Jesaja 60:1-8
Hier wordt beloofd dat de tempel des Evangelies zeer glansrijk en zeer groot zijn zal.
I. Hij zal zeer glansrijk zijn. Uw licht komt! Toen de Joden uit de gevangenschap terugkeerden hadden zij licht en blijdschap, vreugde en eer, toen werd hun gegeven de Heere te kennen en zich over Zijn grote goedheid te verheugen en daardoor kwam er licht. Wanneer de Verlosser tot Zion zal komen, zal Hij licht medebrengen, Hij zelf kwam om een licht te zijn. Merk nu op:
1. Wat dit licht is en waar het zijn oorsprong heeft. De Heere zal over u opgaan vers 2, de heerlijkheid des Heeren, vers 1, zal over u gezien worden. God is de Vader en fontein van alle licht, en in Zijn licht zien wij het licht. Voorzoverre wij de kennis van God in ons hebben en Zijn gunst genieten, is ons licht gekomen. Wanneer God aan ons verschijnt en wij de vertroosting van Zijn gunst hebben, dan gaat de heerlijkheid des Heeren over ons op, als het morgenlicht, wanneer Hij voor ons verschijnt en wij hebben de belofte van Zijn gunst, wanneer Hij ons enig teken ten goede toont en Zijn gunst jegens ons uitspreekt, dan wordt Zijn heerlijkheid over ons gezien, gelijk Israël haar zag in de wolk- en vuurkolom. Wanneer Christus verrijst als de Zon van de gerechtigheid en in Hem de opgang uit de hoogte ons bezoekt, dan wordt de heerlijkheid des Heeren over ons gezien, een heerlijkheid als des Eengeborene van de Vader.
2. Welke tegenstelling dit licht zal hebben. De duisternis zal de aarde bedekken, maar ofschoon het zware duisternis zijn zal, duisternis die als de Egyptische getast kan worden, die de aarde bedekken zal, toch zal de kerk, evenals het land Gosen, terzelfder tijd licht hebben. Wanneer de toestand van de volken, die het Evangelie niet kennen, recht treurig zijn zal, en de donkere hoeken van de aarde vol woningen des gewelds zullen zijn voor de arme zielen, zal de staat van de kerk aangenaam zijn,
3. Tot welke plicht het verrijzen van het licht ons roept. Maak u op, wordt verlicht! ontvang niet alleen het licht en word er door verlicht, maar weerkaats het licht: maak u op en verlicht zelf met aan dat licht ontleende stralen, -want men kan ook lezen: Sta op verlicht! De kinderen des lichts moeten als lichten schijnen in de wereld. Indien Gods heerlijkheid tot onze eer op ons gezien wordt, behoren wij niet alleen met onze lippen, maar in ons leven Hem de lof van die eer weer te geven, Mattheus 5:16, Filippenzen 2:15.
II. Hij zal zeer groot zijn. Toen de Joden opnieuw in hun eigen land gevestigd waren, na hun gevangenschap, voegden velen van de volken van de landen zich bij hen, maar we lezen nergens dat er zo'n talrijke vermeerdering was dat daardoor deze profetie geheel vervuld zou zijn. Daaruit volgt dat dit wijdere strekking heeft en wel tot de toebrenging van de heidenen in de kerk des Evangelies, en niet hun toevloeien tot een bepaalde plaats, of schoon het hier onder dat type voorgesteld wordt. Er is nu geen plek die als middelpunt van de eenheid van de kerk dient, maar de belofte bedoelt dat zij toestromen tot Christus en komen door geloof en hoop en heilige liefde in het gezelschap dat door Zijn Evangelie is gevestigd, het gezin dat naar Hem genoemd wordt, Efeziers 3:15. De kerk des Evangelies wordt uitdrukkelijk Zion en Jeruzalem genoemd en onder die benaming wordt van haar gezegd dat alle gelovigen tot haar komen, Hebreeën 12:22. "Gij zijt gekomen tot de berg Zion, tot de stad des levenden Gods, het hemelse Jeruzalem." Deze woorden zijn de sleutel van deze profetie, Efeziers 2:19.
