Jesaja 27:1-6
De profeet zingt hier van recht en goedertierenheid.
I. Van recht op de vijanden van Gods kerk vers 1. "Verdrukking over hen, die haar verdrukken," 2 Thessalonicenzen 1:6. Als de Heere uitgaat uit Zijn plaats om de inwoners van de aarde te straffen, Hoofdstuk 26:21 dan zal Hij gewis de leviathan straffen de draak, die in de zee is, iedere hoogmoedige, verdrukkende tiran, die de schrik is van de helden, en, evenals de leviathan, zo woest is, dat niemand zo koen is, dat hij hem opwekken zou, terwijl "zijn hart zo vast is als een steen en de sterken schromen voor zijn verheffing," Job 41:1,15,16. De kerk heeft vele vijanden, maar gewoonlijk is er een onder hen, die geduchter is dan de overige. Zodanig was Sanherib in zijn dagen en Nebukadnezar in de zijne, en Antiochus in de zijne, aldus is Farao vroeger geweest, en hij wordt de "leviathan genoemd, en de zeedraak," Psalm 74:14, Hoofdstuk 51:9, Ezechiël 29:3. De Nieuw-Testamentische kerk heeft haar leviathan gehad, wij lezen van "een grote rode draak, gereed om haar te verslinden," Openbaring 12:3. Deze boosaardige vervolgende machten worden hier vergeleken bij de leviathan vanwege haar grootte en haar kracht, en de grote beweging, die zij maken in de wereld, bij draken, vanwege haar woestheid en woede, bij slangen stekende slangen, die doordringen tot hun raad vlug in haar bewegingen, die, als zij eenmaal in hun hoofd zijn gekomen, zich spoedig in geheel hun lichaam zullen wringen, staande in de weg van al hun naburen, en hem versperrende, bij kromme slangen, listig en zich indringend, maar verkeerd en boosaardig. Als grote en machtige vorsten het volk van God tegenstaan, dan zijn zij in Gods schatting als draken en slangen, de plagen van het mensdom en ter bestemder tijd zal God hen straffen. Zij zijn te groot voor de mensen om met hen te handelen, of om door hen ter verantwoording te worden geroepen, en daarom zal de grote God dit zelf doen. Hij heeft een hard en groot, en sterk zwaard, om strafoefening aan hen te houden, als de mate hunner ongerechtigheid vervuld is, en hun dag om te vallen is gekomen. Het is zeer krachtig uitgedrukt in het oorspronkelijke. Met Zijn zwaard, dat wrede, en dat grote, en dat sterke, zal de Heere deze onhandelbaren, deze weerstrevenden misdadiger straffen, en het zal een zware straf zijn, Hij zal de draak, die in de zee is, doden, want de bezolding van zijn zonde is de dood. Dit zal niet alleen een voorkomen zijn van nog meer kwaad te doen, zoals door het doden van een wild dier, maar een rechtvaardige straf voor het kwaad, dat hij gedaan heeft, zoals het ter dood brengen van een verrader of rebel. God heeft een sterk zwaard om dit te doen, een verscheidenheid van oordelen, voldoende om de hoogmoedigste te vernederen en de machtigste van Zijn vijanden te verbreken, en Hij zal het doen als de dag van de strafvoltrekking gekomen is. In die dag zal Hij straffen, Zijn dag, die komt, Psalm 37:13. Dit is van toepassing op de geestelijke overwinningen, behaald door onze Heere Jezus over de machten van de duisternis. Hij heeft de overste van deze wereld niet slechts ontwapend, beroofd en buitengeworpen, maar met Zijn sterk zwaard: de kracht van Zijn dood en de predikatie van Zijn Evangelie, Hij doet teniet, en Hij zal tenietdoen degene, die het geweld des doods had, dat is: de duivel, die grote leviathan, de oude slang, de draak. Hij zal gebonden worden, opdat hij de volken niet meer zal verleiden, en dat is een straf voor hem, Openbaring 20:2,3. En eindelijk zal hij, omdat hij de volken verleid heeft, in de poel des vuurs geworden worden, Openbaring 20:10.
