11. Toen zei Israël, hun vader, tot hen, overwonnen door de drang van de omstandigheden en door Juda's woord: 1) Is het nu alzo, is de nood zo hoog, zo doet dit: neemt van het loffelijkste, 2) het beste, het meest geprezene, van dit land in uw vaten, 3) en brengt die man een geschenk daarheen mee, om hem gunstig te stemmen; een weinig balsem, 4) en een weinig honing, 5)specerijen 6) en mirre, 7) terpentijnnoten 8) en amandelen. 9)
1) De nood en zijn macht in de hand van de goddelijke voorzienigheid, hoe onverbiddelijk is hij in zijn eisen: Jakob moet Benjamin meegeven; hoe genaderijk in zijn bedoelingen: slechts langs deze wegen kan Jakob's huis van de last een verderfelijke zonde verlost worden..
2)Eigenlijk: "van het gezang" of "het bezongene" van het land. De edelste voortbrengselen van de aarde worden het meest in de poëzie vereerd. Bij grote geschenken aan voornamen kan de gewone waarde niets doen; het kwalitatieve, de poëtische geur moet ze kracht geven..
Jakob heeft vroeger (Hoofdstuk 32:13; 1 Koningen 10:25; Mattheus 2:11) uit de kracht van de geschenken ondervonden, nu is het niet meer het vele, maar het uitgezochte van de geschenken, dat vertederen moet.. 3) Dit woord betekent allerlei gereedschap, waarmee men iets draagt of vervoert, en kan hier ook "zakken" betekenen..
4) Hier worden enkel voortbrengselen van Palestina genoemd, die door de karavanenhandel naar Egypte gevoerd werden (zie ook hoofdstuk 37:25 waar ook van balsem, specerijen en mirre sprake geweest is)
De balsem, Zori, is Israël's, bijzonder Gilead's trots; hij wordt ingezameld van de zakkumstruiken. "De balsemboom is een boom van middelbare hoogte; zwelt een van de takken op, zo vloeit niettemin het vocht in de aderen en vezelen van de boom terug, zodra men de tak met ijzer aanraakt, maar met een scherpe steen of scherf kan men die openen; de daardoor verkregen vloeistof wordt door de geneesheren gebezigd (Tacitus v.6). Keizer Vespasianus heeft dit struikgewas het eerst te Rome getoond, want verwonderlijk is het, dat men sedert de tijd van Pompeius, zelfs bomen bij het houden van triomftochten meevoerde. Die boom is nu dienstbaar geworden en betaalt cijns, te gelijk met zijn volk. Hij gelijkt meer naar de wijnstok, dan naar de mirteboom. Door het planten van stekken wordt hij gekweekt. De heuvelen bedekt hij als een wijngaard en heeft daarbij geen steun nodig. Het blad heeft het meest overeenkomst met dat van de ruite en blijft steeds groen. De Joden hebben tegen het meevoeren van die boom gewoed, als voor hun eigen leven; de Romeinen hebben hem verdedigd, en men heeft om de wil van een boom gestreden. Thans plant de fiscus die; en nooit was hij talrijker en hoger. Het vocht, dat uit de met steen, glas of been gemaakte openingen vloeit, heet opobalsem, en heeft een zeer aangename geur. Slechts karig vloeien de druppels, die met wol in kleine hoornen kruikjes bijeen vergaard worden."
5) De "Debasch" is hier waarschijnlijk een bijenhoning, die in Egypte mede gevonden werd en geen kostbaar geschenk was; maar de druivehoning of Dips, dat is tot op één derde verkookte most, waarvan nog heden, uit de landstreek van Hebron, jaarlijks ongeveer 300 kameellasten naar Egypte gevoerd worden..
6) Nekot is de gom van de Tragakanth, die aan de voet van de Libanon groeit; een wit hars, dat bij brandoffers en voor geneesmiddel gebruikt werd, bekend onder de naam van storax..
7) Lot of Landanum, een hars van de cistusroos, dat als geneesmiddel gebruikt wordt..
8) Bothnim, vruchten van de Pistacia vera, een boom overeenkomende met de Terebint, die noten draagt als onze hazelnoten. Deze was in de oudheid zeer gezocht, en werd als tegengif tegen de beet van slangen gebezigd.
9) Schkediem, amandelen, de vrucht van de Amijgdalus communis, die in Palestina zeer algemeen is (Hoofdstuk 30:37). Met deze geschenken brengt Jakob de tweede droom in vervulling, en buigt zich voor Jozef, erkent hem als zijn meerdere..