Spreuken 21:14
1. Hier is de macht, die gemeenlijk gevonden wordt in giften en gaven. Niets is heftiger dan de toorn. O hoe groot is de kracht van sterke toorn! En toch zal een schoon geschenk, met overleg gegeven, van sommige mensen de toorn doen bedaren, toen hij onverzoenlijk scheen. Geldgierigheid is gewoonlijk de heersende zonde, zij heerst over andere lusten. "Pecuniae obediant omnia. Het geld beheerst alles." Zo heeft Jakob Ezau, en Abigaïl David verzoend.
2. Het beleid, dat gemeenlijk gevolgd wordt bij het geven en ontvangen van geschenken, het moet een gift zijn in het verborgen, een geschenk in de schoot, want hij, die het aanneemt, wil niet dat men denkt, dat hij het heeft begeerd, wil niet dat zijn aannemen ervan bekend wordt, en hij wil zich ook niet verplicht gevoelen jegens hem, die hem heeft beledigd. Maar als het stil en in het verborgen gedaan wordt, dan is alles wel. Niemand moet al te openhartig zijn in het geven van een geschenk, niet roemen op de geschenken die hij zendt, maar als het een gift is om het recht te verkeren, dan is dit zo ergerlijk, dat zij die van geschenken houden, er zich toch over schamen.