Psalm 63:8-12
David, zijn begeerte naar God en zijn lof van Hem uitgedrukt hebbende, spreekt hier zijn vertrouwen in Hem uit en zijn blijde verwachting van Hem, vers 8. In de schaduw van Uw vleugen zal ik vrolijk zingen, zinspelende, hetzij op de vleugelen van de cherubim, uitgebreid over de ark des verbonds, tussen welke God gezegd wordt te wonen (ik zal mij wederom verblijden in Uw heiligdom en daar gemeenschap met U oefenen)- of op de vleugelen van een vogel onder welke de hulpeloze jongen beschutting vinden, zoals arendsjongen, Exodus 19:4, Deuteronomium 32:11, hetgeen de Goddelijke macht te kennen geeft, en de kuikens van een hen Mattheus 23:37, hetgeen meer de tederheid Gods aanduidt. Het is een uitdrukking, die dikwijls in de psalmen gebruikt wordt, Psalm 17, 8, 36:B, 57:2, 61:5, 91:4, en nergens anders in die zin, behalve in Ruth 2:12, waar van Ruth, toen zij een proseliete geworden was gezegd wordt dat zij de toevlucht had genomen onder de vleugelen van de God Israels. Het is onze plicht om onder de schaduw van Gods, vleugelen vrolijk te zingen, hetgeen te kennen geeft dat wij door geloof en gebed de toevlucht tot Hem nemen, even natuurlijk als de kuikens wanneer zij koud zijn of angst hebben, zich instinctmatig onder de vleugels van de hen verbergen. Het geeft ook te kennen ons steunen op Hem, als zijnde machtig en bereid om ons te helpen, alsmede onze verkwikking en voldoening in Zijn zorg en bescherming. Ons overgegeven hebbende aan God, moeten wij ons behaaglijk en wel bevinden, gerust tegen alle vrees voor kwaad.
Last ons nu verder zien:
I. Hoe David gesteund en bemoedigd werd, in zijn vertrouwen op God. Twee dingen waren als steun voor die hoop, waarvan het Woord Gods het enige fundament was.
1. Zijn vorige ervaringen van Gods macht om hem te hulp te komen. Want Gij zijt mij een hulp geweest, toen andere hulp en helpers gefaald hebben, daarom zal ik mij verblijden in Uw heil, zal ik voor de toekomst op U vertrouwen, en dit doen met zielsverlustiging en heilige vreugde. Gij zijt niet slechts mijn helper geweest, maar mijn hulp, want nooit zouden wij onszelf hebben kunnen helpen, nooit zou enig schepsel ons behulpzaam hebben kunnen zijn, dan door Hem. Hier kunnen wij ons Eben-haëzer oprichten, zeggende: Tot hiertoe heeft de Heere ons geholpen, en derhalve moeten wij besluiten dat wij Hem nooit zullen verlaten, Hem nooit zullen mistrouwen, nooit zullen verflauwen in ons wandelen met Hem.
2. Zijn tegenwoordige bewustheid dat Gods genade hem hierin zal sterken en doorhelpen, vers 9. Mijn ziel is aan U verkleefd waaruit een zeer ernstige begeerte spreekt en een krachtig streven om gemeenschap met God te onderhouden. Wij moeten God steeds in het oog hebben, ons naar Hem strekkende als onze prijs, Filippenzen 3:14. God achteraan te kleven is Hem zeer van nabij te volgen, als bevreesd zijnde om Hem uit het oog te verliezen. Dat heeft David gedaan, en tot eer van God erkent hij: Uw rechterhand ondersteunt mij. God ondersteunt hem:
a. Onder zijn beproevingen, opdat hij er niet onder zou wegzinken, "van onderen zijn de eeuwige armen," Deuteronomium 33:27.
b. In zijn oefeningen van de Godsvrucht. God ondersteunde hem in zijn heilige begeerte en pogingen, opdat hij niet zou vertragen in goed te doen. Zij, die God achteraan kleven, zouden spoedig falen en bezwijken indien Gods rechterhand hen niet ondersteunde. Hij is het, die ons sterkt in ons volgen van Hem, onze goede gezindheid verlevendigt, en ons vertroost als wij nog niet verkregen hebben hetgeen wij najagen. Het is door de kracht Gods, dat is Zijn rechterhand, dat wij voor vallen worden behoed. Dit was een grote bemoediging voor de psalmist om te hopen dat God hem te bestemder tijd zou geven hetgeen hij zo vurig begeerde, omdat Hij door Zijn genade die heilige begeerten in hem gewerkt had en ze levendig in hem had gehouden.
