Jesaja 34:1-8
Hier hebben wij een profetie, gelijk wij elders een geschiedenis hebben, van de oorlogen des Heeren, die, hiervan zijn wij zeker, allen beide rechtvaardig en voorspoedig zijn. Aan deze wereld, als Zijn schepsel, doet Hij goed, maar daar zij de belangen dient van Satan, die de god van deze wereld genoemd wordt, strijdt Hij tegen haar.
I. Hier wordt de bazuin geblazen en de oorlog verklaard, vers 1. Alle natiën moeten horen en luisteren, niet alleen omdat hetgeen God doen gaat hun aandacht wel waardig is zoals Hoofdstuk 33:13, maar omdat zij er allen in betrokken zijn, het is met hen, dat God een twist heeft, het is tegen hen, dat God uitgaat in toorn. Laat hen er allen kennis van nemen, dat de grote God toornig op hen is, dat Zijn verbolgenheid is over alle heidenen, laat dus alle heidenen naderen en horen. "De bazuin wordt geblazen in de stad," Amos 3:6, en de wachters op de muren roepen: "Luistert naar het geluid van de bazuin," Jeremia 6:1, "de aarde hore en haar volheid, want zij is des Heeren," Psalm Z4:1, en behoort te luisteren naar haar maker en meester. De wereld moet horen en alles wat daaruit voortkomt, de kinderen van de mensen, die van de aarde aards zijn, komen er uit voort en moeten er toe weerkeren, of, de onbezielde voortbrengselen van de aarde worden opgeroepen, daar het meer waarschijnlijk is dat zij zullen luisteren dan de zondaren, wier hart verhard is tegen de roepstem Gods. Hoort, gij bergen, de twist des Heeren," Micha 6:2. Het is zo rechtvaardig een twistzaak, dat omtrent haar billijkheid gerust een bergop gedaan kon worden op geheel de wereld.
II. Hier is het manifest openbaar gemaakt waarin wordt aangetoond:
1. Tegen wie Hij oorlog voert, vers 2, de verbolgenheid des Heeren is over al de heidenen, zij zijn allen saamverbonden tegen God en Gods dienst, allen zijn zij de belangen toegedaan van de duivel, en daarom is Hij verbolgen op allen, namelijk op al de heidenen, die Hem vergeten. Gedurende lange tijd heeft Hij hen "laten wandelen in hun wegen," Handelingen 14:16, maar nu zal Hij niet langer zwijgen, gelijk zij allen de weldaad hadden van Zijn lankmoedigheid, zo moeten zij nu allen verwachten Zijn toorn te gevoelen. Zijn grimmigheid is inzonderheid over hun legers.
a. Omdat zij met hun legers kwaad hebben gedaan aan het volk van God, deze zijn het, die bloedig werk onder hen gedaan hebben, en daarom kunnen zij er zeker van zijn dat hun bloed te drinken zal worden gegeven.
b. Omdat zij met deze, dit is met hun legers, bestand denken te zijn tegen de gerechtigheid en de macht van God, zij steunen en vertrouwen er op als hun verdediging en bescherming, en daarom zal over hen in de eerste plaats Gods verbolgenheid zijn. Voor Gods toorn zijn legerscharen slechts als stoppelen voor een verterend vuur, al zijn zij ook nog zo talrijk en kloekmoedig.
2. Voor wie Hij strijd voert, en wat de gronden en redenen zijn van de oorlog, vers 8. Het is de dag van de wraak des Heeren, en Hij is het wie de wraak toekomt, en die nooit onrechtvaardig is, als Hij wraak doet, Romeinen 3:5. Gelijk er een dag is van de lankmoedigheid des Heeren, zo zal er een dag zijn van Zijn wraak, want, hoewel Hij lang verdraagt, zal Hij toch niet altijd verdragen. Het is het jaar van de vergeldingen om Zions twistzaak. Zion is de heilige stad, de stad onder bijeenkomsten een type en afschaduwing van de kerk Gods in de wereld. Zion heeft een rechtvaardige twistzaak met haar naburen om het onrecht dat zij haar hebben aangedaan, voor al die trouweloosheid en wreedheid, waarmee zij haar behandeld hebben, haar heilige dingen ontwijdende, haar paleizen verwoestende en haar zonen dodende. Zij heeft het aan God overgelaten om haar twistzaak te twisten, en Hij zal het doen als de bestemde tijd gekomen is om aan Zion gunst te bewijzen, dan zal Hij aan haar vervolgers en verdrukkers het kwaad vergelden, dat zij haar gedaan hebben. De twistzaak zal beslist worden, dat is er zal uitspraak in worden gedaan, en die uitspraak zal luiden dat aan Zion onrecht is gedaan, en in het haar aangedane onrecht werd Zions God verongelijkt, en nu zal na deze beslissing het oordeel worden uitgesproken, en het oordeel, het vonnis zal volvoerd worden. Er is in de raad Gods een tijd vooraf vastgesteld voor de verlossing van de kerk en het verderf van haar vijanden, een jaar van de verlosten, dat komen zal, een jaar van de vergeldingen om Zions twistzaak en wij moeten het geduldig verbeiden, en over niets oordelen voor de tijd.
