Genesis 35:21-29
1. Hier is Jakob's vertrek, vers 21. Evenals zijn vaderen woonde ook hij in het land van de belofte als in een vreemd land, en hij vertoefde niet lang op een plaats. Onmiddellijk na het verhaal van Rachels dood wordt hij hier Israël genoemd, vers 21, 22, en later niet dikwijls. De Joden zeggen: "De gewijde geschiedschrijver doet hem hier deze eer aan, omdat hij die beproeving met bewonderenswaardig geduld en onderworpenheid aan Gods voorzienigheid heeft gedragen." Diegenen zijn ware Israëls, vorsten voor God, die hun hartstochten weten te beheersen. Hij, die heerst over zijn eigen geest is beter dan de machtigen. Israël, een vorst bij God, woont in tenten, de stad wordt voor hem bewaard in de andere wereld.
2. De zonde van Ruben, het was een afschuwelijke goddeloosheid, waaraan hij zich schuldig maakte, vers 22, de zonde, waarvan de apostel zegt, dat zij niet eens onder de heidenen genoemd wordt, 1 Corinthiërs 5:1 dat er een de huisvrouw van zijn vader heeft. Er wordt gezegd, dat het geschiedde toen Israël in dat land woonde, alsof hij toen afwezig was van zijn gezin, hetgeen de ongelukkige gelegenheid kan geweest zijn van die onordelijkheden. Hoewel Bilha misschien de meeste schuld had, en er waarschijnlijk door Jakob om verlaten werd was Rubens misdaad toch zo ergerlijk, dat hij er zijn eerstgeboorterecht en de zegen door verloor, Hoofdstuk 49:4. De eerstgeborene is niet altijd de beste of meest belovende. Dit was de zonde van Ruben, maar het was de grievende smart van Jacob, en hoe groot die smart was wordt in weinig woorden te kennen gegeven: en Israël hoorde het. Er wordt niets meer gezegd, dat is genoeg, hij hoorde het met de uiterste smart en schaamte, afschuw en ongenoegen. Ruben dacht het te verbergen, zodat zijn vader er nooit van zou horen, maar zij, die zich er mede vleien, dat hun zonde verborgen zal blijven, worden gewoonlijk teleurgesteld, het gevleugelde zal het woord te kennen geven.
3. Een volledige lijst van de zonen Jakob's, nu Benjamin, de jongste, geboren is. Dit is de eerste maal, dat wij de namen van deze hoofden van de twaalf stammen samen opgegeven vinden, naderhand wordt dikwijls van hen gesproken, en worden zij aldus opgeteld zelfs tot aan het slot van de Bijbel, Openbaring 7:4, 21:12.
4. Het bezoek van Jakob aan zijn vader Izaak te Hebron. Wij kunnen veronderstellen dat hij hem tevoren reeds bezocht had sedert hij in het land terug was, want hij was zeer begerig naar het huis van zijn vader, maar nooit vóór thans had hij zijn gezin mee gebracht om er met hem of in zijn nabijheid gevestigd te zijn vers 27. Waarschijnlijk deed hij het nu na de dood van Rebekka, waardoor Izaak eenzaam was achtergebleven, daar hij niet gezind was om nogmaals te huwen.
5. De ouderdom en de dood van Izaak worden hier vermeld, hoewel het uit opgemaakte berekeningen blijkt, dat hij niet gestorven is dan verscheidene jaren nadat Jozef naar Egypte was verkocht, en ongeveer op dezelfde tijd van diens verhoging aldaar. Izaak, een zachtmoedig, rustig man, heeft van al de patriarchen het langst geleefd, want hij is honderd tachtig jaren oud geworden, Abraham slechts honderd vijf en zeventig jaren. Izaak leefde nog ongeveer veertig jaren nadat hij zijn testament had gemaakt, Hoofdstuk 27:2. Wij zullen geen uur vroeger, maar wèl veel beter sterven, door het voorbereiden van ons huis en ons hart. Er wordt bijzonder nota van genomen van de vriendelijke overeenstemming van Ezau en Jakob bij de plechtige begrafenis van hun vader, vers 29, om te tonen welk een wonderbaarlijke verandering God gewrocht had in Ezau's gemoed, sedert hij zich voornam zijn broeder te doden, Hoofdstuk 27:41. God heeft velerlei middelen om slechte mensen te weerhouden om het kwaad te volbrengen, dat zij voornemens waren te doen, Hij kan of hun handen binden, of hun hart veranderen.