Psalm 72:2-17
Dit is een profetie van de voorspoed en de bestendigheid van het koninkrijk van Christus onder afschaduwing van de regering van Salomo. Zij wordt te pas gebracht:
1. Als een pleitgrond om aan het gebed kracht bij te zetten: Heere, geef hem Uw rechten en Uw gerechtigheid, en dan zal hij Uw volk richten met gerechtigheid, en aldus beantwoorden aan het doel van zijn verheffing, vers 2. Geef hem Uw genade, en dan zal Uw volk dat aan zijn zorg is toevertrouwd, er het voordeel en de weldaad van hebben." "Overmits God Israël beminde, heeft Hij hem tot koning over hen gesteld, om recht en gerechtigheid te doen." 2 Kronieken 9:8. Wij kunnen in het geloof met God worstelen om de genade, waarvan wij reden hebben om te denken dat zij ten algemenen nutte van de kerk zal zijn.
2. Als een antwoord van vrede op het gebed. Gelijk wij door het gebed des geloofs een antwoord geven op Gods beloften van genade en zegen, zo antwoordt God door de beloften van genade en zegen op onze gebeden des geloofs. Dat deze profetie betrekking moet hebben op het koninkrijk van de Messias, is duidelijk, omdat er vele passages in zijn, die niet op de regering van Salomo toegepast kunnen worden. In het begin van zijn regering was er inderdaad veel rechtvaardigheid en vrede in zijn bestuur, maar voor het einde van zijn regering was er beroering en ongerechtigheid. Het koninkrijk, van hetwelk hier gesproken wordt, moet zolang duren als de zijne, maar dat van Salomo was spoedig ten einde. Daarom verstaan zelfs de Joodse Schriftverklaarders het van het koninkrijk van de Messias.
Laat ons letten op de vele grote en dierbare beloften, die hier gedaan zijn, en die alleen hun volkomen vervulling kunnen hebben in het koninkrijk van Christus, terwijl sommigen er van vervuld werden in Salomo's regering.
I. Dat het een rechtvaardige regering zijn zal, vers 2. Hij zal Uw volk richten met gerechtigheid. Vergelijk Jesaja 11:4. Al de gewesten van Christus koninkrijk zijn in overeenstemming met de eeuwige regelen van de billijkheid, en tegen Zijn oordeel kan geen exceptie worden opgeworpen. De vrede van Zijn rijk zal gesteund worden door gerechtigheid, vers 3, want dan alleen is de vrede als een rivier, wanneer de gerechtigheid is als de golven van de zee. De wereld zal rechtvaardiglijk geoordeeld worden, Handelingen 17:31.
II. Dat het een vreedzame regering zijn zal. De bergen zullen de volken vrede dragen, ook de heuvelen met gerechtigheid, vers 3, dat is zegt Dr. Hammond, de opperste en de mindere gerechtshoven in Salomo's koninkrijk. Er zal veelheid van vrede zijn, vers 7. Salomo's naam betekent vreedzaam, en zo is zijn rijk geweest, want onder zijn regering genoot Israël van de overwinningen behaald onder de vorige regering, en bewaarde de rust en kalmte van die regering. Maar vrede is in bijzondere zin de heerlijkheid van Christus koninkrijk, want waar dit de overhand heeft, verzoent het de mensen met God, met henzelf en met elkaar, en doodt het alle vijandschap, want Hij is onze vrede.