III. Hier zijn de krijgsoperaties en de methode ervan vastgesteld met onfeilbare zekerheid van succes.
1. Het zwaard des Heeren gebaad in de hemel, vers 5, dat is al de toebereiding voor de oorlog, die hier gemaakt wordt. Het kan een toespeling zijn op een onder hen bestaand gebruik, om hun zwaarden in het een of ander vocht te dompelen om ze te harden of blinkend te maken, het is hetzelfde als ze te scherpen en te vegen, dat is te polijsten, Ezechiël 21:9-11. Gods zwaard is gebaad in de hemel, in Zijn raad en raadsbesluit, in Zijn gerechtigheid en macht, en dan kan niemand er voor bestaan.
2. Het zal neerdalen, wat Hij besloten heeft zal zonder falen ten uitvoer worden gebracht, het zal neerdalen van de hemel, en hoe hoger de plaats is, vanwaar het komt, hoe zwaarder het vallen zal, het zal neerdalen op Edom, het volk van Gods vloek, dat onder Zijn vloek ligt en er door ten verderve gewild is. Rampzalig, voor eeuwig rampzalig zijn zij. die zich door hun zonden tot het volk van Gods vloek hebben gemaakt, want het zwaard des Heeren zal zonder falen gepaard gaan met de vloek des Heeren, en er het vonnis van volvoeren, en die Hij vloekt, zijn in waarheid vervloekt. Het zal neerdalen ten oordeel, om oordelen te volvoeren aan de zonderen. Gods oorlogszwaard is altijd een zwaard van de gerechtigheid. Er is opgemerkt van Hem, uit wiens mond een scherp zwaard gaat, dat Hij "oordeelt en krijg voert in gerechtigheid," Openbaring 19:11, 15.
3. De heidenen en hun legers zullen aan het zwaard overgeleverd worden, vers 2. God heeft hen ter slachting overgeleverd, en dan kunnen zij zichzelf er niet van verlossen, en evenmin kunnen al de vrienden, die zij hebben, hen ervan verlossen. Alleen diegenen worden gedood, die God ter slachting overlevert, want de sleutels van de dood zijn in Zijn hand, en door hen ter slachting over te leveren, heeft Hij hen ten enenmale verdaan, hun verderf is even gewis, als God hen er aan gewijd heeft, alsof zij reeds vernietigd waren, volkomen vernietigd. God heeft in werkelijkheid al de wrede vijanden van Zijn kerk ter slachting overgeleverd door het woord, Openbaring 13:10 :Indien iemand met het zwaard zal doden, die moet zelf met het zwaard gedood worden, want de Heere is rechtvaardig.
4. Ingevolge het vonnis zal er een ontzettende slachting onder hen aangericht worden, vers 6. Als het zwaard des Heeren neerdaalt met een opdracht, dan houdt het een parate executie, het is vol van bloed, het is er mee gedrenkt, het is er van verzadigd, ja oververzadigd, met het bloed van de verslagenen, het is er vet mee gemaakt. Als de dag van Gods misbruikte goedertierenheid en lankmoedigheid voorbij is, dan zal het zwaard van Zijn gerechtigheid geen lijfsgenade verlenen en niemand sparen. Door de zonde hebben de mensen de eer van de menselijke natuur verloren, en zijn zij geworden als de beesten die vergaan, daarom worden hun terecht het mededogen en de eerbied ontzegd, die aan de menselijke natuur verschuldigd zijn, en worden zij als beesten gedood, en zo geeft men er niet meer om een leger van mensen te doden, dan om een kudde van lammeren of geiten te slachten, en zich met het vet van de nieren van de rammen te voeden. Ja het zwaard des Heeren zal niet alleen de lammeren en geiten doden, de infanterie van hun leger, de arme, gewone soldaten, maar, vers 7, ook de eenhoornen zullen met hen naar beneden worden gebracht, en de varren met de stieren, al zijn zij ook nog zo hoog en trots, nog zo sterk en woest, "de groten, en de rijken, en de oversten over duizend," Openbaring 6:15, het zwaard des Heeren zal een even gemakkelijke prooi van hen maken als van de lammeren, en voor de toorn van de grote God zijn de grootsten van de mensen als niets. Zie welk een bloedig werk er gedaan zal worden, hun land zal doordronken zijn van het bloed, zoals van de regen, die er dikwijls en in groten overvloed opvalt, en hun stof, hun dor en onvruchtbaar land zal van het smeer vet gemaakt worden, als bemest worden met het vet van mensen, die in de volle kracht van hun leven gedood zijn. Ja zelfs de bergen, die hard en rotsachtig zijn, zullen smelten van hun bloed, vers 3. Deze uitdrukkingen zijn hyperbolisch, zoals de uitdrukking van Johannes in Openbaring 14:20 " het bloed is tot de tomen van de paarden gekomen," en zij worden gebezigd omdat zij een zeer vreeslijken klank hebben voor het gevoel (zelfs de gedachte aan zoveel mensenbloed doet ons huiveren) en daarom zijn zij geschikt om de verschrikking van Gods toorn aan te duiden, die boven alle beschrijving of bevatting ontzettend is. Zie welk een werk door zonde en toorn gedaan wordt zelfs in deze wereld, en bedenk hoeveel verschrikkelijker nog de toekomende toorn zijn zal, die zelfs de eenhoornen zal doen afgaan naar de afgrond.
