Openbaring 17:1-6
Hier hebben wij een nieuw gezicht, niet wat den inhoud betreft, want die is dezelfde wat onder de laatste drie fiolen geschiedde, maar wat de wijze van beschrijving aangaat. Merk op:
1. De uitnodiging, die tot den apostel kwam om in ogenschouw te nemen wat hier te zien was. Kom herwaarts, ik zal u tonen het oordeel der grote hoer, die daar zit op vele wateren, vers 1. Dat is een naam vol grote schande. Hier wordt onder "hoer" verstaan een gehuwde vrouw, die haar echtgenoot ontrouw geworden is, den gids van haar jeugd verlaten en het verbond Gods verbroken heeft. Zij heeft gehoereerd met de koningen der aarde, die zij dronken gemaakt heeft met den wijn harer hoererijen.
2. Haar voorkomen, vrolijk en wellustig zoals zulke vrouwen zich altijd voordoen. Zij was bekleed met purper en scharlaken, en versierd met goud en kostelijk gesteente en paarlen, vers 4. Hier waren al de aanlokselen van wereldse eer en rijkdom, pracht en hoogmoed, aangenaam voor zinnelijke en wereldse gemoederen.
3. Haar voornaamste zetel of woonplaats.
Zij zat op een scharlakenrood beest, dat vol was van namen der Godslastering, en had zeven hoofden en tien hoornen. Dat is Rome, de stad der zeven heuvelen, berucht voor haar afgoderij, dwingelandij en godslastering.
4. Haar naam, die op haar voorhoofd geschreven was. Het was de gewoonte van schaamteloze hoeren, om enige kentekenen te dragen, met haar naam er op, zodat ieder zou kunnen weten wie zij waren. Merk hier op:
A. Zij wordt genoemd naar haar woonplaats: "Het grote Babylon". Maar opdat wij haar niet zouden verwarren met het oude Babylon, dat letterlijk zo heette, wordt er ons bij gezegd dat er een verborgenheid in haar naam is, en dat zij een andere grote stad is, die op het oude Babel gelijkt.
B. Zij wordt verder genoemd naar haar schandelijk gedrag, niet alleen hoer, maar moeder van hoeren (hoererijen), die hoeren opvoedt, grootbrengt en africht op afgoderij en allerlei soorten van onzedelijkheid en goddeloosheid, de moeder en voedster van allen valsen godsdienst en onreinen wandel.
5. Haar voedsel, zij verzadigde zich met het bloed der heiligen en het bloed der getuigen van Jezus. Zij dronk dat bloed met zoveel gretigheid, dat zij er dronken door werd, het smaakte haar zo goed, dat zij er nooit genoeg van kreeg, zij was verzadigd maar nooit voldaan.