Genesis 6:1-2
Ter ere van Gods gerechtigheid en ter waarschuwing van een goddeloze wereld hebben wij, vóór de geschiedenis van het verderf van de oude wereld, een volledig bericht van haar ontaarding, haar afval van God en haar opstand tegen Hem. De verwoesting er van was een daad, niet van volstrekte soevereiniteit of vrijmacht, maar van noodzakelijke gerechtigheid ter handhaving van de eer van Gods regering. Nu hebben wij hier een bericht van twee dingen, die de boosheid van de oude wereld veroorzaakt hebben.
1. De toeneming van het mensdom. De mensen begonnen te vermenigvuldigen op de aardbodem. Dat was de uitwerking van de zegen Hoofdstuk 1:28, maar des mensen bederf heeft die zegen zo misbruikt, dat hij in een vloek werd verkeerd. Aldus neemt de zonde oorzaak door de goedertierenheden Gods om nog overvloediger zondig te zijn. "Als de goddelozen velen worden, wordt de overtreding veel," Spreuken 29:16. Hoe meer zondaren, des te meer zonde, en de menigte van de overtreders maakt de mensen stoutmoedig. Besmettelijke ziekten zijn het meest verwoestend in volkrijke steden, en zonde is een zich verspreidende melaatsheid. Zo geschiedde het in de Nieuw-Testamentische kerk, dat, "toen de discipelen vermenigvuldigden, er een murmurering ontstond," Handelingen 6:1, en wij lezen van een volk, dat vermenigvuldigd was, maar waarvan "de blijdschap niet groot gemaakt was," Jesaja 9:2. Een talrijk gezin moet goed bestuurd worden, of het wordt een goddeloos gezin.
2. Gemengde huwelijken, vers 2. Gods zonen dat wil zeggen: de belijders van de Godsdienst, die naar de naam des Heeren genoemd waren en die naam aanriepen, huwden de dochteren van de mensen, dat is: degenen, die werelds waren, vreemdelingen voor God en Godsdienst. Het nageslacht van Seth hield zich niet afgezonderd zoals het had moeten doen, beide ter bewaring van eigen reinheid en in verfoeiing van de afval, zij vermengden zich met het gevloekte geslacht van Kaïn. Zij namen zich vrouwen uit allen, die zij verkozen hadden. Maar wat was er nu verkeerd in die huwelijken?
a. Hun keuze werd slechts geleid door hun oog: zij zagen dat zij schoon waren, hetgeen alles was wat zij zagen.
b. Zij volgden de keuze hunner verdorven neigingen, zij namen allen, die zij verkozen hadden, zonder raad en zonder nadenken. Maar:
c. Wat van zo slechte gevolgen voor hen bleek, was dat zij "vreemde vrouwen huwden, een ander juk aantrokken met de ongelovigen," 2 Corinthiërs 6:14. Dit was aan Israël verboden, Deuteronomium 7:3, 4. Het was de onzalige aanleiding van Salomo's afval, 1 Koningen 11:1-4, en het had zeer slechte gevolgen voor de doden na hun terugkeer uit Babylon, Ezra 9:1, 2. De belijders van de Godsdienst behoren zowel voor hun eigen huwelijk als voor dat van hun kinderen er een gewetenszaak van te maken om binnen de grenzen hunner belijdenis te blijven. De slechten zullen veel eerder bederven en meeslepen, dan de goeden de slechten zullen hervormen. Zij, die belijden kinderen Gods te zijn, moeten niet huwen zonder Zijn toestemming, die zij niet hebben als zij zich met Zijn vijanden verbinden.