10. Als iemand in de gevangenis leidt, zoals een Herodes Petrus, om hem vervolgens te doden, evenals Jakobus de oudere (
Handelingen 12:1-
4), die gaat tot vergelding daarvoor zelf in de gevangenis, om zelf gedood te worden (
Handelingen 12:21-
23). a) Als iemand met het zwaard zal doden, evenals Petrus eertijds met het zwaard naar van de Hogepriesters dienstknecht sloeg (
Mattheus 26:5 v.), die moet zelf met het zwaard gedood worden, zoals deze bij die gelegenheid reeds gezegd is. De Kerk, die juist het meest zich op Petrus beroemt, heeft echter het minst acht gegeven op hetgeen Petrus' geschiedenis leert en drijft nu in de dienst van de antichrist haar verkeerdheid ten toppunt. Zij zal daarom nog voor hem en zijn vazallen het oordeel ten prooi worden, zoals het sinds lang verdiende (
Ezechiel 27:6-
10). Met dit dreigend woord aan het grote Babel van de laatste tijd over allen, die van Mijn volk nog in haar zijn en, om hun zonden en plagen niet deelachtig te worden, van haar uitgaan (
Hoofdstuk 18:4), maar daarom nu met de heiligen onder hun vervolging moeten bezwijken, wil Ik een vermaning tot standvastige volharding in de verordende strijd verbinden. Hier is de lijdzaamheiden het geloof van de heiligen op zijn plaats (
Hoofdstuk 14:12) lijdzaamheid, die het hardste over zich gaan laat en geloof, dat aan Christus vasthoudt en zich niet laat bewegen zich aan de zijde van het dier te stellen.
a) Genesis 9:6
Het is verkeerd, als de uitleggers menen, dat met de woorden "als iemand in de gevangenis leidt, die gaat zelf in de gevangenis, als iemand met het zwaard zal doden, die moet zelf met het zwaard gedood worden", aan de gelovigen, die door het beest en zijn aanhang vervolgd worden een waarschuwing wordt gegeven, dat zij niet moeten denken aan het aanwenden van dergelijke middelen van geweld, om dat schrikbewind te doen vallen. De toestanden en omstandigheden zorgen er reeds vanzelf voor, dat hun dat niet in de gedachte kan komen, zelfs als zij zouden vergeten, dat de wapens van hen niet vleselijk mogen zijn. Maar ook dat treft geen doel, als men de woorden neemt van een toespraak aan de vervolgde gelovigen: God zal strenge vergelding doen aan hun vervolgers en daarmee moesten zij zich vertroosten en geduldig wachten. Een slechte troost! zo moeten wij met Füller zeggen; want die om zijn belijdenis van Christus wordt gedood, wordt niet daardoor levend, dat zijn moordenaar eveneens een prooi van de dood wordt. Men moest bedenken, dat aan Christenen wel een betere vertroosting kan worden gegeven; maar laten wij dat ook gelden dan zou die toch van zo'n dagelijkse aard zijn, dat moeilijk te begrijpen zou zijn, hoe daarop als op iets bijzonder belangrijks moest worden gewezen met het woord: "die oren heeft om te horen, die horen". Worden nu zonder twijfel de woorden niet gericht aan de vervolgden, maar aan de vervolgers, dan heeft Christus, de Heere met de antichrist, die mens van de zonde en kind van het verderf, evenmin iets te doen, als Hij de duivel ooit een vermaning, waarschuwing of dreiging toedeelt. Hij spreekt slechts tot deze om hem af te weren, niet om hem van iets terug te houden en bedreigingen of voorspellingen handelen slechts over hem, maar worden niet tot hem gericht. Dit leidt noodzakelijk daartoe, dat de woorden tot iemand worden gericht, tot wie de Heere daarom nog een laatste woord spreekt, omdat Hij hem vroeger heeft aangeboord, die Hij echter nu voor altijd uit alle verbintenis met Hem loslaat