor zich heen wegvaagt.
d. Hoewel zij overvloeit, gaat zij toch niet als bij geval, zij is in gerechtigheid hetgeen betekent: beide wijsheid onbillijkheid. God zal rechtvaardig de verdelging brengen over een tergend volk, maar in wijsheid en genade zal Hij er perken aan stellen. Tot hiertoe zal zij komen en niet verder.