Jeremia 31:10-17
Deze verzen staan in strekking vrijwel gelijk met de vorige: ze verkondigen aan wereld en kerk de bedoelingen van Gods liefde voor Zijn volk. "Dit is een woord des Heeren, dat de heidenen moeten horen, want het is de profetie van een werk des Heeren, waarvan de natiën noodzakelijk kennis moesten nemen". Laat ze de profetie horen, opdat ze de vervulling zoveel beter mogen verstaan en genieten, en laat degenen, die ze horen, ze wederom aan anderen verhalen en "verkondigen in de eilanden, die verre zijn." Het zal iets nieuws zijn, dat door de gehele wereld verspreid wordt. Het zal een grote gebeurtenis in de geschiedenis wezen. Laat ons zien, hoe het in de profetie luidt.
Er wordt voorspeld,
1. Dat degenen, die verstrooid zijn, uit hun verstrooiing zullen samengebracht worden: Hij die Israël verstrooid heeft, zal hem weer vergaderen, want Hij weet waarheen Hij ze verstrooid heeft en waar Hij ze vinden kan, vers 10. "Una cademque manus vulnus opemque tulit, de hand, die de wond sloeg, zal ze ook helen." En wanneer Hij ze tot een lichaam, tot een kudde vergaderd heeft, zal Hij ze bewaren als een herder zijn kudde, zodat ze niet weer verstrooid worden.
2. Zij, die verkocht en vervreemd waren, zullen vrijgekocht en teruggebracht worden, vers 11. Hoezeer de vijand, die Israël in bezit heeft genomen, sterker was dan hij, toch heeft de Heere, die sterker is dan allen, hem vrijgekocht en verlost, niet tegen een prijs, maar door Zijn macht, gelijk van ouds uit de hand van de Egyptenaren.
3. Met hun vrijheid zullen ze overvloed en vreugde hebben, en God zal daarmee verheerlijkt en gediend worden, vers 12,13. Wanneer zij naar hun eigen land zullen teruggekeerd zijn, zullen zij komen en op de hoogte van Zion juichen, op de top van die heiligen berg zullen zij zingen tot eer en prijs van God. Wij lezen, dat zij zulks deden, toen de fundamenten van de tempel gelegd waren, zij zongen bij beurten, met de Heere te loven en te danken, Ezra 3:11. "Zij zullen toevloeien tot des Heeren goed, dat is: zij zullen in groten getale samenkomen, gelijk waterstromen, tot des Heeren goed," om te bidden, dat te genieten en te blijven genieten. Zij zullen komen om Hem voor Zijn goed te danken, wanneer Hij hun koren, most en olie, jonge schapen en runderen zal geven die, nu zij hun vrijheid herkregen hebben, een onbetwist eigendom zijn, dat zij in rust en vrede mogen genieten. Daarvoor zullen ze God vereren met de eerstelingen, die zij op Zijn altaar offeren. Zie, het is troostrijk, de goedheid des Heeren in de giften van Zijn algemene voorzienigheid op te merken, en ook daarin Zijn verbondsliefde te smaken. In hun overvloed (overvloed na zoveel gebrek en schaarsheid) zullen zij zich grotelijks verheugen, "hun ziel zal zijn als een gewaterde hof, bloeiende en vruchtbaar, Jesaja 58:11, aangenaam en welriekend en overvloeiende van al wat goed is". Zie, onze zielen zijn als een hof, maar alleen dan, wanneer zij met de dauw van Gods Geest en genade bevochtigd werden. Het is een kostelijke belofte, die volgt, en die aan deze zijde van het hemelse Zion nimmer ten volle vervuld wordt: "zij zullen voortaan niet meer treurig zin, want eerst in het nieuwe Jeruzalem zal God alle tranen van hun ogen afwissen, Openbaring 21:4. Ze zou evenwel in zoverre vervuld worden, dat de teruggekeerde gevangenen heel niet meer die oorzaak van smart zouden hebben, die ze te voren gehad hadden. Daarom vers 13, zullen de jongelingen en de ouden zich te zamen verblijden, de vreugde van de jongelingen zal ernstig genoeg zijn om de ouden gezelschap te kunnen houden, en de ouden zullen zo blijde zijn, dat zij zich bij de jongeren scharen. "Salva res est, saltat senex, de staat vaart wel, de ouden springen." God zal hun rouw in vreugde veranderen, hun vasten in plechtige feestviering, Zacheria 8:19. Het was in de terugkeer uit Babel, dat degenen, "die in tranen gezaaid hadden, met gejuich maaiden," Psalm 126:5,6. Zij, die God troost, worden inderdaad getroost en kunnen al hun ellende vergeten, wanneer Hij ze na hun smart doet juichen, niet alleen na, maar ook om hun smart, want hun vreugde zal te groter zijn door hun smart, die de tegenstelling te heerlijker doet uitkomen. Hoe meer zij aan hun geleden smart denken, zoveel inniger zullen zij zich in hun verlossing verheugen.
4. Zowel de voorgangers als de volgelingen zullen overvloedige voldoening genieten in wat God hun geeft, vers 14 :Ik zal de ziel van de priesters met vettigheid dronken maken, dit is verzadigen, er zal zo'n menigte slachtoffers naar het altaar gebracht worden, dat degenen, die van het altaar leven, er overvloedig van leven kunnen, zij en hun huisgezinnen zullen met vettigheid verzadigd worden. Zij zullen van het beste hebben, en Mijn volk zal met Mijn goed verzadigd worden. Daarin is voldoende om allen gelukkig te maken. Gods volk vindt een overvloedige voldoening in Zijn goed, al hebben zij ook weinig in deze wereld. Laat hen verzadigd worden met Gods goedertierenheid, en zij verlangen niets beters noch meer om gelukkig te zijn. Dat alles is toepasselijk op de geestelijke zegeningen, die de verlosten des Heeren door Jezus Christus genieten, oneindig hoger in waarde dan koren en most en olie.