Merk op: 1. Wat zal zulke menigte bewegen om tot de kerk te komen? Zij zullen gaan tot uw licht en tot de glans die u is opgegaan. Zij zullen gelokt worden om zich bij u te voegen.
a. Door het licht dat u beschijnt, het licht van het heerlijke Evangelie, hetgeen de kerken laten zien, en naar aanleiding waarvan zij gouden kandelaren genoemd worden. Dit licht, dat ons zoveel openbaart van God en van zijn goedgunstigheid voor de mensen, en waardoor het leven en de onverderfelijkheid aan het licht gebracht zijn, zal alle ernstige mensen die van goeden wille zijn aanlokken om te komen en zich bij de kerk te voegen, opdat ze in de zegeningen daarvan mogen delen en geleerd worden omtrent waarheid en plicht.
b. Door het licht waarmee gij schijnt. De reinheid en liefde van de eerste Christenen, hun hemelsgezindheid, hun wereldverzaking, hun geduldig lijden, waren de stralen van de rijzende kerk, die menigeen aantrokken. De schoonheid van de heiligheid was de machtige aantrekkingskracht, waardoor Christus een gewillig volk tot Zich vergaderde in de dag van Zijn heirkracht, Psalm 110:3.
2. Welke menigten tot de kerk zullen komen. Grote getallen zullen komen, heidenen of volken van hen die gered zijn, zoals met zinspeling op deze profetie gezegd wordt in Openbaring 21:24. De volken zullen onderwezen, tot discipelen gemaakt worden, Mattheus 28:19, zelfs koningen, mannen van macht, aanzien en invloed zullen tot de kerk vergaderd worden. Zij komen van alle zijden, vers 4. Hef uw ogen rondom op en zie, zie hen komen godvrezende mannen van alle volken, die onder de hemel zijn, Handelingen 2:5. Zie hoe wit de velden zijn om te oogsten Johannes 4:35. Zie hen komen in een groep, als een enig man, met algemene instemming. Zij zijn allen vergaderd, de een sterkt de handen van de ander, zij moedigen elkaar aan. "Komt en laat ons opgaan!" Hoofdstuk 2:3. Zij komen van de uiterste einden. Zij komen van verre, omdat zij uw gerucht gehoord hebben evenals de koningin van Scheba, of uw ster gezien hebben gelijk de wijzen uit het oosten, en ze zullen niet afgeschrikt worden door de lange reis, die zij te maken hebben om tot u te komen. Zij zullen komen van beide seksen. Op de eerbiedigste wijze zullen zonen en dochteren komen als uw zonen en dochteren, besloten om tot uw gezin te behoren, zich te onderwerpen aan de regelen van uw huisgezin, en zich onder de leiding daarvan te plaatsen. Zij zullen komen om aan uw zijde gevoedsterd te worden, om van de prilste jeugd hun opvoeding van u te ontvangen. De kinderen van de kerk moeten aan haar zijde gevoedsterd worden, niet bij vreemden uitbesteed worden. Daar waar de onvervalste melk van het woord verkrijgbaar is, moeten de pasgeboren kinderen van de kerk gevoedsterd worden, opdat zij daardoor mogen opgroeien, 1 Petrus 2:1, 2. Zij, die de waardigheid en de voorrechten van het Christelijk huisgezin willen genieten, moeten zich aan de tucht en leiding daarvan onderwerpen.
