Mattheus 2:16-18
Hier is: I. De wrok van Herodes wegens het vertrek der wijzen. Hij heeft lang gewacht op hun terugkeer, hij hoopte, dat zij, hoewel langzaam in hun onderzoek, zeker van hun zaak zullen zijn bij de uitkomst er van, en dan zal hij dezen mededinger terstond bij zijne verschijning verpletteren. Op zijne navraag naar hen hoort hij echter, dat zij langs een anderen weg vertrokken zijn, hetgeen zijne afgunst nog doet toenemen, en hem doet vermoeden, dat zij het belang van den nieuwen Koning dienen, en dit maakt hem zeer toornig, en wegens deze teleurstelling wordt hij gans in woede ontstoken. De vloed van ingekankerd bederf rijst hoger door de hinderpalen, die het ontmoet bij het najagen van een zondig plan.
II. Zijne politieke kunstgreep, om desniettegenstaande dezen geboren Koning der Joden uit den weg te ruimen. Kon hij Hem afzonderlijk al niet bereiken, hij twijfelt niet, of hij zal Hem kunnen treffen door een algemenen maatregel van verderf, dat gelijk het oorlogszwaard, den een zowel als den ander zal verteren. Dit zal een afdoende maatregel zijn, en zo moeten zij, die hun eigene ongerechtigheid willen te niet doen, er zich van verzekeren, dat zij al hun ongerechtigheden te niet doen. Herodes was een Edomiet, vijandschap jegens Israël zat hem dus in merg en gebeente. Doëg was een Edomiet, die, vanwege David, al de priesters des Heren ombracht. Het was vreemd, dat Herodes iemand kon vinden, die onmenselijk genoeg was, om zich tot zulk een bloedig en barbaars werk te laten gebruiken, maar boze handen hebben nooit gebrek aan boze werktuigen. Kleine kinderen zijn altijd onder de bijzondere bescherming geweest, niet slechts van menselijke wetten, maar van de menselijke natuur, toch worden zij nu opgeofferd aan de woede van dezen tiran, onder wie, evenals onder Nero, onschuld wel de minste waarborg is voor veiligheid. Gedurende zijne ganse regering was Herodes een bloeddorstig man, niet lang te voren had hij het ganse Sanhedrin omgebracht, maar voor de bloeddorstigen is bloed gelijk drank voor waterzuchtigen, quo plus sunt potae, plus sitiuntur aquae -hoe meer zij drinken, hoe groter hun dorst wordt. Herodes was nu ongeveer zeventig jaren oud, zodat een kind, dat toenmaals nog geen twee jaar oud was, hem wel nooit enigerlei moeite of onrust zou veroorzaken. Ook was hij geen man, die al te grote liefde had voor zijne eigene kinderen of hun belangen al te zeer ter harte nam, daar hij vroeger reeds twee zijner zonen, Alexander en Aristobulus, en daarna nog zijn zoon Antipater, slechts vijf dagen voor hij zelf stierf, had laten ter dood brengen, zo dat hij door niets anders dan door zijn eigen dierlijken lust tot wreedheid en hoogmoed hiertoe gedreven werd. Alles was vis wat in zijn net kwam. Let op de uitgebreide maatregelen, die hij nam:
1. Met betrekking tot den tijd, hij heeft omgebracht al de kinderen van twee jaren oud en daaronder. De gezegende Jezus was waarschijnlijk toen nog geen jaar oud, evenwel, Herodes neemt alle kinderkens van twee jaren oud en daaronder, ten einde er zeker van te zijn, dat zijne prooi hem niet zal ontsnappen. Hij bekreunt er zich niet om hoe vele hoofden, die hij zelf erkent onschuldig te zijn, zullen vallen, mits maar het ene, dat hij schuldig waant, getroffen wordt.