II. Van goedertierenheid jegens de kerk, te die dage, als God de leviathan straft, laat de kerk en al haar vrienden gerust en goedsmoeds zijn, laat hen, die haar dienen, zingen tot haar vertroosting, haar in slaap zingen met deze verzekeringen, laat het gezongen worden in haar vergaderingen: 1. Dat zij de wijngaard des Heeren is, onder Zijn bijzondere zorg en hoede is, vers 3. In Gods oog is zij een wijngaard van roden wijn. De wereld is als een onvruchtbare, waardeloze woestijn, maar de kerk is omheind als een wijngaard, een bijzondere plaats en van grote waarde, waarvoor grote zorg wordt gedragen, en waar veel moeite aan gedaan wordt, en waarvan kostelijke vruchten worden ingezameld om God en de mensen te eren. Het is een wijngaard van rode wijn, die de beste, de keurigste druiven oplevert, waarmee de reformatie van de kerk wordt aangeduid, daar zij nu Gode goede vruchten voortbrengt, terwijl zij tevoren vruchten voortbracht voor zichzelf, of stinkende druiven voortbracht, Hoofdstuk 5:4.
Nu draagt God zorg:
a. Voor de veiligheid van de wijngaard: Ik, de Heere, behoede die. Hij zegt dit, als er in roemende dat Hij het op zich heeft genomen om de bewaarder Israëls te zijn. Zij, die Gode vrucht voortbrengen, zijn onder Zijn bescherming. Hij zegt dit als ons verzekerende dat zij dit zullen zijn, Ik, de Heere, die alles kan, maar niet kan misleiden, niet kan liegen, Ik behoede die, opdat niemand hem schade, nacht en dag zal Ik hem bewaren. Gods wijngaard in deze wereld is zeer blootgesteld aan beschadiging, er zijn velen die hem zouden willen schaden, hem zouden willen vertreden en verwoesten, Psalm 80:13, maar God zal niet toelaten dat er werkelijk schade of nadeel aan wordt toegebracht, dat er geen ander kwaad aan wordt gedaan, dan waaruit Hij goeds kan doen voortkomen. Hij zal hem voortdurend behouden, nacht en dag, en niet zonder noodzaak, want de vijanden zijn rusteloos in hun plannen en aanvallen er tegen, en zoeken dag èn nacht om hem kwaad te doen. God zal hem behoeden in de nacht van de beproeving en vervolging, en in de dag van vrede en voorspoed, waarvan de verzoekingen niet minder gevaarlijk zijn. Gods volk zal behoed worden, niet alleen voor "de pestilentie, die in de donkerheid wandelt, maar voor het verderf, dat op de middag verwoest," Psalm 91:6. Deze wijngaard zal goed omheind zijn.
b. Voor de vruchtbaarheid van deze wijngaard: alle ogenblik zal Ik hem bevochtigen, en toch zal hij niet te veel bewaterd worden. De zachte stille dauw van Gods genade en zegen zal er voortdurend op nederdalen, opdat hij veel vrucht zal voortbrengen. Wij hebben de voortdurende en gestadige bevochtiging nodig van de Goddelijke genade, want als deze te eniger tijd onthouden wordt, dan verdorren wij en gaan teniet. God bevochtigt Zijn wijngaard door de dienst des Woords, dat is: door Zijn dienstknechten, de profeten, wier leer zal druipen als de dauw. Paulus plant, en Apollos maakt nat, maar God geeft de wasdom, want zonder Hem waakt de wachter en bevochtigt de landman tevergeefs.
2. Dat Hij soms wel twist met Zijn volk, maar als zij zich aan Hem onderwerpen, dan zal Hij met hen verzoend worden, vers 4,5. Gramschap is bij Hem niet jegens Zijn wijngaard, hoewel Hij veel in hem ziet dat Hem aanstotelijk is, zal Hij er toch geen voordeel tegen zoeken, niet met de alleruiterste strengheid er tegen handelen. Het is waar: als Hij doornen en distelen vindt in plaats van druiven, die in overleg tegen Hem gesteld zijn (zoals ook werkelijk hetgeen in de wijngaard niet voor Hem is, tegen Hem is), dan zal Hij ze vertreden en verbranden, maar anders: "indien Ik toornig ben op Mijn volk, dan weten zij wat zij te doen hebben, laat hen zich verootmoedigen en bidden, en Mijn aangezicht zoeken, en aldus Mijn kracht aangrijpen met de oprechte begeerte om zich met Mij te verzoenen, dan zal Ik ook spoedig met hen verzoend zijn, en zo zal alles wel wezen." God ziet de zonden van Zijn volk en is misnoegd op hen, maar op hun berouw wendt Hij Zijn toorn van hen af. Dit kan zeer goed beschouwd worden als de hoofdsom van de leer van het Evangelie, waarmee de kerk alle ogenblik bevochtigd moet worden.
