Jesaja 35:5-10
Dan, wanneer ulieder God zal komen, namelijk Christus, om Zijn koninkrijk in de wereld op te richten, waarvan al de profeten getuigen, inzonderheid in hun profetieën nopens tijdelijke uitreddingen van de kerk, en deze Evangelische profeet in het bijzonder, -zie dan uit naar grote dingen.
I. Er zullen wonderen gewrocht worden in het koninkrijk beide van de natuur en van de genade, wonderen van goedertierenheid, gewerkt voor de kinderen van de mensen, genoegzaam om te doen blijken dat het niet minder dan een God is, die tot ons komt.
1. Er zullen wonderen gewrocht worden aan het lichaam van de mensen, vers 5, 6. De ogen van de blinden zullen opengedaan worden. Dit werd dikwijls gedaan door onze Heere Jezus, toen Hij hier op aarde was, door het spreken van een woord, en eens heeft Hij aan een blindgeborene het gezicht gegeven. Mattheus 9:27, 12:22, 20:30, Johannes 9:7. Door Zijn macht werden ook de oren geopend, door één woord: Effatha, wordt geopend, Markus 7:34. Aan velen, die lam waren, werd het gebruik van hun ledematen zo volkomen teruggegeven, dat zij niet slechts konden lopen maar springen, en daar hadden zij zoveel vreugde in, dat zij het niet konden laten om op te springer van blijdschap, zoals de kreupele gedaan heeft, Handelingen 3:8. Ook de stommen werden instaat gesteld te spreken, en dan was het niet te verwonderen dat zij lust hadden om te zingen van vreugde, Mattheus 9:32, 33. Deze wonderen die Christus gewrocht heeft om te bewijzen dat Hij van God gezonden was, ja die Hij werkte door Zijn eigen kracht en in Zijn eigen naam, en daardoor bewees dat Hij God was, dezelfde, die in de beginne de mens de mond gemaakt heeft, het horende oor en het ziende oog. Toen Hij aan de discipelen van Johannes Zijn Goddelijke zending wilde bewijzen deed Hij het door wonderen van die aard, waardoor deze Schrift vervuld is geworden.
2. Wonderen, grotere wonderen nog, zullen gewrocht worden aan de zielen van de mensen. Door het woord en de Geest van Christus zijn zij, die geestelijk blind waren, verlicht geworden, Handelingen 26:18, zij, die doof waren voor de roepstem van God, werden horende gemaakt zoals Lydia, "wier hart de Heere geopend had, zodat zij acht nam op hetgeen van Paulus gesproken werd" Handelingen 16:14. Zij, die onbekwaam waren voor alles wat goed is, zijn er door Goddelijke genade niet alleen bekwaam toe geworden, maar ook ijverig werkzaam erin en zij lopen de weg van Gods geboden. Ook van hen, die stom waren, en niet van God of tot God wisten te spreken, zullen, daar hun verstand geopend werd om Hem te kennen daardoor de lippen geopend worden om Zijn lof te verkondigen. De tong van de stomme zal zingen van vreugde, van de blijdschap over Gods heil. Uit de mond van kinderen en zuigelingen zal Gode lof bereid worden.
II. De Geest zal uitgestort worden van boven. Er zullen wateren en stromen zijn, springaders van levende wateren, toen onze Heiland van deze sprak als van de vervulling van de Schrift-en hoogstwaarschijnlijk bedoelde Hij deze schriftuurplaats-zegt de Evangelist ons: "Dit zeide Hij van de Geest," Johannes 7:38. 39, en dat zegt ook deze profeet, Hoofdstuk 32:15, zo ook hier, vers 6, in de woestijn waar men dit het minst zou verwachten zullen wateren uitbarsten, dit werd vervuld "toen de Heilige Geest viel op de heidenen, die het Woord hoorden," Handelingen 10:44, toen werden de fonteinen des levens geopend, uit welke rivieren voortkwamen, welke de aarde overvloedig bevochtigden. Deze wateren worden gezegd uit te barsten, hetgeen een aangename verrassing te kennen geeft voor de heidenwereld, die hen als het ware, in een nieuwe wereld bracht. De gezegende uitwerking hiervan zal wezen dat het dorre land tot staand water zal worden, vers 7. Zij, die vermoeid en belast waren onder de last van schuld, en verschroeid waren onder de bewustheid van Gods toorn, vonden rust en verkwikking en overvloedige vertroosting in het Evangelie. "Het dorstige land, waarin geen water was, geen inzettingen, Psalm 63, 2, zal tot springaders van de wateren worden, " er zal een Evangeliedienst zijn, en daardoor de inzettingen van het Evangelie in haar reinheid en haar overvloed, die "de rivieren zijn, welke de stad Gods verblijden", Psalm 46:5. In de woningen van de draken, die verkozen op de dorre grond te wonen, Hoofdstuk 34:13, zullen deze wateren vloeien en ze verdrijven, zodat waar zij gelegen hebben, gras met riet en biezen zal zijn, een grote overvloed van nuttige voortbrengselen. Zo was het toen Christelijke kerken geplant werden, en zeer gebloeid hebben in de steden van de heidenen, die gedurende vele eeuwen woningen zijn geweest van de draken, of liever van de duivels, zoals Babylon, Openbaring 18:2, toen de hoedanigheid van de afgod tempels veranderd was, en zij aan de dienst van het Christendom werden gewijd, toen Zijn de woningen van de draken tot vruchtbaar veld geworden.
