Genesis 50:1-6
Jozef bewijst hier de laatste eer aan zijn overleden vader.
1. Met tranen en kussen en al de tedere uitdrukkingen van kinderlijke genegenheid neemt hij afscheid van het door de ziel verlaten lichaam, vers 1. Hoewel Jakob oud en afgeleefd was, en naar de loop van de natuur moet sterven, hoewel hij betrekkelijk arm was en zijn zoon Jozef ten laste was, koesterde deze toch zo'n genegenheid voor zijn liefhebbende vader, en voelde hij zozeer het verlies van zijn wijze, Godvruchtige, biddende vader, dat hij niet zonder een tranenvloed van hem kon scheiden. Zoals het een eer is om betreurd te sterven, zo is het de plicht van de overlevenden, om de dood te betreuren van hen die in hun leven tot zegen geweest zijn, al is het ook, dat zij een tijdlang hun nuttige werkzaamheid voor anderen overleefd hebben. De ontvloden, verloste ziel is buiten het bereik van onze tranen en kussen, maar voor ons is het gepast er onze eerbied en onze liefde mee te betonen voor het arme lichaam, voor wat wij een heerlijke en blijde opstanding verwachten. Aldus heeft Jozef zijn geloof getoond in God, en zijn liefde voor zijn vader door zijn bleke, koude lippen te kussen en een liefdevol afscheid van hem te nemen. Waarschijnlijk hebben de overige zonen van Jakob hetzelfde gedaan, ongetwijfeld zeer bewogen zijnde door wat hij met stervende lippen tot hen gesproken heeft.
2. Hij gaf bevel, dat het lichaam gebalsemd zou worden, vers 2, niet alleen omdat hij in Egypte was gestorven en dit de manier was van de Egyptenaren, maar omdat hij naar Kanaän vervoerd moest worden, wat een werk was van tijd, en daarom was het nodig dat het lichaam zoveel mogelijk voor bederf behoed zou worden. Zie hoe nietig en armzalig ons lichaam is als de ziel het heeft verlaten, als er niet heel veel kunst, moeite en zorg aan besteed wordt, zal het in weinig tijd tot bederf zijn overgegaan en stinkend worden. Als het lichaam maar vier dagen dood is geweest, dan ruikt het al.
3. Hij heeft een plechtige rouw over hem gevierd, vers 3. Veertig dagen waren nodig voor het balsemen van het lichaam. De Egyptenaren waren zó bedreven in de kunst van balsemen, dat zij zelfs de gelaatstrekken onveranderd wisten te bewaren. Al die tijd, en nog dertig dagen er bij, dus alles zeventig dagen, zonderden zij zich af en zaten eenzaam neer. Als zij uitgingen, verschenen zij in zwaar rouwgewaad, overeenkomstig de betamelijke gewoonte van dat land. Zelfs vele van de Egyptenaren hebben uit eerbied voor Jozef, wiens goede diensten aan koning en land bewezen hun nu nog vers in het geheugen lagen de rouw over zijn vader aangenomen, zoals ook bij ons, als het hof in rouw is, de voornaamsten van het volk ook de rouw aannemen. Het Egyptische hof heeft gedurende ongeveer tien weken de rouw over Jakob aangenomen. Wat zij nu deden uit staatsie of beschaafdheid, behoren wij te doen in oprechtheid, te wenen met de wenenden, te treuren met hen, die treuren, als of het ons zelf betreft.
4. a. Hij vroeg en verkreeg verlof van Farao om naar Kanaän te gaan om er de begrafenis van zijn vader bij te wonen, vers 4-6. Het was een noodzakelijke betuiging van eerbied voor Farao, dat hij niet zonder zijn verlof wilde gaan, want wij kunnen begrijpen dat, hoewel zijn werk met het koren nu al lang afgedaan was, hij toch eerste staatsminister gebleven is, en dus niet zolang van zijn bezigheden zonder verlof kon wegblijven.
b. Hij nam de beleefdheid in acht door sommigen van de koninklijke familie of beambten van het hof te verzoeken dit verlof voor hem te verkrijgen, of omdat het niet behoorlijk was om in de dagen van zijn rouw voor de koning te verschijnen, of omdat hij niet te veel op zijn eigen invloed wilde vertrouwen. Bescheidenheid is een mooi sieraad voor hen die in hoogheid zijn.
c. Hij voerde de verplichting aan, waaronder zijn vader hem gelegd had, door hem te doen zweren dat hij hem in Kanaän zou begraven, vers 5. Het was niet uit hoogmoed of uit grilligheid, maar uit eerbied voor een noodzakelijke plicht, dat hij het verlangde. Alle volken achten dat een eed gehouden moet worden en de wil van de overledene moet nagekomen worden.
d. Hij beloofde te zullen terugkomen: "dan zal ik wederkomen." Als wij van het begraven van de lichamen van onze bloedverwanten terugkomen in ons huls, dan zeggen wij: "Wij hebben hen achtergelaten, maar indien hun ziel naar het huis van onze hemelsen Vader is gegaan, dan kunnen wij met meer reden zeggen: Zij hebben ons achtergelaten.
e. Hij ontving verlof, vers 6. "Trek op en begraaf uw vader." Farao is bereid zijn zaken zolang te laten stilstaan, maar de dienst van Christus is nodiger, en daarom wilde Hij niet toestaan dat een, die werk voor Hem te doen had, eerst zijn vader ging begraven, nee laat de doden hun doden begraven, Mattheus 8:22.