A. Hier wordt een twist verondersteld tussen God en de mens, want hier wordt een strijd gestreden, en er moet vrede gemaakt worden, het is een oude twist, die begonnen is toen de zonde is gekomen, het is van Gods zijde een rechtvaardige twist, maar aan de zijde van de mens een zeer onrechtvaardige twist.
B. Hier wordt ons een genaderijke uitnodiging gedaan om de twist bij te leggen, en het geschil je vereffenen. "Laat hem, die begeert vrede te hebben met God, Zijn sterkte aangrijpen, Zijn sterken arm, die opgeheven is tegen de zondaar om hem dood te slaan, en laat hem door zijn smekingen de slag tegenhouden laat hem met Mij worstelen zoals Jakob gedaan heeft, besloten zijnde Mij niet te laten gaan zonder een zegen, en hij Israël zijn-een vorst bij God." Vergevende genade is de sterkte onzes Heeren genoemd, laat hem deze aangrijpen. Christus is de arm des Heeren, Hoofdstuk 53:1. Christus gekruisigd is "de kracht Gods," 1 Corinthiers 1:24, laat hem door een levend geloof Hem aangrepen, zoals iemand, die verzinkt, een tak aangrijpt, of een touw, of een plank, die onder zijn bereik is, of zoals de kwaaddoener de horens van het altaar aangreep, gelovende dat er geen andere naam gegeven is, door welke hij zalig kan worden, door welke hij verzoend kan worden.
C. Hier is een drievoudig snoer van argumenten om ons te bewegen dit te doen.
a. Tijd en ruimte worden ons gegeven om het in te doen, want gramschap is niet bij God, Hij doet niet met ons zoals grote voorname mannen doen met hun minderen, als de een een fout begaat, en de ander er in gramschap over ontstoken is. Mensen, die in gramschap, in woede zijn ontstoken, geven zich geen tijd om na te denken, bij hen volgt op ieder woord een slag. Driftige mensen zijn spoedig toornig en onvermurwbaar als zij toornig zijn. Een kleine zaak zal hen tot toorn prikkelen, maar geen kleine zaak zal hen tevreden stellen. Zo is het niet met God, Hij bedenkt dat wij stof zijn, Hij weet wat maaksel wij zijn, Hij is traag tot toorn, wekt Zijn toorn niet op, twist niet altoos.
b. Het is ijdel om te denken dat wij met Hem kunnen strijden. Indien wij volharden in onze twist met Hem, en denken te zullen overwinnen, dan is dit slechts als het stellen van doornen en distelen voor een verterend vuur, die wel verre van zijn voortgang te stuiten, het slechts te feller doen branden. Wij zijn niet opgewassen tegen de Almacht. Wee dus hem, die twist met zijn Maker, hij kent de sterkte niet van Zijn toorn.
c. Dit is de enige weg-en het is een zekere weg-ter verzoening. Laat hem die maatregel nemen om vrede met Mij te verkrijgen, en hij zal vrede met Mij maken en daardoor zal goed, alle goed tot hem komen. God is bereid om met ons verzoend te worden, indien wij bereid zijn om verzoend te worden met Hem.
3. Dat de kerk van God in de wereld een groeiend, toenemend lichaam zal zijn en ten laatste een groot lichaam zal worden vers 6. In het toekomende-in latere tijden-als deze rampen voorbij zijn, of in de dagen van het Evangelie, de laatste dagen, zal Hij Jakob wortelen doen schieten, dieper dan tevoren want de Evangeliekerk zal vaster bevestigd zijn dan de Joodse kerk ooit geweest is, en zich verder verspreiden. Of, Hij zal die van Jakob zijn, die terugkeren uit hun gevangenschap, of, zoals wij, het lezen, hen, die van Jakob komen, zal Hij wortel doen schieten nederwaarts, en opwaarts vruchten doen dragen Hoofdstuk 37:31. Zij zullen bevestigd worden in een voorspoedige toestand, en dan zullen zij uitspruiten en bloeien, en gegronde hoop geven op een goeden oogst, en zo zal het ook blijken te zijn, want zij zullen de wereld met inkomsten vervullen. Velen zullen toegebracht worden tot de kerk, er zullen talrijke proselieten zijn, sommigen uit alle volken zullen de Heere de God Israëls, tot een naam en een lof zijn, en de bekeerden zullen vruchtbaar zijn in de vruchten van de gerechtigheid, de prediking van het Evangelie brengt vruchten voort in de gehele wereld, Coloss. 1:6, vruchten, die blijven, Johannes 15:16.