II. Wat het was, waarin David in hope heeft getriomfeerd.
1. Dat zijn vijanden in het verderf gestort zullen worden, vers 10, 11. Er waren de zodanigen, die zijn ziel zochten tot verwoesting niet slechts zijn leven (waarop zij het toelegden, ten einde zijn komst op de troon te beletten en omdat zij hem haatten om zijn wijsheid, Godsvrucht en nuttigheid voor het algemeen), maar zijn ziel, die zij zochten te verderven door hem weg te bannen van Gods inzettingen, die de spijs en steun zijn voor de ziel, en aldus deden wat zij konden om haar te verhongeren, en door hem heen te zenden om andere goden te dienen, aldus doende wat zij konden, om haar te vergiftigen, 1 Samuël 26:19. Maar hij voorziet en voorzegt:
a. Dat zij in de onderste plaatsen van de aarde zullen komen, in het graf, in de hel, hun vijandschap tegen David zal hun dood en hun verdoemenis wezen, hun verderf, hun eeuwig verderf.
b. Dat zij zullen vallen door het zwaard, door het zwaard van Gods toorn en Zijn gerechtigheid, door het zwaard des mensen, Job 19:29. Zij zullen een geweldadige dood sterven, Openbaring 13:10. Dit werd vervuld in Saul, hij viel door het zwaard, zijn eigen zwaard. David heeft dit voorzegd, en toch wilde hij het niet volvoeren, toen dit eenmaal en nogmaals in zijn macht was, want geboden en niet profetieën moeten ons ten regel zijn.
c. Dat zij de vossen ten deel zullen worden, hetzij dat hun, dode lichamen de wilde dieren ten prooi zullen zijn) (Saul bleef geruimer tijd onbegraven liggen), of dat hun huizen en landerijen de wilde dieren tot woning zullen zijn, Jesaja 34:14. Zodanig zal het oordeel wezen van Christus' vijanden, die Zijn koninkrijk en belangen in de wereld tegenstaan: "Brengt hen hier en slacht ze voor mijn ogen" Lukas 19:27.
2. Dat hijzelf ten slotte zijn doel zal bereiken, vers 12, dat hij de troon zal beklimmen waartoe hij gezalfd was. De koning zal zich in God verblijden.
A. Hij noemt zichzelf de koning, omdat hij wist dat hij dit naar Gods raad en bedoeling was. Zo schrijft Paulus van zichzelf terwijl hij nog in de strijd is, "dat hij meer dan overwinnaar is," Romeinen 8:37. Gelovigen zijn tot koningen gemarkt, hoewel zij geen heerschappij zullen hebben voor de morgen van de opstanding.
B. Hij twijfelt niet of hij zal, hoewel hij thans zaait in tranen, met gejuich maaien. De koning zal zich verblijden.
C. Hij besluit om God tot de alfa en omega te maken van zijn blijdschap, hij zal zich verblijden in God. Dit is van toepassing op de heerlijkheid en blijdschap van de verhoogde Verlosser Messias, de Vorst, zal zich verblijden in God. Hij is reeds ingegaan tot de vreugde, die Hem was voorgesteld, en bij Zijn wederkomst zal Zijn heerlijkheid voltooid zijn.
De goede uitwerking van zijn verhoging zal bestaan in twee dingen.
a. Het zal de vertroosting zijn van zijn vrienden. Iedereen, die bij hem, David, zweert, die zijn belangen is toegedaan, de eed van trouw aan hem zweert zal juichen in zijn voorspoed. Of, die bij Hem bij de gezegende naam van God zweert, en niet bij een afgod Deuteronomium 6:13, en dan worden er alle Godvruchtigen mee bedoeld, die een oprechte en openlijke belijdenis afleggen van Gods naam, zij zullen roemen in God en juichen in Davids verhoging, die U vrezen, zullen mij aanzien en zich verblijden. Zij, die de zaak van Christus van harte omhelzen, zullen ten slotte juichen in Zijn overwinning. Indien wij verdragen, wij zullen ook met Hem heersen,
b. Het zal de weerlegging zijn van zijn vijanden. De mond van de leugensprekers, de mond van Saul en Doëg en van anderen, die David verkeerd hebben voorgesteld en over hem hebben gejuicht alsof zijn zaak hopeloos was, zal gestopt worden, zij zullen geen woord meer tegen hem te zeggen hebben, maar zullen voor altijd beschaamd en tot zwijgen worden gebracht. Pas dit toe op Christus' vijanden, op hen, die leugens tot Hem spreken, zoals alle geveinsden, die zeggen dat zij Hem liefhebben, terwijl hun hart niet met Hem is, hun mond zal gestopt worden met dat woord: "Vriend hoe zijt gij hier gekomen zonder bruilofstkleed" Mattheus 22:12. Ook de mond van hen, die leugens van Hem spreken die op de rechte wegen des Heeren verkeren en kwaad spreken van Zijn heiligen Godsdienst, zal gestopt worden, ten dage als de Heere komen zal om afrekening te houden voor al de harde woorden, die de goddeloze zondaars tegen Hem gesproken hebben. Christus' wederkomst zal de eeuwige triomf zijn van al Zijn getrouwe vrienden en volgelingen, die daarom thans kunnen triomferen in de gelovige hoop er op.