III. Dat de armen en ellendigen zeer bijzonder onder de bescherming van deze regering zullen wezen. Hij zal Uw ellendigen richten met recht vers 2. Diegenen zijn Gods ellendigen, of armen, die verarmd zijn door een goede consciëntie te bewaren, en voor hen zal met onderscheidene zorg voorzien worden, zij zullen gericht worden met recht, er zal bijzondere kennis worden genomen van hun toestand, en bijzondere wraak gedaan worden over het onrecht, dat zij hebben geleden. De armen van het volk en de kinderen van de nooddruftigen zal Hij zo richten, dat zij verlost worden, vers 4. Hier wordt nogmaals van gesproken in vers 12 en 13, waarmee te kennen wordt gegeven dat Christus zaak gewis zal zegevieren ten behoeve van Zijn benadeelde armen. Hij zal de ellendigen verlossen, die in de macht zijn van hun verdrukkers, ook de armen, omdat zij geen helper hebben, en omdat het Zijn eer is hen te helpen, en omdat zij tot Hem roepen, en Hij beloofd heeft om, in antwoord op hun gebeden, hen te helpen. Hij zal de nooddruftigen verschonen die zich aan Zijn genade toevertrouwen, en Hij zal niet streng en hard met hen wezen, Hij zal hun zielen verlossen, en dat is alles wat zij begeren. Zalig zijn de armen van geest, want hunner is het koninkrijk van de hemelen. Christus is de koning van de armen.
IV. Dat met hovaardige verdrukkers afgerekend zal worden. Hij zal hen verbrijzelen, vers 4, zal hun de macht benemen om kwaad te doen, en hen straffen voor al het kwaad, dat zij gedaan hebben. Dat is het ambt van een goed koning. "Parcere subjectis, et debellare superbos de overwonnenen sparen, en de hoogmoedigen vernederen." De duivel is de grote verdrukker, die Christus zal verbrijzelen en wiens rijk Hij zal verwoesten, "met de adem van Zijn" "lippen zal Hij die goddeloze doden," Jesaja 11:4, en Hij zal de zielen van Zijn volk bevrijden van list en geweld, vers 14. Hij zal redden uit de macht van Satan, beide als een oude slang, werkende door bedrog om hen te verstrikken, en als een briesende leeuw werkende door geweld om hen te verschrikken en te verslinden. Zo dierbaar zal Hem hun bloed zijn, dat er geen droppel van vergoten zal worden door het bedrog of geweld van Satan of van zijn werktuigen, zonder dat God met deze daarvoor afrekenen zal. Christus is een koning, die, hoewel Hij Zijn onderdanen soms roept om ten einde toe voor Hem te weerstaan, toch niet verkwistend is met hun bloed, en nooit wil Hij dat het vergoten wordt zonder een behoorlijke vergoeding tot Zijn en hun eer en het vervullen van de mate van de ongerechtigheid van hun vijanden.
V. Dat onder Christus regering de godsdienst zal bloeien, vers 5. Zij zullen U vrezen zolang de zon en maan zullen zijn. Salomo heeft wel de tempel gebouwd, en de vreze en aanbidding van God werden onder zijn regering gedurende enige tijd goed in stand gehouden, maar het heeft niet lang geduurd, dit moet dus op Christus koninkrijk zien, waarvan al de onderdanen tot de vreze Gods gebracht zijn en er in worden gehouden, want de Christelijke godsdienst heeft een machtige invloed om de natuurlijke godsdienst te steunen en te bevorderen. Het geloof in Christus zal de vreze Gods oprichten en in stand houden, en daarom is dit het eeuwig Evangelie dat gepredikt wordt: "Vreest God en geeft Hem heerlijkheid," Openbaring 14:7. En gelijk Christus' regering toewijding aan God bevordert, zo bevordert zij ook gerechtigheid en liefde onder de mensen, vers 7. In zijn dagen zal de rechtvaardige bloeien, de gerechtigheid zal beoefend worden, en zij, die de gerechtigheid beoefenen, zullen bevorderd worden. De gerechtigheid zal overvloedig zijn, zal in ere wezen, zal gebieden en heersen. De wet van Christus, geschreven in het hart, neigt de mensen er toe om eerlijk en rechtvaardig te wezen en aan ieder te geven wat hem toekomt, zij maakt de mensen ook gezind om te leven in liefde, en zo brengt zij overvloedige vrede teweeg en slaat de zwaarden tot sikkelen. Beide heiligheid en liefde zullen in Christus koninkrijk bestendig zijn en nooit tot verval komen, want de onderdanen ervan zullen God vrezen zolang de zon en maan zullen zijn. Het Christendom door de belijdenis ervan voet verkregen hebbende in de wereld, zal stand houden tot aan het einde van de tijd, en door de kracht ervan voet verkregen hebbende in het hart, zal het daar blijven totdat de zijn en de maan en de sterren. dat is: de lichamelijke zintuigen, verduisterd worden. Onder alle veranderingen in de wereld en alle veranderingen van het leven zal Christus koninkrijk zich in stand houden, en als de vreze Gods blijft zolang als de zon en maan, dan zal ook overvloedige vrede blijven. De vrede van de kerk, de vrede van de ziel, zal parallel wezen met haar reinheid en godsvrucht, en duren zolang als deze duren.
