Jesaja 65:17-25
Deze beloften werden gedeeltelijk vervuld toen de Joden, na hun terugkeer uit de gevangenschap in vrede in hun eigen land gevestigd waren en daardoor zich als `t ware in een nieuwe wereld geplaatst zagen, maar zij moeten haar gehele vervulling krijgen in de kerk des Evangelies, eerst de strijdende en daarna de zegevierende. Het Jeruzalem, dat boven is, is vrij, welke is van onze aller moeder. In de genade en de vertroostingen welke de gelovigen in en door Christus hebben, moeten wij naar deze nieuwe hemel en deze nieuwe aarde uitzien In het Evangelie zijn alle oude dingen voorbij gegaan en is alles nieuw geworden, en daardoor zijn zij, die in Christus zijn, nieuwe schepselen 2 Corinthiers 5:17. Het is een machtige en gelukkige verandering, die hier beschreven wordt in vers 16 dat de vorige benauwdheden zullen vergeten zijn maar hier stijgt de verwachting nog veel hoger, ook de vorige dingen, de vorige wereld zal vergeten zijn en niet meer in het hart opkomen. Zij, die tot het Christelijk geloof bekeerd werden gevoelden zich door Zijn vertroostingen zo verkwikt dat alle vroegere vertroostingen waaraan zij gewoon waren, door hen voor niets geacht werden, niet alleen hun voorgaande droefenissen, maar ook hun voorgaande vreugden, losten zich daarin geheel op. De verheerlijkte heiligen zullen daarom deze wereld vergeten hebben, omdat zij geheel opgaan in de andere. Want zie, Ik schep nieuwe hemelen en een nieuwe aarde. Zie hoe onuitputtelijk de goddelijke macht is: dezelfde God die de ene hemel en de ene aarde schiep, kan ook andere scheppen. Zie hoe volmaakt de gelukzaligheid van de heiligen is: alles zal uit een stuk zijn, met de nieuwe hemelen, welke God voor hen schept geeft Hij ook een nieuwe aarde om hen gelukkig te maken. De wereld is uwe, indien gij van Christus zijt, 1 Corinthiers 3:22. Indien God met ons verzoend is, hetgeen ons een nieuwe hemel schenkt, worden ook de schepselen met ons verzoend, waardoor wij een nieuwe aarde krijgen. De toekomstige heerlijkheid van de heiligen zal zo geheel en al verschillen van al wat zij ooit tevoren gekend hebben, dat zij wel nieuwe hemelen en een nieuwe aarde mag genoemd worden, 2 Petrus 3:13. Zie, Ik maak alle dingen nieuw, Openbaring 21:5.
I. Er zal nieuwe blijdschap zijn.
1. Al de vrienden van de kerk en allen die tot haar behoren, zullen zich verheugen, vers 18, Weest gij heden vrolijk en verheugt u tot in eeuwigheid in hetgeen Ik schep. De nieuwe dingen die God schept in en door Zijn Evangelie, zijn en zullen zijn de oorzaken van eeuwige blijdschap voor al Zijn gelovigen. Mijn knechten zullen vrolijk zijn, vers 13, eindelijk zullen zij dat zijn ofschoon zij nu nog treuren. Gaat in in de vreugde uws Heeren.
2. De kerk zal de oorzaak van hun blijdschap zijn, zo heerlijk en voorspoedig zal haar toestand zijn. Ik schep Jeruzalem een verheuging en zijn volk een vrolijkheid. De kerk zal niet alleen zich verheugen, maar men zal zich in haar verheugen.
3. De voorspoed van de kerk zal God zelf tot blijdschap zijn, want Hij vermaakt zich in de voorspoed van Zijn dienstknechten, vers 19. Ik zal Mij verheugen over Jeruzalem en vrolijk zijn over Mijn volk, want in al haar benauwdheden was Hij benauwd. God zal zich niet alleen verheugen in het goede, dat de kerk doet, maar Hij zal zich ook verheugen in het goede, dat Hij haar doet en rusten in Zijn liefde tot haar, Zefanja 3:17. In hetgeen God verheugt, moeten wij ons verheugen.
4. Er zal geen vermindering van deze blijdschap zijn, of enige verandering in de gelukkige staat van de kerk. De stem van het wenen en de stem van het geschreeuw zal niet meer in haar gehoord worden. Indien dit toepasselijk is op enige toestand van de kerk in dit leven, dan betekent het niet meer dan dat de vroegere aanleidingen tot droefheid niet zullen weerkeren, maar dat Gods volk gedurende lange tijd ongestoorde gerustheid zal genieten. Maar de gehele vervulling komt in de hemel, zowel wat de volkomenheid als de eeuwige deur van de belofte betreft, daarmee zullen alle tranen afgewist zijn.
II. Er zal nieuw leven zijn, vers 20. Ontijdige dood door zwaard of ziekte zal niet meer, zoals vroeger, bekend zijn, en daarom zal er niet meer de stem van het geween gehoord worden, vers 19. Wanneer er geen dood meer zijn zal, zal er ook geen rouw meer zijn, Openbaring 21:4. Gelijk de dood geheerst heeft door de zonde, zo zal het leven heersen door de rechtvaardigheid, Romeinen 5:14, 21.