en aan het oordeel van de verdoemenis overgeeft, evenals Hij met Judas in Johannes 13:27 handelt. Wie deze is, is voldoende te kennen gegeven met het woord: "als iemand oren heeft, die horen". Het is het woord vroeger aan de zeven gemeenten gericht, maar geen woord van roepen en vermanen meer, waarom ook de tweede helft ervan ontbreekt, maar alleen nog een roepstem van overgave aan het gericht. Wij kunnen ook zeggen, welke van de zeven gemeenten bedoeld is, namelijk die te Tyatire, als zinnebeeld van de Roomse kerk (Hoofdstuk 2:18-29). Die nu nog leden en aanhangers ervan zijn kunnen er zich niet over bezwaren, dat hun geestelijke moeder daarmee verongelijkt en op onverdiende wijze gebrandmerkt wordt; zij heeft door haar gedrag, zoals dat in de geschiedenis van de vervolging van andersdenkenden aan het licht is getreden, er ons volle recht toe gegeven, het woord van de goddelijke openbaring daarvan te verklaren. Maar die nu nog in kinderlijke piëteit de zonden van hun geestelijke moeder noch zichzelf noch anderen bekennen, maar menen voor haar waardigheid en haar recht te moeten optreden, zullen in de zielen, die nog enigszins waarheidlievend en op zalig worden bedacht zijn, in de laatste, anti-christelijke tijd navolgers hebben, die dan helderder zullen zien en beter verstaan wat de wil van de Heere is. Die zullen zich dan afzonderen van een Kerk, die zo ver God gaan, dat zij zelfs een verening met de persoonlijke antichrist niet schuwt en hen geldt nu de vermaning aan het slot van onze afdeling, omdat ook zij intreden in de schare van de heiligen tegen welke aan het dier macht wordt gegeven om te strijden en ze te overwinnen. Over het lot van die Kerk, welk oordeel haar met die woorden van in de gevangenis gaan en met het zwaard gedood worden, wordt aangekondigd, vernemen wij niets naders, omdat daarvan in Hoofdstuk 17, 18 het nodige zal worden gezegd. De aankondiging alleen is voldoende om er ons opmerkzaam op te maken, dat nu de volvoering van het vonnis als reeds geschied moet worden gedacht en in de volgende afdeling die tijd van de antichristische heerschappij bedoeld is, die na de val van Babel begint en de volle bloei van deze heerschappij aanbrengt, terwijl het dier zich nu in het bezit van de erfenis van de grote hoer welke zijn tien horens hebben omgebracht, plaatst, om de hoogste kerkelijke macht met de hoogste wereldmacht in een en dezelfde persoon te verenigen, en een priesterlijk koninkrijk in de dienst van de duivel op te richten. Daarvoor is een profeet nodig en die zal hem ook niet ontbreken in het bezinksel van al de onreinheid, die de grote hoer bij haar eigen ondergang achter zich heeft gelaten. De vervolgers van de gelovigen zullen de vergelding van hun euveldaden van de Heere ontvangen; zij zullen die ondervinden in dezelfde bezoekingen als zij de heiligen hebben aangedaan; hun zal gemeten worden met dezelfde maat, waarmee zij anderen gemeten hebben. Ten tijde van de vervolging behoorde Johannes onder hen die "in de gevangenis werden geleid", want om het Woord en de getuigenis van Jezus Christus werd hij verbannen naar het eiland Patmos, terwijl een Antipas met het zwaard werd gedood en in het lot van deze of van Johannes deelden velen. Maar de wreedaardige vervolging is op het eigen hoofd van de vijanden met woeker teruggekomen. Daarom lezen wij ook: "en de tien horens, die u gezien heeft op het beest, die zullen de hoer haten en zullen haar woest maken en naakt; en zij zullen haar