19. En de grote stad van de Westerse Christenen (
Hoofdstuk 11:8) is ten gevolge van de aardbeving in drie delen gescheurd en de steden van de heidenen, de afzonderlijke rijken, die tot hiertoe in Europa bestonden, zijn gevallen, om zich in de drie delen op te lossen.
Het gezicht van Johannes in het volgende, het 17e Hoofdstuk, kan ons verklaren, die de "drie delen van de grote stad" zijn, waarin de complexus van de Europese Staten op de boven aangegeven tijd door een zo geweldige revolutie, zoals die in de wereldgeschiedenis nog niet is geweest, zich oplost. Daar wordt melding gemaakt van 1) het scharlaken rode beest, vol van namen van de godslastering, waarbij wij aan Frankrijk met zijn nieuwe beheerser Napoleon VIII moeten denken; 2) de vrouw, die met de naam van "de moeder van de hoeren" wordt genoemd, of het pauselijk Rome, zittende op het dier en gekleed in het gewaad van een grote heerseres; 3) de tien koningen, verbonden door een mening en geheel zich stellend in de dienst van het dier en die juist daardoor voorkomen als een tot eenheid samenverbonden derde macht. Nu kunnen wij zeker niet met onvoorwaardelijke zekerheid voorspellen, op welke wijze deze drie delen van het Europese staatslichaam binnen nog geen 120 jaren worden zal; maar een berekening naar waarschijnlijkheid kan toch uit hetgeen de Openbaring aan de hand geeft worden gemaakt en we moeten dat ook doen, om de inhoud van het geopenbaarde enigszins te doen verstaan. Als Napoleon VIII in de laatste tientallen van het zesde duizendtal jaren sinds de schepping van de wereld verschijnt, zal hij zo geheel gedaante en wezen van de stichter van zijn dynastie bezitten, dat hij bij de Fransen meteen de herinnering aan de grootheid en heerlijkheid van hun eerste keizer doet ontwaken en zijn beloften, om de wraak aan Duitsland, waartoe men nog niet heeft kunnen komen (Vers 10 v.) eindelijk te volvoeren en hun land en volk rijker en machtiger te maken dan ooit, zullen des te eer gehoor vinden, als de paus te Rome hem als een opgestane Napoleon I, al is het ook maar in figuurlijke zin, legitimeert en de eerste is, die zijn partij kiest. De paus toch heeft reeds lang op het uur gewacht, dat een wereldmacht hem weer aan zijn wereldlijke heerschappij in Italië helpt en heeft ook gedachten van wraak tegen Duitsland, dat hem zo diep in het vlees van zijn kerkelijke aanmatigingen gesneden heeft, niet vergeten. Heeft hij zich van de dubbele slag, die hij in deze laatste jaren van de tegenwoordige eeuw geleden heeft, tot aan het einde daarvan zover hersteld, dat hij in Vers 13 v. van ons hoofdstuk zijn gewicht ook in de weegschaal kon leggen, hij heeft toch tegenover de Protestantse kerk, die in het begin van de 20e eeuw het geestelijk weder-opstaan van de dood heeft ervaren (Hoofdstuk 11:11) zeer veel van zijn kerkelijke betekenis verloren en daarvan kan hij geen afstand doen de uitsluitende bezitter van alle goederen en rechten van de Kerk op aarde te zijn, het moge kosten wat het wil. Hij zal het dus zijn gelovigen tot een gewetensplicht maken, het nieuwe verschijnsel aan de politieke hemel met vreugdegejuich te begroeten en dat op zijn loopbaan met alle krachten van lichaam en ziel te ondersteunen. Frankrijk weer geregeerd door een Bonapartist, die het op de wereldheerschappij toelegt, zal zich wel snel meester maken van België en Holland en dan zal de kruistocht tegen Duitsland beginnen. Daar zal de bruiloft worden gehouden tussen de achtsten, waarvan in Hoofdstuk 17:11 sprake was en de vrouw en het zal een "bloedbruiloft" zijn in de vreselijkste betekenis van het woord. Het is merkwaardig hoe Rome en Frankrijk van het begin af met elkaar gesympathiseerd en elkaar wederkerig de hand hebben gereikt. Het is een Roomse paus geweest, die de Frankische Major domus Pepijn het geweten heeft gerust gesteld, om zich meester te maken van de Merovingische koningskroon en weer is het een gift van Pepijn geweest, waarop de wereldlijke macht van de paus is gebouwd. In Frankrijk heeft het Katholicisme alle staatkundige en maatschappelijke betrekkingen met een macht aangegrepen en doordrongen, die zich ook wel in andere landen heeft vertoond, maar toch het sterkst haar invloed moest openbaren in een volk zo bijzonder gevoelig, levendig, zinnelijk, begerig naar tonelen en representaties en belust op processies, als dat de Fransen zijn. Alle uitdrukkingen van middeleeuws latijn hebben de pausen weten aan te wenden, om uitdrukkingen van het inwendig leven, van innig verlangen van de Kerk naar haar mystieke bruidegom, zoals wij die in het Hooglied aantreffen, op haar verlangen naar een verloving met Frankrijk en zijn beheerser toe te passen.