3. Wat zij met zich zullen brengen en welk voordeel er voor de kerk uit hun toevoeging voortspruiten zal. Zij, die door de genade Gods in de kerk gebracht worden, zullen alles wat zij aan waarde hebben) zeker meebrengen om daarmee zich aan de verheerlijking en de dienst van God te wijden, en in hun kring goed te doen.
a. De kooplieden zullen op hun handelswaren en hun huizen schrijven: "Heiligheid des Heeren," zie Hoofdstuk 23, 18. De menigte, of de overvloed van de zee (dat is al wat de zee voortbrengt, de vis en de parelen), of al wat langs de zee aangevoerd wordt, zal, tot uw nutte, tot u gekeerd worden. De rijkdom van rijke kooplieden zal besteed worden in werken van godsvrucht en liefdadigheid. b. De machtigen van de volken zullen hun macht in dienst van de kerk aanwenden. Het heir, of de troepen van de heidenen zullen tot u komen, om uw kusten te bewaken, uw belangen te behartigen en, zo nodig, uw veldslagen te leveren. De krachten en troepen van de heidenen waren menigmaal tegen de kerk gebruikt, maar nu zullen zij haar ten dienste staan, want God kan indien het Hem behaagt, en zal indien wij Hem behagen, zelfs onze vijanden met ons verzoenen, Spreuken 16:7. Wanneer Christus de sterke gewapende man overvalt, verdeelt hij zijn buit, neemt zijn wapenrusting en maakt dat hij Zijn belangen dient, gelijk hij, eerst Hem tegenstond, Lukas 11:22.
c. De rijkdom, die over land aangevoerd wordt zowel als de schatten van de zee, zal ten dienste van God en Zijn kerk gebruikt worden.
De kamelen en snelle kamelen (dromedarissen) zullen goud en wierook aanbrengen (goud om het gouden reukaltaar te vervaardigen en wierook om daarop te branden). Die van Midian en Scheba zullen U hun voortreffelijkste voortbrengselen komen aanbieden, niet om er handel mee te drijven, maar om God er mee te vereren. En dat niet in kleine hoeveelheden, maar bij kameelvrachten. Dit werd ten dele vervuld toen de wijzen uit het Oosten (die wellicht uit de hier genoemde landen kwamen) aangetrokken door de schittering van de ster, tot Christus kwamen en Hem hun schatten aanboden, goud, wierook en mirre, Mattheus 2:11.
4. Grote getallen van offeranden zullen op het altaar gebracht worden, aangename offeranden, die, ofschoon door heidenen gebracht, zullen worden aangenomen, vers 7. Kedar was beroemd om zijn schapen, en wellicht waren de rammen van Nebajoth de vetste, deze zullen met vreugde komen op Gods altaar. God moet gediend en geëerd worden met al wat wij hebben, en met het beste wat wij hebben, naar de mate waarin Hij ons gezegend heeft. Dit werd vervuld toen de landvoogden aan deze zijde van de rivier van Darius order kregen om de tempel van Jeruzalem te voorzien van ossen, rammen en lammeren, ten brandoffer voor de God des hemels Ezra 6:9. De verdere vervulling zal komen, , en kwam reeds gedeeltelijk, door de toebrenging van de volheid van de heidenen tot de kerk, die de offerande van de heidenen genoemd wordt, Romeinen 15:16. Schapen en rammen zijn kostelijke zielen, want zij worden gezegd de kerk te dienen, en als levende offeranden te komen, zichzelf Gode aanbiedende als een redelijke offerande op zijn altaar, Romeinen 12:1.
5. Hoe God zal verheerlijkt worden door deze groei van de kerk en de toebrenging van zulke menigten.
a. Zij zullen er de eer van Gods naam mee bedoelen. Wanneer zij hun goud en hun reukwerk brengen, zal dat niet zijn om de schatten van hun land te vertonen of om voor zichzelf de roem van godsvrucht en toewijding te verkregen, maar om de overvloedigen lof des Heeren te boodschappen, vers 6. Onze grotere diensten en gaven aan de kerk zijn niet aangenaam dan voorzover wij er de verheerlijking van God mee op het oog hebben. En dit moet het doel zijn bij het waarnemen van de uitwendige inzettingen, om de Heere de heerlijkheid Zijns naams te geven, want daartoe zijn wij, evenals dezen, geroepen uit de duisternis tot het licht, opdat wij de deugden zouden verkondigen dergenen, die ons geroepen heeft, 1 Petrus 2:9.