2. Met betrekking tot de plaats, hij doodt alle kinderen van het mannelijk geslacht, niet slechts in Bethlehem, maar in al des zelfs landpalen, in al de dorpen, die tot die stad behoorden. Dit was al te goddeloos. Prediker 7:17. Ene ongebreidelde toorn, gewapend met ene onwettige macht, vervoert de mensen dikwijls tot de ongehoordste wreedheid. Het was in God niet onrechtvaardig dit toe te laten, elk leven is, zodra het begint, reeds aan Zijne gerechtigheid verbeurd. De zonde, die door de ongehoorzaamheid van enen mens is ingekomen, heeft den dood met zich gebracht, en wij hebben niet te denken aan iets nog boven en behalve deze algemene schuld, wij moeten niet denken, dat deze kinderen zondaars zijn geweest boven allen, die in Israël waren, omdat zij dit geleden hebben. Gods oordelen zijn een grote afgrond. De krankheden en de dood van kleine kinderen zijn een bewijs van de erfzonde. Maar wij moeten dezen kindermoord nog uit een ander oogpunt beschouwen, het was hun martelaarschap, Hoe vroeg reeds is de vervolging van Christus en van Zijn koninkrijk begonnen! Meent gij, dat Hij gekomen is om vrede te brengen op de aarde? Neen, maar een zwaard, een zwaard gelijk aan dit zwaard, Hoofdstuk 10:34, 35. Hiermede werd een lijdelijke getuigenis aan den Heere Jezus gegeven. Evenals toen Hij nog in moeders lijf was, Hem getuigenis werd gegeven door het opspringen van vreugde eens kinds in moeders lijf bij Zijne nadering, zo heeft Hij nu op tweejarigen leeftijd het getuigenis van tijdgenoten van dezelfden leeftijd. Zij hebben hun bloed voor Hem gestort, die later Zijn bloed zou storten voor hen. Dit was de infanterie van het grote heir der martelaren. Indien deze kinderkens aldus met bloed gedoopt zijn (zij het ook hun eigen bloed) als ingang tot de triomferende Kerk, dan kan men niet anders zeggen dan dat zij in den hemel ene heerlijke en overvloedige vergoeding ontvingen voor hetgeen zij hadden verloren op aarde.
Uit den mond der kinderkens en der zuigelingen heeft God zich lof bereid. De overlevering der Griekse kerk (en wij hebben dit in het Ethiopische misboek) luidt, dat het aantal der omgebrachte kinderen 14000 bedroeg, maar dit is ongerijmd. Ik geloof, dat zo men de geboorte der kinderen van het mannelijk geslacht in de wekelijkse opgave berekende, er in de volkrijkste steden der wereld niet zo velen van onder de twee jaren oud gevonden zouden worden, en veel minder nog in Bethlehem, ene kleine stad, die er nog lang geen veertigste deel van was. Maar dit is een voorbeeld van het ijdele en nietswaardige der overlevering. Het is vreemd, dat Josephus deze gebeurtenis niet verhaalt, maar hij schreef lang na Mattheus, en de waarschijnlijke reden, waarom hij er geen gewag van maakt, is, dat hij de Christelijke geschiedenis niet met zijn gezag wilde beschermen of ondersteunen, want hij was een ijverige Jood, maar indien zij niet waar en deugdelijk gestaafd was, dan zou hij haar voorzeker ontkend hebben. Macrobius, een Heidens schrijver, verhaalt ons, dat Augustus Caesar, toen hij hoorde, dat Herodes, onder de kinderen beneden de twee jaren, die hij liet ombrengen, ook zijn eigen zoon doodde, schertsend van hem zei: Het is beter Herodes' zwijn, dan Herodes' zoon te wezen. De zede van het land verbood hem een zwijn te doden, maar niets kon hem weerhouden van zijn zoon te doden. Sommigen denken, dat hij een jong kind bij ene voedster te Bethlehem had besteed, anderen denken, dat, bij vergissing, twee gebeurtenissen verward zijn-de kindermoord, en het vermoorden van zijn zoon Antipater. Maar als de kerk van Rome de Heilige onnozelen, zoals zij hen noemen, in hun kalender plaatsen, en een dag wijden aan hun nagedachtenis, terwijl zij zo dikwijls door hun barbaarse slachtingen Herodes gerechtvaardigd, ja hem nog overtroffen hebben in wreedheid, dan is dit wel zeer onzinnig, want zij doen slechts wat hun voorgangers gedaan hebben, die de graven der profeten opbouwden, terwijl zij zelven dezelfde mate vervulden. Sommigen zien nog een ander doeleinde der Voorzienigheid in den kindermoord te Bethlehem. Uit alle profetieën van het Oude Testament blijkt, dat Bethlehem de plaats, en dit de tijd was van de geboorte van den Messias, daar nu al de kinderen te Bethlehem, die toen geboren waren, vermoord werden, terwijl Jezus alleen ontkwam, kan ook niemand dan Jezus er aanspraak op maken de Messias te zijn. Door het land van dezen nieuwen koning te hebben bevrijd, dacht Herodes nu al de Oud- Testamentische profetieën verijdeld te hebben, de aanwijzingen der ster te niet te hebben gedaan, en de vrome toewijding der wijzen op niets te hebben doen uitlopen. De bijenzwerm verbrand hebbende, komt hij tot de gevolgtrekking ook den bijenkoning te hebben gedood, maar God in den hemel belacht hem, de Heere bespot hem. Welke listige en wrede raadslagen er ook in `s mensen hart opkomen, de raad des Heren zal bestaan.
