Genesis 35:16-20
Wij hebben hier de geschiedenis van de dood van Rachel, de beminde huisvrouw van Jakob.
1. Op weg overviel haar de barensnood, zodat zij niet instaat waren Bethlehem, de naastbijzijnde stad, te bereiken, hoewel zij er dichtbij waren, zo plotseling overvallen soms de weeën een barende vrouw, waaraan zij niet kan ontkomen. Wij kunnen veronderstellen dat Jakob wel spoedig een tent had opgezet, gerieflijk genoeg om haar te ontvangen.
2. Haar smarten waren heftig. Zij had het hard in haar baren, harder dan gewoonlijk, dit was het gevolg van de zonde, Hoofdstuk 3:16. Het menselijk leven begint met smart, en de rozen van zijn blijdschap zijn omringd met doornen.
3. De vroedvrouw bemoedigde haar, vers 17. Ongetwijfeld had zij haar vroedvrouw meegenomen, om terstond hulp van haar te kunnen hebben, maar dat beveiligde haar toch niet. Toen Rachel Jozef baarde, had zij gezegd: De Heer voege mij een andere zoon daartoe, hetgeen de vroedvrouw nu gedenkt, en zij zegt haar dat haar wens nu vervuld was. Maar dit hielp niet om haar moed levendig te houden, God kan de vrees van ons wegnemen, niemand anders. Hij alleen spreekt als machthebbende: Vrees niet. Wij zijn geneigd om in groot en dreigend gevaar onszelf en onze vrienden te vertroosten met de hoop op een tijdelijke uitredding, waarin wij echter teleurgesteld kunnen worden, wij zouden beter doen als wij onze hoop grondden op hetgeen niet kan falen of teleurstellen, de hoop, namelijk van het eeuwige leven.
4. Haar barensnood was voor het leven voor haar kind, maar ten dode voor haarzelf. Hoewel de smarten en gevaren door de zonde teweeg zijn gebracht, zijn zij toch soms noodlottig geweest voor zeer heilige vrouwen, die, hoewel zij niet behouden werden in het baren, toch zalig werden door te baren, zalig door een eeuwige verlossing. Hartstochtelijk had Rachel uitgeroepen: Geef mij kinderen, of indien niet zo ben ik dood, en nu zij kinderen had (want dit was haar tweede kind) stierf zij. Haar sterven wordt hier genoemd een uitgaan van haar ziel. De dood van het lichaam is slechts het heengaan van de ziel naar de wereld van de geesten.
5. Met stervende lippen noemde zij haar pasgeboren zoon Ben-oni, de zoon van mijn smart. En menige zoon, die niet in zo zware barensnood ter wereld kwam, bleek toch de zoon van de smart van zijn ouders te wezen, en het verdriet van haar, die hem gebaard heeft. Kinderen zijn smart genoeg voor hun arme moeders in het baren, het zogen en het verzorgen van hen, daarom behoren zij, als zij opgroeien, er zich op toe te leggen om haar vreugde te wezen, om aldus, zo het mogelijk is, haar enige vergoeding te bieden. Omdat Jakob echter niet de treurige herinnering aan de dood van de moeder wilde hernieuwen, telkens als hij zijn zoon bij zijn naam noemde, veranderde hij zijn naam en noemde hem Benjamin, de zoon van mijn rechterhand, dat is: "mij zeer dierbaar, aan mijn rechterhand gesteld tot een zegen, de steun van mijn ouderdom, zoals de staf in mijn rechterhand."
6. Jakob begroef haar nabij de plaats waar zij stierf. Daar zij in het kraambed was gestorven, was het gepast om haar spoedig te begraven, daarom bracht hij haar niet naar zijn familiegraf. Als de ziel na de dood in de rust is, dan doet het er weinig toe waar het lichaam rust, op de plaats waar de boom valt laat het daar wezen. Er wordt geen melding van gemaakt, dat er rouw werd bedreven bij haar dood, omdat dit als vanzelf sprak. Ongetwijfeld was Jakob een oprecht rouw dragende. Merk hier op, dat grote beproevingen ons treffen na grote vertroostingen. Opdat Jakob zich niet zou verheffen vanwege de gezichten van de Almachtige, waarmee hij geëerd was, werd dit hem gezonden als een doorn in zijn vlees om hem te verootmoedigen. Zij, die de gunsten genieten, die bijzonder aan de kinderen van God gegeven worden, moeten toch ook de beproevingen en benauwdheden verwachten, die aan alle mensenkinderen gemeen zijn. Debora die, zo zij was blijven leven, een vertroosting voor Rachel zou geweest zijn in haar uitersten nood, was kort tevoren gestorven. Als de dood komt in een gezin, dan valt dikwijls meer dan een onder zijn slagen. Door hem spreekt God eens, ja twee maal. De Joodse schrijvers zeggen: "De dood van Debora en Rachel was een boete voor den moord van de Sichemieten veroorzaakt door Dina, een dochter van het gezin.
Eindelijk. Jakob richtte een gedenkteken op boven haar graf, zodat het nog lang daarna bekend was als Rachels graf, 1 Samuël 10:2, en Gods voorzienigheid heeft het zo beschikt dat die plaats tot Benjamins erfdeel behoorde. Jakob richtte een gedenkteken op ter herinnering aan zijn blijdschap, vers 14, en hier richt hij er een op ter herinnering aan zijn smart, want gelijk het nuttig kan wezen voor onszelf om beiden in gedachtenis te houden, zo kan het ook nuttig wezen voor anderen om de gedachtenis van beiden over te leveren. Lang daarna heeft de kerk erkend, dat hetgeen God te Beth-el tot Jakob zei, door Zijn woord en door Zijn tuchtroede voor haar ter onderrichting bedoel was, Hosea 12:5. Aldaar sprak Hij met ons.