13. Ziet, het land der Chaldeeën 1): dit volk was er niet als volk; hoewel het in aanzien was, was het dit niet in staatkundig opzicht; Assur heeft het land in de laagte van zijn gebied gefundeerd voor degenen, die in de wildernissen woonden, hij heeft het ingericht tot ene vaste woonplaats voor de Chaldeeër-horden, die nog naar de wijze der Nomaden rondzwierven; zij, deze door de ASSYRIËRS eerst tot een gevestigd en betekenend volk gemaakte Chaldeeën, richtten hun sterkten hun belegeringswerktuigen op, en bouwden 2) hun paleizen, maar Hij heeft het tot enen vervallenen hoop gesteld 3).
1) In hoeverre de Chaldeeën eerst door de Assyriërs tot een vast wonend volk gemaakt zijn, kunnen wij bij het duistere, waarin de oorspronkelijke geschiedenis van de Chaldeeën uit dien tijd nog gehuld is, niet nader aanwijzen. Het dient echter wel volgens de door ons gegevene verklaring om het den Tyriërs aangekondigde gericht sterker te maken, dat de stad, trots op een buitengewonen ouderdom, door een pas ontstaan volk, dat de macht, welke zich veilig achtte op de glorie van gedurende vele honderden jaren overwinnaars te zijn geweest, door een volk dat zonder naam was en pas zich had verheven zou worden ter neer geworpen. Ja nog opmerkelijker was het. Tyrus, op dat ogenblik (toen Jesaja voorspelde) geen einde vindende van den roem over den tegenstand, dien het aan het in overwinningen en eer zo rijke Assur betoond had (Vers 1), moest door een volk vallen, dat niet meer is dan ene macht van ditzelfde Assur; de stad van kunsten en beschaving door ene bedouïnenhorde; de onverwinnelijk zich achtende vesting in de zee door een volk der woestijn, onder aanwending van werktuigen der gewone binnenlandse belegeringskunst. Geen woord is er in dit gehele vers zonder ene bijzondere bedoeling.
2) In het Hebreeën Oreroe Onze Staten-Overzetters vertalen, bouwden en leiden het af daarvan maar ook kan het afgeleid worden van verwoesten. En die betekenis moeten we hier hebben.
Gevolg toch van het richten der sterkten, dat is van de belegeringswerktuigen, tegen de stad is niet dat de paleizen gebouwd werden, maar dat zij verwoest werden.
3) De Profeet toont met deze woorden aan de middellijke oorzaak, waardoor Tyrus zal verwoest worden, welke oorzaak den God van Israël, dien hij aangewezen heeft als de Oorzaak te zijn van zo groot werk, zal dienen in het uitvoeren van Zijne oordelen.
Hij. Onze Staten-Overzetters zijn van mening, dat God, de Heere hier bedoeld wordt. Anderen zijn van gevoelen dat ook hier het instrument aangewezen is, hetwelk God, de Heere wil gebruiken.