III. De weg van Godsdienst en Godsvrucht zal opengelegd worden-hij wordt hier de heilige weg genoemd, vers 8, de weg beide van een heilige aanbidding en van een heiligen wandel. Heiligheid is de rechtheid van de menselijke natuur en de menselijke wil, in overeenstemming met de natuur en de wil van God. De weg van de heiligheid is de weg van de Gode dienstige plichten, waarop de mensen behoren te wandelen en voorwaarts te streven met het oog op de heerlijkheid Gods en hun eigen geluk in de genieting van Hem. "Als onze God zal komen om ons te verlossen, dan zal Hij deze weg voor ons aftekenen door Zijn Evangelie, zoals hij nooit tevoren beschreven was."
1. Hij zal een verordineerde weg zijn, een verheven baan, een weg waarop wij geleid worden door Goddelijk gezag, en waarop wij beschermd worden door een Goddelijk bevelschrift. Het is de koninklijke weg, de grote weg van de Koning van de koningen, waarop wij wel aangevallen, maar niet tegengehouden kunnen worden. De weg van de heiligheid is de weg van Gods geboden, "het is de goede oude weg," Jeremia 6:16.
2. Het zal een verordineerde weg zijn, de weg, waarop God Zijn uitverkorenen tot zich zal brengen, maar de onreine zal er niet doorgaan, hetzij om hem te verontreinigen of om hen te hinderen, die er op wandelen. Het is een afzonderlijke weg, onderscheiden van de weg van de wereld, want "het is een weg van afscheiding van en ongelijkvormigheid met de wereld, hij zal wezen voor hen, die de Heere zich afgezonderd heeft", Psalm 4:4, zal voor hen bewaard zijn, de verlosten zullen er op wandelen, en de voldoening, die zij in deze wegen van de liefelijkheid smaken, zal buiten het bereik zijn van de overlast en de kwelling van een boze wereld. "De onreine zal er niet doorgaan, want het zal een billijke weg zijn, zij, die er op wandelen, zijn de onbesmetten van de weg," Psalm 119:1, die van de verontreiniging van de wereld ontkomen.
3. Het zal een rechte weg zijn. Wie deze weg wandelt, zelfs de dwazen, zij, die in andere dingen van zwakke geestvermogens zijn, zullen door het Woord en de Geest zulke duidelijke aanwijzingen hebben voor deze weg, dat zij niet zullen dwalen, dat wil niet zeggen dat zij onfeilbaar zullen zijn in hun gedrag en wandel, of dat zij zich nergens in zullen vergissen, maar dat zij niet schuldig zullen zijn aan een noodlottig wangedrag, zij zullen niet zo van de weg afdwalen, of zij zullen er weer op komen en goed en wel het einddoel van hun reis bereiken. Zij, die op de smalle weg zijn, zullen, hoewel sommigen van hen op het een pad kunnen vervallen, en anderen op een ander, elkaar toch ten slotte aan het einddoel ontmoeten, want geen van hen zal ooit weer op de brede weg vervallen, de geest van de waarheid zal hen in alle waarheid leiden, die nodig voor hen is. De weg naar de hemel is een rechte, eenvoudige weg, en gemakkelijk te vinden. God heeft het dwaze van deze wereld uitverkoren, en heeft hen wijs gemaakt ter zaligheid, de wetenschap is voor de verstandige licht.