b. God zal er de eer van Zijn naam door vergroten, vers 7. Ik zal het huis Mijner heerlijkheid heerlijk maken. De kerk is het huis van Gods heerlijkheid, waar Hij de heerlijkheid van Zijn naam aan Zijn volk openbaart en de hulde ontvangt, welke dat volk Hem brengt. En het is voor de heerlijkheid van dat huis en van Hem, die daarin woont, dat de heidenen hun offeranden daar brengen en dat deze aangenomen worden.
6 Hoe de kerk zelf zal belangstellen in deze haar uitbreiding, vers 5. a. Zij zal daardoor in een verrukking van vreugde geraken. Gij zult het zien en samenvloeien, in vreugdevolle aandoening over dat gezicht, vrolijk toelopen, er door verwonderd, maar grotelijks er door verblijd.
b. Er zal een vermenging van vrees en blijdschap zijn. Uw hart zal vervaard zijn, gij zult in twijfel staan of het wel geoorloofd is tot de onbesnedenen in te gaan en met hen te eten, Petrus was zo onder de indruk van deze vervaardheid, dat hij een visioen nodig had en een stem uit de hemel om hem daaruit te verlossen, Handelingen 10:28. Maar
c. Wanneer deze vervaardheid is overwonnen zal uw hart verwijd worden in heilige liefde, zo verwijd dat daarin plaats zal zijn voor alle bekeerden uit de heidenen, uw ziel zal niet zo bekrompen blijven en uw genegenheid zal zich niet langer binnen de Joodse grenzen beperken. Wanneer God de schoonheid en de voorspoed van Zijn kerk wil bevorderen, geeft Hij deze ruimheid van hart en menslievendheid.
d. De kudden van bekeerlingen zullen grotelijks bewonderd worden, vers 8. Wie zijn dezen, die daar komen gevlogen als een wolk. Zie hier
Ten eerste. Hoe de bekering van de zielen wordt omschreven. Het is een toevliegen tot Christus en Zijn kerk, waarheen wij gericht worden. het is een vliegen als een wolk, in grote menigten, zodat de hemelen er door bedekt worden, maar met eenstemmigheid, als een enkele wolk. Zij zullen komen met spoed, gelijk een wolk komt aangevlogen op de vleugelen des winds, en openlijk, voor ieder zichtbaar, zodat zelfs hun vijanden het waarnemen, Openbaring 11:12, zonder instaat te zijn het te verhinderen. Zij zullen aanvliegen gelijk duiven tot haar vensteren. Bij grote groepen, vele tegelijk, zij vliegen op de vleugelen van oprechte duiven, die laag vliegen, hetgeen haar onschuld en nederigheid aanduidt. Zij vliegen tot Christus, tot de kerk, tot het Woord en de instellingen, gelijk duiven instinctmatig naar haar vensteren, naar haar thuis. Daarheen vliegen zij om beschermd te zijn en schuilplaats te vinden tegen de vervolging van de roofvogels, en daarheen vliegen zij als zij vermoeid zijn van het ronddwalen, om uit te rusten, gelijk Noachs duif tot de ark kwam.
Ten tweede. Hoe deze bekering van zielen hier bewonderd wordt. Er wordt over gesproken met verwondering en genoegen. Wie zijn deze? Wij hebben reden om er ons over te verwonderen dat zovelen tot Christus komen, wanneer wij hen allen zullen bijeen zien, dan zullen wij er over verwonderd zijn vanwaar zij allen kwamen. En wij hebben reden om met verwondering en blijdschap te vragen: Wie zijn dezen? Hoe uitnemend, hoe beminnelijk zijn zij! Hoe heerlijk is het te zien dat arme zielen zich naar Christus haasten, met het vaste voornemen om bij Hem te blijven!