Genesis 43:11-14
Merk hier op:
I. Hoe vatbaar Jakob was voor overreding. Hij wilde luisteren naar rede, ofschoon zij, die haar aanvoerden, zijn minderen waren. Hij zag de noodzakelijkheid in van het geval en daar het niet te verhelpen was, wilde hij aan de noodzakelijkheid toegeven. "Is het nu alzo, neemt uw broer mee. Indien erop geen andere voorwaarden koren te krijgen is, dan kunnen wij hem even goed aan de gevaren van de reis blootstellen, als ons en onze kinderen, en ook Benjamin onder hen, uit gebrek aan brood te laten omkomen." "Huid voor huid, en al wat iemand heeft, " zelfs een Benjamin, het dierbaarste van alles, "zal hij geven, voor zijn leven." Geen dood is zo schrikkelijk als de hongerdood, Klaagliederen 4:9. Mijn zoon zal met ulieden niet vertrekken, had Jakob gezegd, Hoofdstuk 42:38, maar nu is hij overtuigd om in zijn vertrek toe te stemmen. Het is geen verkeerdheid, maar verstandig en plichtmatig om op ons besluit en voornemen terug te komen, als daar een goede reden voor is. Standvastigheid is een deugd, maar hardnekkigheid is geen deugd. Het is het kroonrecht van God om niet te berouwen en onveranderlijke besluiten te nemen.
II. Jakob's wijsheid en rechtvaardigheid, die in drieërlei zaken uitkwamen.
1. Hij zond het geld terug, dat zij boven in hun zakken gevonden hadden, en hij geeft die voorzichtige uitlegging van de zaak: misschien was het een feil. De eerlijkheid gebiedt ons terug te geven, niet slechts hetgeen door ons eigen toedoen onrechtmatig tot ons komt, maar ook hetgeen door vergissing van anderen tot ons komt. Al hebben wij het ook door vergissing verkregen, zo wij het houden nadat wij de vergissing ontdekt hebben, dan houden wij het door bedrog. Bij het opmaken van rekeningen moeten vergissingen-zowel die in ons voordeel, als die in ons nadeel zijn-er in veranderd worden. Jakob's woorden voorzien ons van een gunstige uitlegging van dingen, die wij in een opwelling van toorn geneigd zijn als een belediging te beschouwen, zie het voorbij, en zeg: Misschien was het een feil
2. Hij zond dubbel geld, dubbel zoveel als zij de vorige maal hadden meegenomen, in de gedachte dat de prijs van het koren gestegen kon zijn of opdat, zo dit vereist werd, zij een losgeld konden betalen voor Simeon, of wel om de onkosten, die hij in de gevangenis had, er mede te bestrijden, of om een vrijgevige gezindheid te betonen, en daardoor een edelmoedige behandeling te verkrijgen van de man, de heer van het land.
3. Hij zond een geschenk uit de voortbrengselen van het land, balsem en honing, enz, vers 11, de koopwaren, die Kanaän naar andere landen uitvoerde, Hoofdstuk 37:25. Gods voorzienigheid deelt haar gaven onderscheidenlijk uit. Sommige landen brengen de ene koopwaar voort, en andere landen weer andere opdat de koophandel in stand kan blijven. Honing en specerijen zullen nooit het gebrek aan broodkoren kunnen vergoeden. De honger was zwaar in Kanaän, en toch hadden zij balsem en mirre, enz. Wij kunnen zeer goed leven van eenvoudig voedsel zonder lekkernijen, maar wij kunnen niet leven van lekkernijen zonder eenvoudig voedsel. Laat ons God er voor danken, dat hetgeen het nodigst en nuttigst is over het algemeen ook het meest voorhanden en het goedkoopst is. "Een gift in het verborgen houdt de toorn onder," Spreuken 21:14. Jakob's zonen zijn onrechtvaardig beschuldigd van verspieders te zijn, maar Jakob is bereid de kosten te dragen van een geschenk om de beschuldiger tevreden te stellen. Soms moeten wij het niet te veel achten om vrede te kopen, zelfs daar, waar wij vrede kunnen eisen als ons recht. III. Jakob's godsvrucht, die zich openbaart in zijn gebed, vers 14. God de Almachtige geve u barmhartigheid voor het aangezicht van die man! Tevoren had Jakob met een geschenk en een gebed een vertoornde broer in een vriendelijke veranderd, en hier volgt hij nu dezelfde methode, en hij had er voorspoed mee. Zij, die genade willen vinden voor het aangezicht van de mensen, moeten haar bij God zoeken, die alle harten in Zijn hand heeft, en ze neigt naar het Hem behaagt.
IV. Jakob's lijdzaamheid. Hij besluit het alles met dit woord: "Mij aangaande, als ik van kinderen beroofd ben, zo ben ik beroofd. Als ik hen aldus de een na de ander moet overgeven, dan moet ik berusten, en zeggen: De wil van de Heer geschiede." Wij zullen wijs handelen, als wij ons ook met onze zwaarste beproevingen verzoenen, want wij kunnen niets winnen door met onze Maker te twisten.