1. De gelovigen zullen door Christus verzadigd worden met leven, al duurt dat leven op aarde ook kort. Indien een zuigeling zijn dagen spoedig eindigt, toch zal hij niet geacht worden ontijdig te sterven want hoe korter zijn leven hier is, zoveel langer zal de rust wezen. Ofschoon de dood heerst ook over degenen, die niet gezondigd hebben in gelijkheid aan de overtreding van Adam, zullen zij die sterven in de armen van Christus, de tweede Adam, en tot Zijn koninkrijk behoren, niet zuigelingen van weinige dagen genoemd worden, maar zelfs een kind zal gerekend worden te sterven honderd jaren oud, want het zal volwassen verrijzen, verrijzen ten eeuwigen leven. Sommigen verstaan dit van kinderen, die in hun prille jeugd zo uitstekend zijn door wijsheid en genade en in de knop door de dood afgebroken worden, dat zij kunnen gezegd worden te sterven honderd jaar oud. En wat de ouden van dagen betreft wordt gezegd dat zij hun dagen zullen vervullen met vruchten van de gerechtigheid, want die zullen zij nog in de ouderdom voortbrengen om te verkondigen dat de Heere recht is, en dat is een goede oude dag. Van een oud man, die wijs en goed en nuttig is, kan waarlijk gezegd worden dat hij zijn dagen vervult. Oude mannen, die hun hart op de wereld gesteld hebben, vervullen nooit hun dagen, want zij hebben nooit genoeg van de wereld en willen altijd nog meer hebben. Maar de man, die oud en zat van dagen sterft, heeft zijn dagen vervuld als hij met Simeon zeggen kan: Nu laat Gij, Heere, Uw dienstknecht gaan in vrede, want mijne ogen hebben Uwe zaligheid gezien.
2 Ongelovigen zullen onvoldaan en ongelukkig zijn al leven zij nog zo lang. De zondaar, die honderd jaren oud zijnde, nog leeft, zal vervloekt worden. Zijn lange leven zal voor hem geen teken zijn van goddelijke gunst en zegen, en het zal hem geen beschutting geven tegen de goddelijke toorn en vloek. Het vonnis, waaronder hij ligt, zal zeker voltrokken worden, zich lange leven is alleen een lang uitstel, ja het is op zichzelf een vloek voor hem want hoe langer hij leeft des te meer vergadert hij zich toorn als een schat tegen de dag van de wraak, en des te meer zonden zal hij te verantwoorden hebben. Zodat het er weinig toe doet of hij lang of kort op aarde zal leven, maar alles of wij het leven van de heiligen dan wel dat van de zondaren leven.
III. Er zal nieuwe genieting zijn van al de gemakken des levens. Vroeger was alles zeer onzeker en gevaarlijk, hun vijanden bewoonden huizen, die Zij gebouwd hadden, en aten de vruchten van bomen, die zij geplant hadden, maar nu zal het anders worden, zij zullen huizen bouwen, en die zelf bewonen wijngaarden planten en zelf de vrucht er van eten vers 21, 22. Dit duidt aan dat het werk hunner handen zal gezegend en voorspoedig gemaakt worden, zij zullen winnen hetgeen waarvoor zij gearbeid hebben, en wat zij gewonnen hebben zal voor hen gespaard blijven, zij zullen het in gerustheid genieten en niets zal het hun verbitteren, en zij zullen in leven blijven om het te genieten. Vreemdelingen zullen niet bij hen invallen om hen uit te plunderen, Of hun plaats innemen, zoals zij soms gedaan hebben. Mijn uit verkorenen zullen het werk van hun handen verslijten, het is eerlijk gewonnen en zal in gerustheid versleten worden, het is het werk van hun handen, waarvoor zij zelf gearbeid hebben, en het is een genot dat te mogen verslijten en niet het brood van ijdelheid of bedrog te eten. Indien wij een hart hebben om het te genieten, dan is dat een gave Gods, Prediker 3:13- en indien wij lang leven om het te genieten, is dat een gunst van Gods voorzienigheid, want hier wordt beloofd: "De dagen Mijns volks zullen zijn als de dagen van een boom, gelijk de dagen van een eik," Hoofdstuk 6:13, wiens kracht in hem is al staat hij bladerloos. Ofschoon hij elken winter van bladeren beroofd wordt, vernieuwt hij het loof weer en leeft vele jaren. De LXX lezen: als de boom des levens. Christus is voor hen de boom des levens, en in Hem genieten de gelovigen al de geestelijke voorrechten die hier typisch voorgesteld worden onder een overvloed van aardse zegeningen, en het zal nooit in de macht van hun vijanden staan hen van deze zegeningen te beroven of in het genot ervan te storen.