Vl. Dat Christus regering aangenaam en lieflijk zal wezen voor al Zijn getrouwe, liefhebbende onderdanen, vers 6. Hij zal door de genade en vertroosting van Zijn Geest neerdalen als een regen op het nagras, niet op het gras, dat afgemaaid werd, maar op dat hetwelk groeiende is gelaten, ten einde wederom uit te spruiten. Het Evangelie van Christus druipt zachtkens, zoals de regen de grond week maakt, die hard was, bevochtigt hetgeen dor en droog was, en maakt het aldus groen en vruchtbaar, Jesaja 55:10. Laat ons hart "de regen indrinken," Hebreeën 6:7.
VII. Dat Christus koninkrijk zich zeer ver zal uitstrekken, en zich zeer zal uitbreiden, in aanmerking genomen:
1. De uitgestrektheid van Zijn grondgebied vers 8. Hij zal heersen van de zee tot aan de zee, van de Zuidzee tot het Noorden, of van de Rode Zee tot de Middellandse Zee, en van de Eufraat, of de Nijl, tot aan de einden van de aarde. Salomo's gebied was zeer groot, 1 Koningen 4:21, overeenkomstig de belofte, Genesis 15:18. Maar geen zee, geen rivier wordt genoemd, opdat door deze spreekwoordelijke uitdrukkingen de algemene monarchie van de Heere Jezus aangeduid zou worden. Zijn Evangelie is, of zal worden gepredikt aan "alle volken" Mattheus 24:14, en "de koninkrijken van de wereld zullen Zijn koninkrijken worden", Openbaring 11:15 als de volheid van de heidenen ingegaan zal zijn dan zal Zijn gebied zich uitstrekken over al de landen van hen:
a. Die vreemdelingen voor Hem waren, de ingezetenen van dorre plaatsen, die ver zijn van alle grote wegen en zelden nieuws horen, zullen de blijde tijding horen van de Verlosser en van de verlossing door Hem, zij zullen voor Zijn aangezicht knielen zullen in Hem geloven, Hem aannemen, Hem aanbidden, en Zijn juk op zich nemen. Voor de Heere Jezus moeten wij allen buigen of breken, indien wij breken, zijn wij verloren, indien wij buigen, dan zijn wij gewis voor eeuwig behouden.
b. Die vijanden van Hem waren en tegen Hem hadden gestreden, zij zullen het stof lekken, zij zullen tenonder worden gebracht, in het stof bijten van ergernis, en zo hongerig zijn, dat zij blijde zullen zijn met stof het voedsel van de slang, Genesis 3:15, want zij zijn van zijn zaad. En over wie zal Hij niet heersen, als zelfs Zijn vijanden aldus vernederd en tenonder zijn gebracht?
