Jesaja 26:20-21
Deze twee verzen worden verondersteld niet te behoren tot het lied, dat het overige deel van het hoofdstuk inneemt, maar dat er een nieuw onderwerp mee begint, en zij dus veeleer een inleiding zijn tot het volgende hoofdstuk, dan het slot van dit. Of, terwijl in het voorafgaande lied het volk van God tot Hem had gesproken, klagende over hun leed, geeft Hij hier een antwoord op hun klachten, waarin
1. Hij hen uitnodigt om in hun binnenste kamers te gaan, vers 20. "Kom, Mijn volk, kom tot Mij, kom bij Mij", (Hij roept hij naar geen andere plaats, dan die, waar Hij zelf hen zal vergezellen), "laat de storm, die anderen verspreidt, u nader tot elkaar brengen. Kom, ga in uw binnenste kamers, blijf niet buiten, opdat u de storm niet overvalle, zoals de Egyptenaren door de hagelstorm overvallen waren," Exodus 9:21.
a. Kom in kamers van onderscheiding, kom in uw eigen vertrekken, en blijf niet langer vermengd met de kinderen van Babel, "Ga uit het midden van hen", "en scheid u af," 2 Corinthiers 6:17. Openbaring 18:4. Als God de Godvruchtigen voor zich heeft afgezonderd, dan behoren zij zichzelf af te zonderen.
b. "In de kamers van de verdediging in welker verberging of kracht gij veilig kunt zijn ook in de zwaarste tijden." De hoedanigheden Gods zijn "het verborgene van Zijn tent," Psalm 27:5. Zijn naam is een sterke toren, waarheden wij kunnen lopen om er beschut te zijn, Spreuken 18:10. Wij moeten door het geloof een weg vinden naar deze kamers en er ons verbergen, met een heilige gerustheid en kalmte van gemoed moeten wij ons onder de Goddelijke bescherming stellen. Kom, zoals Noach in de ark, want Hij sloot de deur achter hem toe. Als gevaren dreigen, dan is het goed om zich terug te trekken en verborgen te zijn, zoals Elia bij de beek Krith.
c. In kamers van gebed, "ga in uw binnenkamer, en sluit de deur," Mattheus 6:6. Wees in het verborgene met God, ga in uw binnenkamer om uw eigen hart te onderzoeken en spreek met uw hart om te bidden en u te verootmoedigen voor God." Dit werk moet gedaan worden in tijden van benauwdheid en gevaar, en aldus verbergen wij ons, wij bevelen ons Gode aan om ons te verbergen, en Hij zal ons verbergen, hetzij onder de hemel of in de hemel. Israël moet binnenshuis blijven als de verderf engel uitgaat om de eerstgeborenen van Egypte te doden, want anders zal het bloed aan de posten van hun deuren hen niet beveiligen. Dat moesten ook Rachab en haar gezin toen Jericho verwoest werd, Diegenen zijn het veiligst, die het minst gezien worden. Qui bene latuit, bene vixit. Hij heeft goed geleefd, die een gepaste mate van verberging gezocht heeft.
2. Hij verzekert hun dat binnen zeer korte tijd de benauwdheid voorbij zal zijn, dat zij niet lang in angst en gevaar zullen zijn. Verberg U als een klein ogenblik, het kleinste deel van de tijd, dat wij ons kunnen voorstellen zoals een atoom van stof, ja, indien gij u een ogenblik kunt voorstellen, dat korter is dan een ander, het is slechts een klein ogenblik, kleiner dan gij denkt, als hij voorbij is, zal hij u als niets toeschijnen, gij zult er u over verwonderen dat hij zo spoedig voorbij is. Gij zult niet lang verborgen behoeven te blijven, de gramschap zal weldra overgaan, de gramschap van de vijanden tegen u, hun woede en hun macht om te vervolgen, die u noodzaken u te verbergen. Dit zal spoedig voorbij zijn. God zal hen afsnijden, hun macht verbreken, hun raadslagen tenietdoen, en een middel ter ontkoming voor u vinden." Toen Athanasius door een edict van Julianus uit Alexandrië was verbannen en zijn vrienden in diepe droefheid hierover waren zei hij hun goedsmoeds te zijn. Nebucula est quae cito per transibit- " het is een wolkje dat spoedig voorbij zal drijven. Gij zult een verdrukking hebben van tien dagen, en dat is alles, Openbaring 2:10. Dit stelt Gods lijdend volk in staat om hun verdrukking een lichte verdrukking te noemen, die zeer haast voorbijgaat.
3. Hij verzekert hun dat er met hun vijanden afgerekend zal worden voor al het kwaads dat zij hun gedaan hebben door het zwaard hetzij van de strijd of van vervolging, vers 21. De Heere zal hen bezoeken, hen straffen, voor het bloed, dat zij vergoten hebben. Hier is
De vierschaar gespannen en het proces begonnen. De Heere zal uit Zijn plaats uitgaan om de ongerechtigheid van de inwoners van de aarde over hen te bezoeken, de ongerechtigheid, waarmee zij allen, die om hen heen zijn, hebben beroerd. Er is zeer veel ongerechtigheid onder de inwoners van de aarde, maar hoewel zij er zich allen in verenigen, hoewel zij al hun macht samenvoegen om de ongerechtigheid te werken zal zij toch niet ongestraft blijven. Behalve nog de eeuwige straf, die de goddelozen wacht hiernamaals, zijn er nog merkwaardige voorbeelden van hoe wreedheid, verdrukking en vervolging reeds in deze wereld gestraft worden. Als van de mensen gramschap is overgegaan en zij hun ergst gedaan hebben, laat hen de Gods gramschap verwachten "want Hij ziet dat Zijn dag komt," Psalm 37:is. God zal uitgaan uit Zijn plaats om te straffen, Hij openbaart zich op buitengewone wijze van de hemel, het uitspansel van Zijn macht, van het heiligdom, de woonplaats van Zijn genade, Hij is ontwaakt uit Zijn heilige woning, toen Hij zich tevoren scheen te verbergen, en nu zal Hij iets groots doen, als het voortbrengsel van Zijn wijzen, rechtvaardigen en verborgen raad, als een vorst, die te velde trekt, Zacheria 2:13. Sommigen merken op dat Gods plaats, het verzoendeksel-de genadetroon-is, daar verlustigt Hij zich te wezen, als Hij uitgaat om te straffen, dan gaat Hij uit Zijn plaats, want Hij heeft geen lust, geen welgevallen aan de dood van de zondaren.
4. De misdadigers zijn schuldig verklaard, daar de feiten klaar en overtuigend zijn bewezen. De aarde zal haar bloed ontdekken, het onschuldige bloed, het bloed van de heiligen en martelaren, dat als water op de aarde vergoten is geworden en dat door de aarde ingedronken werd, er in verborgen en er door bedekt was, zal nu aan het licht worden gebracht en in rekening worden gebracht, want God zoekt de bloedstortingen, en Hij zal hun, die bloed vergoten hebben, bloed geven te drinken, want zij zijn het waardig. Moorden, die in het geheim werden gepleegd, en andere verborgen ongerechtigheden, zullen vroeg of laat ontdekt worden. En de verslagenen, die lang door de aarde bedekt waren zullen niet langer door haar bedekt worden, zij zullen ontdekt worden als bewijzen tegen de moordenaars. De stem van het bloed van Abel roept van de aarde, Genesis 4:10,11. De zonden die in vergetelheid begraven schenen, zullen in de herinnering teruggeroepen worden en weer afgelezen worden, als de dag van de afrekening komt. Zo laat Gods volk dan geduldig een wijle wachten, want zie, de Rechter is aan de deur.