Een hele, territoriale hervorming is in dit land onmogelijk: wat de reformatie geven kan, dat kan aan het volk in het algemeen slechts voorkomen als een skelet van godsdienst. Dat zal wel "goed katholiek" blijven, ook als de andere landen zich weer tot het Evangelie zullen keren. Heeft echter eerst Christus zich met diegene, die volgens de voorspelling van de profeten Zijn bruid is (Hosea 2:19 v.) in het geloof verloofd en haar in de woestijn op adelaarsvleugels gebracht, waar Hij vriendelijk met haar spreekt en haar op de dag van de bruiloft heeft toebereid (Hoofdstuk 11:11 v. ; 12:14); dan zal de paus, die met zijn kerk van de dwaze maagden in het uur, als de bruidegom komt, bij de verkopers geweest is om olie te kopen voor de uitgaande lampen en vervolgens geen toelating meer heeft gevonden (Mattheus 25:1), maar zich daarvoor op de wijze in Vers 13 v. genoemd voldoening heeft verschaft, te zijner tijd ook gelegenheid vinden, om met het volk van zijn keuze en het anti-christische hoofd er van de zolang begeerde volledige verloving te doen plaats hebben. De bruidegom zal van zijn zijde nu ook, zodra dat op Duitslands met bloed gedrenkte en tot een woestijn gemaakte bodem geschiedt en het hele land in Frankrijks staatslichaam ingelijfd is, niet nalaten nu zijn bruid een gave te schenken. Hij zal aan het koninkrijk Italië een einde maken, de pauselijke stoel daarmee begiftigen en hem, die daarop zit, tot een tweede macht naast zich verheffen, evenals Napoleon I het eens reeds de paus Pius VII aanbood, maar deze nog zoveel bewustzijn had van zijn goddelijke roeping, dat hij de aanbidding met alle waardigheid van een dienaar van Christus afwees. Nu is de vrouw, zoals Johannes haar in Hoofdstuk 17:3, ziet, zittende op een scharlaken rood beest vol van namen van de lastering. Zonder twijfel is het een dag van gemeenschappelijke bespreking en wederkerige verbinding, die beide machten met elkaar houden en wij zullen bij Hoofdstuk 17:11 reeds te weten komen wat zij onder elkaar verhandelen. Dan zal ook snel daarop de vrouw van de volken van het Westen uit haar beker inschenken en de drank vol gruwel en onreinheid zal niet nalaten zijn uitwerking te doen, zodat het in de landen rondom gist en een revolutie ontstaat, die in korte tijd de 10 koningen zal voortbrengen als een derde macht naast de eerste en tweede; daarentegen heeft de grote held van de dag, de zoon van het verderf, reeds een hoofdstuk van zijn werk volbracht, hij heeft, zoals in Daniël 7:2 van hem geschreven staat, drie koningen verootmoedigd. Frankrijk met insluiting van Holland overmeesterd, Duitsland geannexeerd en Italië tot een voetbank van de voeten van zijn vrouw, "de moeder van de hoeren" gelegd. Maar hoe zal dit plaats hebben? De tweede helft van het vers openbaart het ons.