IV. Er zal een nieuw geslacht in hun plaats opstaan om deze zegeningen te erven en te genieten, vers 23. Zij zullen niet tevergeefs arbeiden, want zij zullen niet alleen zelf het werk van hun handen genieten, maar zij zullen het met voldoening achterlaten aan degenen die na hen komen en niet zo'n treurig vooruitzicht hebben als Salomo had, Prediker 2:18, 1-9. zij zullen niet verwekken en baren ter verstoring, want zij zelf zijn het zaad van de gezegenden des Heeren, en daarom is hun een zegen geschonken door afstamming van hun voorouders en waarin hun nakomelingen delen, en deze zullen evenals zij het zaad van des Heeren gezegenden zijn. Zij zullen niet tot moeite of verdriet voortbrengen.
1. God zal hun kinderen, die na hen zullen opstaan, maken tot hun vertroosting, zij zullen de vreugde genieten van te zien dat die in de waarheid wandelen.
2. Hij zal maken dat de volgende tijden voor die kinderen aangenaam zijn. Indien zij goed zijn, zal het hun welgaan, zij zullen niet geboren worden om smartelijke dagen te zien en nooit zal van hen gezegd worden: Gezegend de buik, die niet gebaard heeft. In de kerk des Evangelies zal de naam van Christus bij opvolging voortgeplant worden. "Het zaad zal Hem dienen," Psalm 22:31, het zaad van de gezegenden des Heeren.
V. Er zal gezegende gemeenschapsoefening zijn tussen hen en hun God, vers 24. Eer zij roepen, zal Ik antwoorden. God zal hun gebeden voorkomen met de zegeningen van Zijn goedheid. David zei: Ik beleed en God vergaf, Psalm 32:6. De vader van de verloren zoon ging deze tegemoet toen hij terug kwam. Terwijl zij nog spreken, nog voor zij hun gebed geëindigd hebben, zal Ik horen. Ik zal hun datgene geven waarom zij bidden, of de verzekering van de verhoring ervan. Dat zijn sterke betuigingen van Gods bereidwilligheid om het gebed te horen, en dat verschijnt nog veel meer onder de genade van het Evangelie dan onder de bedeling van de wet. Wij hebben dit te danken aan de tussenkomst van Christus als onze voorspraak bij de Vader, en zijn verplicht uit dankbaarheid daarvoor een bereidwillig oor te lenen aan Gods roepstemmen.
VI. Er zal goede verstandhouding zijn tussen hen en hun naasten, vers 25. De wolf en het lam zullen tezamen weiden, gelijk zij eendrachtig leefden in Noachs ark. Gods kinderen, ofschoon zij leven als schapen temidden van de wolven, zullen veilig en onbeschadigd zijn, want God zal niet zozeer gelijk vroeger de macht van hun vijanden breken en hun de handen binden, dan wel hun harten verzachten en hun gezindheid veranderen door Zijn genade. Toen Paulus, die een vervolger van de discipelen geweest was en die, afstammeling van Benjamin, als een wolf verscheurde, Genesis 49:27 zich bij de discipelen voegde en een van hen werd, toen veranderde de wolf met het lam. Evenzo toen de vijandschap tussen Joden en heidenen geëindigd was, alle naijver had opgehouden, toen weidden zij samen als Zijn kudde van de goede Herder Jezus Christus, Johannes 10, 16. De vijanden van de kerk hielden op haar zoveel leed te berokkenen, en haar leden hielden op zo twistziek en beledigend elkaar te bejegenen, zodat er niemand van binnen of van buiten was om hun kwaad te doen of te beschadigen, veel minder om op de heilige berg te verwoesten, gelijk beloofd was in Hoofdstuk 11:9.
1. De mensen zullen veranderd worden. De leeuw zal niet langer een roofdier zijn, gelijk hij wellicht nog zou geworden zijn indien de zonde niet in de wereld gekomen was, maar hij zal stro eten gelijk het rund, hij zal zijn kribbe kennen en zijn meester, gelijk de os. Wanneer zij die van roof en diefstal geleefd hebben en zich daardoor rijk gemaakt hebben er door de genade Gods toe gebracht worden om zich met hun stand te vergenoegen, van hun arbeid te leven en tevreden te zijn met hetgeen zij hebben, wanneer zij die gestolen hebben niet meer stelen, maar werken met hun handen hetgeen goed is, dan wordt daardoor vervuld dat de leeuw stro eet gelijk het rund.
2. Satan zal geketend zijn, de draak gebonden, want stof zal opnieuw de spijs van de slang zijn. Die grote vijand, die toen hij losgelaten was, zich vergastte en onthaalde op het kostbare bloed van de heiligen, die op zijn aanhitsen werden vervolgd, en zich verzadigde met de kostbare zielen van zondaren, die door zijn aanporren vervolgers werden en daardoor zichzelf voor eeuwig verwoestten, zal nu opnieuw tot het stof verwezen worden, volgens het vonnis: op uw buik zult gij gaan en stof zult gij eten, Genesis 3:14. Al de vijanden van Gods kerk die kwaadaardig en vergiftig zijn als slangen, zullen overwonnen en onderworpen worden en stof moeten likken. Christus zal als Zions Koning regeren tot al de vijanden van Zijn koninkrijk gezet zijn tot een voetbank van Zijn voeten. Op de heilige berg hierboven en daar alleen, zal deze belofte haar gehele vervulling krijgen, en daar zal geen kwaad meer gedaan of iets verdorven worden.