2. De waardigheid van Zijn schatplichtigen, Hij zal niet slechts heersen over de inwoners van dorre plaatsen, de boeren en bewoners van hutten, maar ook over hen, die in paleizen wonen, vers 10. "De koningen van Tarsis en de eilanden," die het verst van Israël gelegen zijn, en "de eilanden zijn van de volken," Genesis 10. 5, zullen Hem geschenken brengen als aan hun soevereine Heere, door en onder wie zij hun kronen houden en al hun kroonlanden. Zij zullen naar Zijn gunst dingen en Zijn wijsheid willen horen. Dit is letterlijk vervuld geworden in Salomo, want "alle koningen van de aarde zochten Salomo's aangezicht, om zijn wijsheid te horen, die God in zijn hart gegeven had, en zij brachten een ieder zijn geschenk," 2 Kronieken 9:23, 24, en ook in Christus, toen de wijzen uit het Oosten, die waarschijnlijk mannen waren van de hoogste stand en rang in hun eigen land, kwamen om Hem te aanbidden en "Hem geschenken brachten," Mattheus 2:11. Zij zullen zichzelf aan Hem geven, en dat is het beste geschenk, dat wij aan Christus kunnen brengen, en zonder hetwelk geen ander geschenk Hem welbehaaglijk is, Romeinen 12:1. Zij zullen vereringen toevoeren, gaven aanbieden geestelijke offeranden van gebed en lofzegging ze aanbieden aan Christus, als hun God, op Christus als hun altaar, dat iedere gave heiligt. Hun bekering tot God wordt "de offeranden van de heidenen" genoemd, Romeinen 15:16 en dat is ook hun toewijding aan God, Hebreeën is: 15, 16. Ja vroeg of laat zullen alle koningen zich voor Hem nederbuigen, voor Hem nedervallen, hetzij om hun plicht te doen jegens Hem, of om hun vonnis van Hem te ontvangen, vers 11. Zij zullen voor Hem nedervallen, hetzij als Zijn gewillige onderdanen, of als Zijn tenonder gebrachte gevangenen, als smekelingen om Zijn genade, of als verwachtende hun oordeel En als de koningen zich onderwerpen, dan volgt het volk als vanzelf, alle heidenen zullen Hem dienen, allen zullen genodigd worden om in Zijn dienst te treden, sommigen uit alle volken zullen er voor komen, en "aan alle plaats zal Zijn naam reukwerk toegebracht worden en een rein spijsoffer," Maleachi 1:11, Openbaring 7:9.
VIII. Dat Hij door al Zijn onderdanen geëerd en bemind zal worden vers 15. Hij zal leven. Zijn onderdanen zullen begeren dat Hij leeft, o Koning, leef in eeuwigheid, en dat wel om goede redenen, want Hij heeft gezegd: "omdat Ik leef, zult ook gij leven, en van Hem wordt getuigd dat Hij leeft, altijd leeft om voor ons te bidden," Hebreeën 7:8, 25. Hij zal leven, voorspoedig leven, en,
1. Men zal Hem geschenken geven. Hoewel Hij in staat is om zonder deze te leven, want Hij heeft noch de gaven noch de diensten van iemand, wie het ook zij, nodig, maar toch zal men Hem het goud van Scheba geven, goud, het beste van de metalen, goud van Scheba, dat waarschijnlijk het fijnste goud was, want Hij, die de beste is, moet met het beste gediend worden. Zij, die overvloed hebben van de rijkdom van deze wereld, die goud tot hun beschikking hebben, moeten het aan 0Christus geven, moeten er Hem mee dienen, er goed mee doen. "Eer de Heere met uw goed," Spreuken 3:9.
2. Men zal geduriglijk voor hem bidden. Het volk bad voor Salomo, en dat heeft er toe bijgedragen om hem en zijn regering tot zo'n grote zegen voor hen te doen zijn. Het is de plicht van onderdanen om smekingen, gebeden, voorbiddingen en dankzeggingen te doen voor koningen en allen, die in hoogheid zijn, niet uit plichtplegingen jegens hen, zoals het maar al te dikwijls gedaan wordt, maar uitbelangstelling in het openbare welzijn. Maar hoe wordt dit nu toegepast op Christus? Hij heeft onze gebeden niet nodig, noch kan Hij er enig voordeel van hebben. Maar de Oud- Testamentische heiligen baden om Zijn komst baden er gedurig om, want zij noemden Hem: Hij, die komen zou. En nu Hij gekomen is, -moeten wij bidden om de voorspoed van Zijn Evangelie en de bevordering van Zijn koninkrijk, hetgeen Hij bidden voor Hem noemt. Hosanna de Zone Davids, voorspoedig zij Zijn regering, en wij bidden om Zijn wederkomst. Het kan ook gelezen worden: Door Hem zal men bidden, of om Zijnentwil. Al wat wij van de Vader bidden zal in Zijn naam zijn, en in vertrouwen op Zijn voorbede.