Deze zevende en laatste schaal, het laatste lid van de zevende zegels en van de zevende bazuin, brengt omwentelingen op aarde en onder de mensheid teweeg, als nog nooit hebben plaats gehad. De grote aardbeving, welks gelijke sinds Adam nog nooit is gezien, is juist deze verheven, geduchte, alle menselijke ordening oplossende volksverhuizing, waarvan de hele aarde het toneel zal wezen, maar die bovenal een richting neemt naar ons werelddeel. Bij de ophitsing aller volken van de wereldkreits door de heirschaar van de duivel, die dan in volkomen vrijheid woelt en woedt, zonder evenals van te voren door Gods engelen, tegenover de afvallige mensheid in toom te worden gehouden (2 Thessalonicenzen 2:8-12) hebben wij in Vers 13, 14 stilgestaan. De ondergang van het Romeinse rijk werd ook onder het beeld van een aardbeving geschilderd, die in Hoofdstuk 8:5 alleen een aardbeving en in Hoofdstuk 6:12 een grote aardbeving wordt genoemd. Hier evenwel wordt de aardbeving geschilderd als een zo geducht en geweldig, dat haars gelijke nog nooit op aarde is vernomen noch ondervonden. Nu wordt het zesde zegel eerst volkomen vervuld. Wij weten dat Attila, de grote Hunnen-koning en verwoester van Europa, een voorloper van de antichrist van Abaddon en Apollyon, van de afgrondsengel is geweest. Hoe hebben de Hunnen gewoed, hoe hebben de Germanen huisgehouden; wat al steden hebben zij het onderste boven gekeerd, wat al verwoestingen aangericht! Dat alles was een gering voorspel van de verwoesting, die de antichrist met de heirschaar van koningen van de opgang van de zon, met zijn Chinezen, Japanners, Oost-Indiërs, Perzen en allerlei ruwe stammen van de binnenlanden van Azië, benevens de Moslim-wereld van voor-Azië en Afrika, alsook de tien koningen van Europa, vergezeld van een talloos tal rebellen-horden van roofzieke Europeërs in het hoogbeschaafde, rijke en prachtige Europa aanrichten zal (Hoofdstuk 17:12, 13, 16). Het gevolg van deze volksverhuizing in Europa wordt in het klaaglied van de koningen, van de kooplieden en groothandelaars nauwkeurig beschreven (Hoofdstuk 18:9-19).
Er is een nauwkeurige overeenkomst tussen de zevende schaal en de zevende bazuin en wij staan hier weer op hetzelfde punt als daar ter plaatse. Maar de oordelen van God zijn ons uit een ander oogpunt ter beschouwing gegeven; want terwijl de bazuinen en zegelen op de strijd met goddeloze mensen doelden, heeft de laatste drinkschaal betrekking op een strijd met wereldheerschappijen. De hele vernietiging van deze wordt aangeduid door de beschrijving van de aardbeving, als een, die alles overtrof, wat immer van die aard was gezien of ondervonden. Hoezeer ook door vroegere strafgerichten van de Heere bestreden en verzwakt, had die wereldheerschappij zich in de loop der tijden nog altijd staande gehouden, of liever: onder andere gedaanten vertoond. Maar de laatste aardbeving had haar voor altijd verdelg van de aardbodem. Het is deze zelfde vernietiging van Gods vijanden, die Daniël voorspelt en waarop Jezus doelt.
Johannes begint met de grote stad, namelijk Rome, die keizerlijke heerschappij, die hem zo'n diepe bekommering baarde. Zij wordt in drie delen gescheurd; want zij wordt beheerst door de draak, het beest en de valse profeet. Nu is zij geheel en al te gronde gegaan; zij is gevallen, evenals de overige steden van de heidenen, evenals al de hoofdsteden en koninkrijken, waarin immer de woede tegen de Kerk de Heere ontvlamd was, maar die ook allen de straf van haar vermetelheid hebben gevonden in haar ondergang.
19b a) En het grote Babylon, welks val reeds in Hoofdstuk 14:8 is aangekondigd, is gedacht geworden voor God, voordat nog het oordeel plaats had aan het dier en de anderen (Hoofdstuk 19:20 v.), opdat ook hier de grondstelling (1 Petrus 4:17) zou worden bevestigd, om haar te geven a) de drinkbeker van de wijn van de toorn van Zijn gramschap, de kelk van Zijntoorn, nu met al Zijn grimmigheid vervuld, opdat zij die tot de bodem toe zouden uitdrukken (Hoofdstuk 17:15-19:4).