5. Zij vooral, die treurden over het verlies hunner kinderen, die in gevangenschap gevoerd waren, zouden hun treuren zien veranderen in blijdschap, als zij terugkeerden, vers 15-17. Hier vinden wij:
A. De droeve klacht, die de moeders aanhieven om het verlies hunner kinderen, vers 15 :Daar is een stemme gehoord in Rama, ten tijde van de algemene wegvoering in ballingschap, niets dan een klagen en een zeer bitter geween, in Rama meer dan ergens elders, omdat Nebuzaradan daar zijn gevangenen samenbracht, naar Hoofdstuk 40:1, waar van Jeremia wordt gezegd, dat men hem van Rama terugzond. Rachel wordt hier gezegd, te wenen om haar kinderen. Het graf van Rachel lag tussen Rama en Bethlehem. Benjamin, een van de twee stammen, en Efraïm het hoofd van de tien stammen, stamden beide van Rachel af. Zij had slechts twee zoons gehad, om wille van de oudste had zijn vader smart gekend en was geweigerd getroost te worden, Genesis 37:35, de anderen had zij zelf Benoni, zoon mijner smart, genoemd. "Nu treurden de inwoners van Rama op gelijke manier om hun zonen en dochteren, die weggevoerd waren, zie 1 Samuël 30:6, en zo'n stem des geweens werd daar gehoord, dat, om een dichterlijke uitdrukking te bezigen, Rachel uit haar graf had kunnen opstaan om mee te klagen. De liefhebbende ouders weigerden over hun kinderen getroost te worden, omdat zij niet meer waren," niet meer in hun omgeving, maar in de handen des vijands gevallen, hoogst waarschijnlijk zouden zij hen nimmermeer zien. Dat wordt door de Evangelisten toegepast op de kindermoord van Herodes te Bethlehem, Mattheus 2:17, 18, en deze Schrift wordt gezegd, daarin vervuld te zijn. Zij weenden over hen "en wilden niet getroost worden, daar hun geen oorzaak van troost gelaten was, omdat zij niet meer waren." Zie, smart over het verlies van kinderen moet wel grote smart zijn, vooral als men meent, dat zij niet meer zijn.
B. Een gepaste troost wordt hun desondanks geboden, vers 16, 17. Hun wordt geraden, hun smart te matigen en in te binden: Bedwing uw stem van geween en uw ogen van tranen. Ons wordt niet verboden, in zo'n geval te treuren, natuurlijke genegenheid behoeft niet uitgeroeid te worden. Maar wij mogen die smart niet over ons laten heersen of ons verhinderen ons in God te verblijden en onze plicht jegens Hem te vervullen. Al treuren wij, we mogen niet murmureren, noch wenen, gelijk Jacob deed, dat wij, rouw bedrijvende, in het graf zullen nederdalen. Om onmatige smart te keren moeten wij bedenken, dat "daar verwachting is voor onze nakomelingen, verwachting, dat er een einde zal komen aan hun ellende, die niet eeuwig zal duren, dat er een gelukkig, vreedzaam einde zal zijn". Zie, dit moet ons steunen onder onze rampen, dat wij reden hebben te verwachten, dat het einde goed zal zijn. "De rechtvaardige hoopt in zijn dood, dat zal het gezegende besluit van zijn smart en de gezegende overgang tot zijn vreugde zijn". "Er is verwachting voor uw nakomelingen, " al beleeft gij die glorierijke dagen zelf niet meer, daar is verwachting, dat uw nakomelingen ze zullen zien. Al valt een geslacht in de woestijn, het volgende zal Kanaän binnengaan. Tweeërlei verwachting kan u troosten:
a. De beloning op uw arbeid. "De arbeid uws lijdens zal beloond worden. De troost van de bevrijding zal groot genoeg wezen, om al de smart van de ballingschap in de schaduw te stellen. God verblijdt Zijn volk naar de dagen, in dewelke Hij het verdrukt had," Psalm 90:15, en zo is er evenwicht tussen de vreugde en de smart, als tussen de arbeid en het loon. "De heerlijkheid, die geopenbaard zal worden, waarop de heiligen eindelijk hopen, zal overvloedig opwegen tegen het lijden van de tegenwoordige tijde," Romeinen 8:18.
b. Het herstel uwer kinderen: Zij zullen wederkomen tot hun landpalen, vers 17, uit het land hunner vaderen, vers 16. Daar is verwachting, dat kinderen, die afgedwaald waren, weer thuis komen. Jacob smaakte een onuitsprekelijk genot, toen hij zijn zoon Jozef, aan wie hij gewanhoopt had, weer ontmoeten mocht. Daar is verwachting voor kinderen, door de dood weggenomen, dat zij tot hun landpale zullen wederkomen, tot het zalig lot, dat hun in de opstanding in het hemels Kanaän, de landpale van zijn heilige woning, beschoren wordt. Wij hebben reden om onze smart te matigen over de dood van onze kinderen, die in Gods verbond zijn begrepen, wanneer wij bedenken, dat wij verwachting hebben ze ten eeuwigen leven te zien opstaan. Zij zijn niet verloren, maar ons voorgegaan.