Psalm 149:6-9
Het Israël Gods wordt hier voorgesteld als triomferende over hun vijanden, dat beide de stof is van hun lof, (laat hen Gode de eer geven van deze overwinningen) en het loon van hun lof, zij, die waarlijk dankbaar zijn aan God voor hun rust, zullen gezegend worden met overwinning. Het kan ook genomen worden voor nog een verdere uitdrukking van hun lof, vers 6. Laat de hoge lof van God in hun mond zijn, en laat hen dan in heilige ijver voor Zijn eer een tweesnijdend zwaard in hun hand nemen, om tegen de vijanden van Zijn koninkrijk te strijden.
Dit nu kan toegepast worden:
1. Op de vele overwinningen, waarmee God Zijn volk Israël gezegend heeft over de volken van Kanaän, en over andere volken, die ten verderve waren gedoemd. Deze begonnen in Mozes en Jozua, die, toen zij aan Israël de hoge lof des Heeren leerden, daarbij een tweesnijdend zwaard in hun hand gaven, ook David heeft dit gedaan, want gelijk hij lieflijk was in psalmen Israëls, zo was hij ook de aanvoerder van hun heirscharen, en heeft de kinderen van Juda het gebruik van de boog geleerd, 2 Samuël 1:18, hun handen ten strijde geleerd, zoals God het zijn handen geleerd heeft. Zo zijn hij en zij overwinnend voortgegaan, strijdende de strijd des Heeren, en Israëls twistzaak wrekende aan hen, die hen hadden verdrukt, toen hebben zij wraak gedaan over de heidenen, ( de Filistijnen, Moabieten Ammonieten en anderen, 2 Samuël 8:1 en verv.) en bestraffingen over de volkeren wegens al het onrecht, dat zij Gods volk hadden aangedaan vers 7. Hun koningen en achtbaren werden gevangen genomen, vers 8, en aan sommigen van hen werd het beschreven oordeel volvoerd zoals door Jozua aan de koningen van Kanaän door Gideon aan de vorsten van Midian, door Samuël aan Agag. De eer hiervan straalde af over geheel het Israël Gods, en Hem, die hun die eer gegeven heeft, doen zij haar wederkeren in hun hallelujahs. Het leger van Josafat had tegelijk de hoge lof Gods in zijn mond en een tweesnijdend zwaard in hun hand, want zij gingen uit ten krijg, zingende de lof van God, en toen voerden zij met hun zwaard Gods oordelen uit, 2 Kronieken 20:23. Sommigen passen dit toe op de tijd van de Maccabeeën, toen de Joden soms grote overwinningen behaalden over hun tegenstanders en verdrukkers. En indien het vreemd schijnt dat de zachtmoedigen, in weerwil van dit karakter, zo streng zijn, en dat nog wel jegens koningen en achtbaren dan is hier een woord, dat er hen in rechtvaardigt: het is het beschreven recht.
Zij doen het niet uit persoonlijke kwaadwilligheid of wraakzucht, of doordat zij zich door enigerlei bloeddorstige staatkunde laten beheersen, maar omdat zij er een opdracht van God voor hebben, overeenkomstig Zijn aanwijzing en in gehoorzaamheid aan Zijn bevel. Zo zullen de koningen van de aarde, die gebruikt worden voor de verwoesting van het nieuwtestamentische Babylon, slechts het beschreven recht ten uitvoer brengen, Openbaring 17:16, 17. Daar echter thans zodanig een bijzondere opdracht niet overgelegd kan worden, zal dit volstrekt het geweld niet rechtvaardigen, hetzij van onderdanen tegen hun vorsten, of van vorsten tegen hun onderdanen, of van beide tegen hun naburen, onder voorwendsel van Godsdienst, want Christus heeft nooit bedoeld dat zijn Evangelie te vuur en te zwaard verbreid zou worden, of dat Zijn gerechtigheid door de toorn des mensen gewerkt zou worden. Als de hoge lof van God in onze mond is, dan behoort er een olijftak des vredes in onze handen te zijn. 2. Op Christus overwinningen door de kracht van Zijn Evangelie en genade over geestelijke vijanden, waarin alle gelovigen meer de overwinnaars zijn. Het Woord van God is het tweesnijdend zwaard, Hebreeën 4:12, het zwaard des Geestes, Efeziers 6:17. Het is niet genoeg om dit in ons tuighuis te hebben, wij moeten het ook in onze hand hebben, zoals onze Meester het in Zijn hand had toen Hij zei: Er is geschreven. Met dit tweesnijdend zwaard hebben de eerste predikers van het Evangelie een glorierijke overwinning behaald over de machten van de duisternis, er werd wraak geoefend aan de goden van de heidenen door de overtuiging en bekering van hen, die gedurende lange tijd hun aanbidders waren geweest, en door de verschrikking en verwarring van hen, die niet tot berouw en bekering wilden komen, Openbaring 6:15, de sterkten van Satan werden nedergeworpen, 2 Corinthiers 10:4, 5, de groten van de aarde werden er toe gebracht om te beven voor het woord, zoals Felix, Satan, de god van deze wereld werd buitengeworpen, overeenkomstig het oordeel, dat tegen hem werd uitgesproken. Het is de eer van alle Christenen, dat hun heilige Godsdienst zo overwinnend is geweest. Met dit tweesnijdend zwaard strijden de gelovigen tegen hun eigen bederf, en door de genade van God brengen zij het tenonder en doden zij het, de zonde, die over hen heeft geheerst, is gekruisigd, het eigen ik, dat eens als koning op de troon zat, is met ketenen gebonden en tot onderwerping gebracht aan het juk van Christus, de verzoeker is overwonnen en verpletterd onder hun voeten, dit is de heerlijkheid van al Gods gunstgenoten. volkomen vervulling hiervan zal plaatshebben in het oordeel van de grote dag, als de Heere zal komen met vele duizenden heiligen, om gericht te houden tegen allen, Judas: 14, 15. Dan zal wraak geoefend worden over de heidenen, Psalm 149:7 en bestraffingen, eeuwige bestraffingen over de volken, koningen en achtbaren, die de banden en touwen van Christus' regering wegwierpen, Psalm 2:3, zullen niet bij machte zijn om de ketenen en boeien van Zijn toorn en gerechtigheid weg te werpen. Dan zal het beschreven recht volvoerd worden, want de verborgen dingen van de mensen zullen geoordeeld worden naar het Evangelie. Deze eer zullen alle heiligen hebben, die als bijzitters met Christus de wereld zullen oordelen, 1 Corinthiers 6:2. Laat hen in het vooruitzicht daarvan de Heere loven en tot aan het einde huns levens de getrouwe dienaren en krijgsknechten van Christus blijven.