a) Jeremia 25:15 Openbaring 4:10
Hele eeuwen scheen God dit grote Babel vergeten te hebben; zo ongestoord en ongestraft zou het zijn werk verrichten. Ja scheen het ook enkele malen, alsof haar laatste uur had geslagen, zij verhief zich toch steeds weer van de ontvangen nederlaag met des te groter kracht en kwam tenslotte tot een toestand, waarbij zij onmiddellijk voor de verwezenlijking van haar aanspraken op de geestelijke heerschappij over de hele aardbol stond (Hoofdstuk 17:3 v.). Maar overvalt haar de toorn van God en treft haar nu in volle mate door de verwoesting, die de tien koningen haar bereiden (Hoofdstuk 17:16 v.).
Daar komt een stem van God uit de hemel, die zei: het is geschied, het is gedaan, de plagen over de antichrist hebben een einde, d. i. de laatste plaag. Daarop komt een allerverschrikkelijkste vertoning, daar geschieden stemmen, donderslagen en bliksemen, zoals bij het geven van de wet op Sinaï. Daarbij geschiedde een aardbeving, van hoedanige soort en grootte er nooit een geweest was; dit kan men niet naar de letter verstaan, want dan zou deze plaag ook de Kerk raken, of men moest deze dingen bepalen tot de plaatsen, al waar de papisten en Turken zich na de slag van Armageddon onthielden; maar zoals in de Openbaring door de zinnebeelden wat anders verstaan wordt, zo worden ook door deze verstaan, de grootste verschrikkingen, ontsteltenissen, bevingen en verwarringen, die de hele ondergang van beide met zich sleepten. De grote stad, het grote Babylon is Rome; als men dit bepaald neemt voor de troon van het beest, waarover de vijfde schaal is uitgegoten, zo moet men het nemen voor de zevenbergige grond, waarop Rome gestaan had; want de huizen en mensen waren al verwoest, hetzij door verzinken, hetzij door geweld van de mensen en dan zou het te kennen geven, dat God een klaarblijkelijk teken gaf van Zijn toorn over de antichrist, door het scheuren van de aarde in drie delen, ieder deel door een grote kloof van elkaar gescheiden; maar neemt men het onbepaald voor de hele wereld, voor het hele Pausdom zo kan men door het scheuren in drie delen verstaan de verdeeldheid onder het overblijfsel van de antichrist en de Turk, zodat zij elkaar niet meer konden verstaan; de Turk wilde dit, de antichrist, als staatkundige, wilde dat, de kerkelijken wilden weer wat anders, zodat er geen verenigen aan was, maar alles raakte in de uiterste ontsteltenis onder hen, hetgeen voortkwam uit de hevige toorn van God over hen; daar was nergens verberging, de steden, de sterkten waren gevallen en verwoest.
Er zijn tekenen in de lucht. Dit schrikkelijk onweer van de hemels schaduwt Gods allerzwaarste en schrikkelijke toorn op de jongste dag over het antichristendom af. De aardschudding is het best te verstaan van het vergaan van de aarde op de jongste dag. Van het Babylon wordt gezegd, dat het in drie delen wordt verdeeld, "drie" ter voorstelling van de volkomenheid van de omkering, zoals het drietal elders meer als een teken van volmaaktheid voorkomt. Sommigen denken aan een toespeling op de driederlei plagen, die God de Joden bedreigt, daarmee verklarend, dat Hij hen geenszins wil sparen (Ezechiel 5:11, 12). Onder heidenen moet men verstaan allen, die van de ware godsdienst vreemd en Gods volk vijandig zijn.
De woorden in Joël (Hoofdstuk 3:8, 9), dienen tot opheldering van deze tekst. Hiervan wacht de Kerk nog met vrees en bekommering de vervulling, maar niemand stelt de vervulling uit tot de dag van het oordeel. De grote stad is die, die het hele gebied van de antichrist omvat. Waarschijnlijk moeten de drie delen worden aangemerkt als drie partijen, waarin deze grote stad, die uit zo vele volken bestaat, na de bekendmaking van de ongelukkige uitslag van deze strijd verdeeld zal worden. Geen andere stad dan Babylon wordt in de Openbaring grote stad" genoemd.
Al wat van het pausdom is of van de papisten in enig deel van de wereld, hetzij te Rome of ergens elders, zal geheel en al vernietigd en verpletterd worden.