met vuur verbranden" en weer: "Vergeld haar, zoals zij jullie vergolden heeft en verdubbel haar dubbel naar haar werken. In de drinkbeker, waarin zij geschonken heeft, schenk haar dubbel. " Altijd heeft zich dit bewaarheid en ook de toekomst zal er het bewijs van leveren, want "wie mensenbloed vergiet; diens bloed zal door de mensen vergoten worden. " Men vindt de voorbeelden daarvan in het uiteinde van Domitianus, Valerianus, Julianus, ja, in de verschrikkelijke ondergang van het hele Romeinse rijk en van alle latere wereldheerschappijen, die door het vervolgen van de Kerk in de voetstappen van de Romeinse getreden waren en evenals deze vernietigd zijn. Het zal ook dus gaan met de laatste macht op aarde, die zich tegen God verzet, Gog en Magog. Daarom zijn "lijdzaamheid" en "geloof" de heiligen nodig. Als zij die behouden, zullen zij de vernieling aanschouwen van hun bitterste vijanden; maar zij zullen tevens zien, dat de rechtvaardigen groeien als de palmbomen en groeien als de cederen van de Libanon. Vader in onze Heere Jezus Christus! geef het ons eenmaal te aanschouwen en te genieten en bereid er ons op voor, opdat wij lijdzaam en in geloof wandelen!
De Kerk zal wel door het beest verdrukt worden, maar het zal de beurt van de antichrist ook eens worden; zoals hij de kinderen van God gedaan heeft, zo zal aan hem gedaan worden. De gelovigen hebben hun geloof maar aan te wakkeren door de belofte van de uitkomst en ondertussen lijdzaam alles te verdragen.
Het was zeker wonderlijk en het scheen een ieder ongelooflijk, dat zo'n heerlijkheid vallen zou; maar het is gevallen, het Romeinse rijk. Het is ook naar goddelijke, natuurlijke en heidense wetten recht, dat aan een ieder zal geschieden, wat hij een ander heeft aangedaan. Het is recht, omdat Rome alles beroofd heeft, alle volken moeite heeft aangedaan en alle mensen bloedige oorlogen heeft teweeg gebracht, dat hij weer door alle volken aangevallen, beroofd, gescheurd en vertreden zal worden. Laat ons dit oordeel van God gadeslaan, en laat ons God vrezen en alle mensen weldoen want hier is een vonnis gegeven over alle mensen, die hun naasten verongelijken, maar allermeest tegen hen, die de onschuldigen met strijd of slavernij bezwaren.
God heeft Zich voorgenomen het bloed van Zijn knechten te wreken (Deuteronomium 32:43). God zal Babylon vergelden en zal wraak over haar nemen over de woede en ontheiliging van de heiligdommen zoals de volgende profetie leert (Hoofdstuk 17:16-17; 18:5-6). De uitkomst heeft dit reeds beginnen te leren, maar wij wachten nog andere en grotere dingen, als het God behagen zal de Roomsgeestelijke heerschappij, gegrondvest op zoveel onenigheden en verderfelijke oorlogen en ballingschappen en bloedvergieten van de onschuldige belijders van de waarheidgeheel te verdelgen.
VII. Vers 11-13. Verder ziet Johannes uit de aarde een dier opkomen en dit dier wordt voor de reeds persoonlijk geworden en tot een diabolische priesterkoning ontwikkelde anti-christ, tot de door de hel geïnspireerde en met wondergaven toegerusten profeet, opdat hij verleidt die op de aarde wonen en hier tot aanbidden niet alleen van het dier zelf, maar ook van zijn beeld dringt en dwingt. Ook dit dier is karakteristiek genoeg beschreven, om reeds nu te weten, uit welk kerkgenootschap het zal voortkomen. Zijn bedrog, waarvan hij zich zal bedienen, om, zo mogelijk, ook de uitverkorenen te verleiden, is eveneens reeds ontmaskerd, om de verzoeking onmogelijk te maken.