III. De vervulling der Schrift hierin (vers 17, 18). Toen is vervuld geworden de profetie (Jeremia 31:15). Ene stem is in Rama gehoord. Zie en bewonder de volheid der Schrift! Die voorzegging werd vervuld in Jeremia's tijd, toen Nebuzaradan na Jeruzalem verwoest te hebben, al zijne gevangenen naar Rama bracht (Jeremia 40:1) en dáár naar welgevallen over hen beschikte, hetzij voor het zwaard of voor de gevangenschap. Toen werd het geschrei in Rama gehoord te Bethlehem (want deze twee steden, de ene in Juda en de andere in Benjamin, waren niet ver van elkaar), maar nu is de profetie nogmaals vervuld in de grote smart, die er heerste over den dood dezer kinderen. De Schrift werd vervuld:
1. In de plaats van dit rouwbedrijf. Het gerucht er van werd gehoord van Bethlehem tot Rama, want de wreedheid van Herodes strekte zich uit tot al de landpalen van Bethlehem, tot in het land van Benjamin toe, onder de kinderen van Rachel. Sommigen denken, dat de landstreek rondom Bethlehem Rachel genoemd werd, omdat zij aldaar stierf en werd begraven. Rachels graf was dicht bij Bethlehem, Genesis 35:16, 19. Vergelijk 1 Samuël 10:2. Rachel had haar hart zeer sterk op hare kinderen gezet: den zoon, dien zij stervende gebaard heeft, noemde zij Benoni, den zoon harer smart. Deze moeders waren gelijk aan Rachel, zij woonden dicht bij Rachels graf, en velen van haar zijn van Rachel afgestamd, daarom wordt hare rouwklage sierlijk voorgesteld als een wenen van Rachel.
2. In de mate van dit rouwbedrijf. Het was geklaag, geween en veel gekerm, en dit alles was nog weinig genoeg om uiting te geven aan haar gevoel wegens deze zware ramp. Er was een groot geschrei in Egypte toen de eerstgeborenen gedood werden, en zo was er hier een groot geschrei toen de jongsten werden omgebracht, voor welke wij natuurlijk ene bijzondere teerheid gevoelen. Hier was ene voorstelling van de wereld, waarin wij leven. Wij horen in die wereld geklaag, geween en veel gekerm, wij zien de tranen der verdrukten, nu eens veroorzaakt door dit, en dan weer door wat anders. Onze weg loopt door een tranendal. Die smart was zo groot, dat zij niet vertroost wilden worden. Zij verhardden er zich in, en vonden genot in hun droefheid. Geloofd zij God, er is in deze wereld gene oorzaak van smart, ja, zelfs niet als de zonde er de oorzaak van is, die ons rechtigt om te weigeren vertroost te worden. Zij wilden niet vertroost worden, omdat zij niet zijn, dat is: zij zijn niet in het land der levenden, zij zijn niet zoals zij waren in de omhelzing hunner moeders. Indien zij werkelijk niet waren, dan zou er enige verontschuldiging zijn voor het treuren alsof wij gene hope hadden, maar wij weten, dat zij niet verloren zijn, maar ons zijn voorgegaan, indien wij vergeten, dat zij zijn, dan verliezen wij den besten grond onzer vertroosting, 1 Thessalonicenzen 4:13. Sommigen maken deze grote smart der Bethlehemieten tot een oordeel over hen vanwege hun minachting van Christus. Zij, die zich niet wilden verblijden vanwege de geboorte van den Zone Gods, worden nu terecht tot wenen en rouwbedrijf gebracht over den dood hunner eigene zonen, want zij verwonderden zich slechts over de tijding, die hun door de herders werd gebracht, maar zij hebben Hem geen welkom geheten. De aanhaling dezer profetie kan dienen ter vermijding of voorkoming van ene tegenwerping, die sommigen tegen Christus zouden kunnen inbrengen vanwege deze treurige geschiedenis. "Kan de Messias, die de Vertroosting Israël's moet wezen, als ingeleid worden met al dit geklaag en geween?" Ja, want aldus was het voorzegd, en de Schrift moet vervuld worden. En behalve dat, als wij deze profetie nog verder nagaan, dan zullen wij bevinden, dat het bittere wenen in Rama slechts het voorspel was van de grootste blijdschap, want er volgt op: Er is loon voor uwen arbeid, en er is verwachting voor uwe nakomelingen. Hoe erger het met de zaken staat, hoe eerder er verandering ten goede in zal komen. Hun was een Kind geboren, dat genoegzaam was om al hun verliezen goed te maken.