Spreuken 16:7
God kan vijanden in vrienden verkeren, zo Hem dit behaagt, Hij, die alle harten in Zijn hand heeft, heeft toegang tot de geest, het gemoed van de mensen, en macht er over, onmerkbaar, maar onweerstaanbaar in hen werkende. Hij kan iemands vijanden met hem bevredigen, hun gezindheid veranderen, of hen tot een geveinsde onderwerping brengen. Hij kan alle vijandschap doden, en hen tot elkaar brengen, die op de grootste afstand van elkaar stonden.
Hij zal het voor ons doen, als wij Hem behagen, als wij het ons ten doel stellen om met God verzoend te worden er ons te bewaren in Zijn liefde, Hij zal hen, die ons hebben benijd en kwellend voor ons geweest zijn, er toe neigen om een goede mening van ons te koesteren en onze vrienden te worden. God heeft Ezau bevredigd met Jakob, Abimelech met Izak, en Davids vijanden er toe gebracht om naar zijn gunst te staan en een verbond met Israël te begeren. Het beeld Gods, zichtbaar wordende in de rechtvaardigen, alsmede Zijn bijzondere goedertierenheid jegens hen, zijn genoeg om hen in de achting van allen aan te bevelen, zelfs in die van hen, die het meest bevooroordeeld tegen hen zijn geweest.