3. Er zullen lofzeggingen voor Hem gedaan worden, hoge lof gesproken worden van Zijn wijsheid, rechtvaardigheid en goedheid. Dagelijks zal men Hem zegenen, of loven. Door dagelijks in Zijn naam te bidden eren wij Hem. Onderdanen behoren met lof te spreken van een regering, die hun ten zegen is, en nog veel meer behoren alle Christenen Jezus Christus te loven, Hem dagelijks te loven, want zij zijn hun al aan Hem verschuldigd, aan Hem hebben zij de hoogste verplichtingen. IX. Dat er onder zijn regering een verwonderlijke toeneming zal zijn, een overvloed van koren zij in het land, op de toppen der bergen golve zijn vrucht als op de Libanon, vers 16.
1. Het land zal rijk worden, zaai slechts een handvol koren op de hoogten van de bergen vanwaar men slechts weinig zou verwachten, en toch, de vrucht daarvan zal ruisen als de Libanon, het zal opkomen als hout, zo dik, zo hoog, en sterk als de cederen van de Libanon. Zelfs op de hoogten van de bergen zal de aarde bij handvollen voortbrengen dat is een uitdrukking van groten overvloed, Genesis 41:47, gelijk van gras op de daken gezegd wordt, dat de maaier er zijn hand niet mee vult. Dit is van toepassing op de wondervolle voortbrengselen van het Evangelie in de dagen van de Messias. Een handvol van dat zaad, gezaaid op de bergachtigen onvruchtbare grond van de heidenwereld, bracht een heerlijke oogst voort, ingezameld voor Christus, vruchten die ruisten als de Libanon. "De velden waren wit om te oogsten," Johannes 4:35, Mattheus 9:37. Het mosterdzaad werd tot een grote boom.
2. De steden zullen volkrijk worden, Die van de stad zullen bloeien als het kruid van de aarde, in aantal en groenheid. De Evangeliekerk, de stad Gods onder de mensen, zal alle kenmerken hebben van voorspoed, velen zullen er aan toegevoegd worden en zullen er gelukkig in wezen.
X. Dat Zijn regering bestendig zal wezen, beide tot Zijn eer en tot geluk van Zijn onderdanen. De Heere Jezus zal in eeuwigheid regeren, van Hem alleen moet dit verstaan worden, en volstrekt niet van Salomo. Het is Christus alleen, die gevreesd zal worden van geslacht tot geslacht, vers 5, en zolang de zon en de maan zullen zijn, vers 7.
1. De eer van de vorst is onsterfelijk, en zal nooit tanen, vers 17. Zijn naam zal zijn tot in eeuwigheid, in weerwil van al de boosaardige pogingen van de machten van de duisternis om er de luister van te doen tanen, hij zal bewaard, in stand en ere worden gehouden. Gelijk de namen van aardse vorsten bestendigd worden in hun nageslacht, zo zal Christus' naam bestendigd worden door hen, die Hem liefhebben en hem bekend maken aan het nageslacht. Alle volken zullen Hem, zolang als de wereld bestaat, gelukzalig noemen, zullen God voor Hem loven, zullen geduriglijk goed van Hem spreken en zich in Hem gelukzalig schatten. Tot aan het eind van de tijd, en tot in alle eeuwigheid zal Zijn naam bezongen worden, alle tong zal hem belijden, en iedere knie er zich voor buigen.
2. Het geluk van het volk is algemeen, het is volkomen en blijvend, de mensen zullen in Hem gezegend, waarlijk gezegend zijn. Dit ziet duidelijk op de belofte, gedaan aan de vaderen, dat in de Messias alle geslachten des aardrijks gezegend zullen worden. Genesis 12:3.