5. Deze grote slachting zal een groot offer zijn aan de gerechtigheid Gods, vers 6. De Heere heeft een slachtoffer te Bozra, daar is het dat de klederen van de groten Verlosser besprenkeld waren met bloed, Hoofdstuk 63:1. Offeranden waren bedoeld tot eer van God, om te doen blijken dat Hij de zonde haat en er voldoening voor eist, en dat niets anders dan bloed er verzoening voor doen kan, tot dit doeleinde wordt deze slachting aangericht, opdat daarin de toorn Gods zal geopenbaard worden van de hemel tegen alle goddeloosheid en ongerechtigheid van de mensen, inzonderheid tegen hun goddeloze en onrechtvaardige vijandschap tegen Zijn volk, aan welke zonde de Edomieten zich openlijk schuldig hadden gemaakt. Voor het brengen van grote offeranden werden zeer vele dieren geslacht, hecatomb- bè (offer van 100 dieren) werden geofferd, en hun bloed voor het altaar uitgestort, en zo zal het wezen in deze dag van de wraak des Heeren. En zo zou de gehele aarde gedrenkt zijn geworden met het bloed van zondaren, indien Jezus Christus, het grote zoenoffer, Zijn bloed niet voor ons had gestort, maar zij, die Hem verwerpen, en geen verbond willen maken met God door deze grote offerande, zullen zelf als slachtoffers vallen van de Goddelijke wraak. Veroordeelde zondaren zijn eeuwige offeranden, Markus 9:48, 49. Zij, die niet offeren (en dat zijn de goddelozen, Prediker 9:2) moeten geofferd worden.
6. Deze verslagenen zullen verfoeilijk zijn voor het mensdom, en zullen evenzeer zijn afkeer en walging zijn, als zij er ooit Zijn verschrikking voor waren, vers 3. Zij zullen weggeworpen worden, niemand zal hun de eerbied bewijzen van hun een eerlijke begrafenis te bezorgen, van hun dode lichamen zal hun stank opgaan, door hun walgelijker reuk, zowel als door het ijzingwekkend gezicht in alle mensen verontwaardiging zal opgewekt worden tegen de zonde en vrees voor de toorn Gods. Zij liggen onbegraven, om gedenktekenen te blijven van de Goddelijke gerechtigheid. 7. De uitwerking en het gevolg van deze slachting zullen een algemene verbijstering en verslagenheid zijn, alsof het gehele samenstel van de natuur in ontbinding of oplossing verkeerde vers 4. Al het heir van de hemelen zal offeren-de zon zal verduisterd worden, en de maan zal er zwart uitzien of in bloed veranderd worden, de hemelen zelf zullen als een boek, of als een perkamenten rol, toegerold worden, als wij er mee afgedaan hebben en het terzijde leggen of wanneer het verschrompeld is door de hitte van het vuur. De sterren zullen vallen zoals de bladeren in de herfst, als de schoonheid, vreugde en vertroosting van het overwonnen volk zullen weg zijn, verloren zijn, de magistratuur en de regering zullen afgeschaft wezen, en alle heerschappij en bestuur, behalve die van het zwaard van de strijd, zal vallen. De veroveraars van die tijd vonden er behagen in om de landen, die zij veroverd hadden, in een woestenij te veranderen, en hier wordt in overdrachtelijke bewoordingen zo'n volkomen verwoesting beschreven, maar de letterlijke vervulling ervan zal plaatshebben in de ontbinding van alle dingen aan het einde van de tijd, van welke laatste dag des oordeels de oordelen, die God thans soms over zondige volken laat komen, typen en voorlopers zijn, en hierdoor behoren wij opgewekt te worden, en daaraan te denken om welke reden deze uitdrukkingen hier en in Openbaring 6:12, 13 gebruikt zijn. Maar zonder metaphoor zijn zij gebruikt in 2 Petrus 3:10 waar ons gezegd wordt dat "de hemelen met een gedruis zullen voorbijgaan, en de aarde verbrand zal worden."