4. Hij zal een veilige weg wezen. Daar zal geen leeuw zijn, en geen verscheurend gedierte zal daarop komen, vers 9, geen om te schaden of te doden. Zij, die zich getrouw houden aan die weg, blijven buiten het bereik van Satan, de briesende leeuw, die boze raakt hen niet aan. Zij, die wandelen op de weg van de heiligheid, kunnen met heilige gerustheid en kalmte van gemoed voortgaan, wetende dat niets hen wezenlijk schaden kan, zij zullen geen kwaad vrezen. Het was in de dagen van Hizkia enige tijd nadat de tien stammen gevankelijk weggevoerd waren, dat God, misnoegd zijnde op de kolonies, die daar gevestigd waren, er leeuwen in zond, 2 Koningen 17:25. Maar Juda houdt vast aan zijn oprechtheid, en daarom zal daar geen leeuw zijn. Zij, die wandelen op de weg van de heiligheid, moeten zich afscheiden van de omreizen en verscheurenden, moeten zich behouden van het verkeerde geslacht, hopende dat zij behoren tot de verlosten, zo laat hen wandelen met de verlosten, die daarop wandelen.
IV. Het einde van die weg zal eeuwige blijdschap zijn, vers 10. Deze kostelijke belofte van tegenwoordige vrede zal weldra overgaan in gejuich en eindeloze rust voor de ziel. Hier is een goede tijding voor de burgers van Zion: rust voor de vermoeiden. "De vrijgekochten des Heeren, die Hem behoren te volgen waar Hij ook henengaat", Openbaring 14:4, "zullen wederkeren en tot Zion komen."
1. Om God te dienen en te aanbidden in de strijdende kerk, zij zullen uit Babel ontkomen, Zacheria 2:7. "Zij zullen naar Zion vragen op de weg," Jeremia 50:5 en de weg vinden, Hoofdstuk 52:12. God zal hun een deur openen om uit hun gevangenschap te ontkomen, en het zal een krachtige deur zijn, hoewel er vele tegenstanders zijn. Zij zullen zich voegen bij de Evangeliekerk, "die berg Zion, die stad des levenden Gods," Hebreeën 12:22. Zij zullen komen met liederen van lof en dank voor hun verlossing uit Babel, waar zij weenden bij herinnering aan Zion, Psalm 137:1. Zij zullen, door het geloof tot burgers gemaakt zijnde van het Evangelie-Zion, hun weg reizen met blijdschap, Handelingen 8:39, zij zullen zingen en de wegen des Heeren, en Hem blijven loven en prijzen, zij verblijden zich in Christus Jezus, en droefenis en zuchting onder hun overtuiging van zonde zullen wegvlieden door de kracht van de Goddelijke vertroosting. Zij die treuren zijn zalig, want zij zullen vertroost worden.
2. Om God te zien en te genieten in de zegevierende kerk zij, die wandelen in de weg van de heiligheid onder de leiding van hun Verlosser, zullen eindelijk te Zion komen, tot het hemelse Zion, zij zullen samenkomen, zullen allen "onstraffelijk gesteld worden voor Zijn heerlijkheid in vreugde," Judas: 24, Openbaring 7:17, "zij zullen komen met gejuich." Toen Gods volk uit Babel wederkeerde in Zion, "zijn zij wenende gekomen," Jeremia 50, 4, maar zij zullen naar de hemel komen, "zingende een nieuw gezang, en niemand kon dat gezang leren," Open. 14:3. "Als zij zullen ingaan in de vreugde huns Heeren," dan zal dat een vreugde wezen, zoals die van de wereld nimmer zijn kon, eeuwige blijdschap zonder bijmengsel, zonder tussenpoos, zonder einde, zij zal niet slechts hun hart vervullen tot hun eigen volkomen en altijddurende voldoening, maar zij zal op hun hoofd zijn als een sieraad van de genade en een straalkrans, een guirlande, gedragen ten teken van overwinning, hun blijdschap zal zichtbaar wezen, en niet langer iets verborgens, zoals het is in deze wereld, zij zal bekend gemaakt worden tot eer van God en hun wederzijdse bemoediging, zij zullen dan de vreugde en blijdschap verkrijgen, die zij nooit aan deze zijde van de hemel konden verwachten, droefenis en zuchting zullen wegvlieden voor eeuwig, zoals de schaduwen van de nacht voor de opgaande zon. Aldus eindigen deze profetieën, die betrekking hebben op de inval van de Assyriërs tot ondersteuning van het volk van God onder deze ramp, en om hun blijdschap over hun verlossing er van af te leiden naar iets hogere. In onze hoop en ons blij vooruitzicht op het eeuwige leven moeten beide de droefenis en de blijdschap van deze tegenwoordigen tijd als verzwolgen worden.