Openbaring 13:1-10
Wij hebben hier het verhaal van de opkomst, het voorkomen en den voortgang van het eerste beest, en merken daaromtrent op:
1. Waar de apostel zich bevond. Hij stond op het zand der zee, Hoofdstuk 12:18).) Het scheen hem toe dat hij op het zand der zee stond, ofschoon hij waarschijnlijk nog in zinsverrukking was, maar het kwam hem voor dat hij op het eiland Patmos was, doch in het lichaam of buiten het lichaam, dat kon hij niet zeggen.
2. Vanwaar het beest kwam, het kwam uit de zee op, en toch naar de beschrijving te oordelen was het veel meer een landmonster, maar hoe monsterachtiger het in al zijn onderdelen was des te geschikter zinnebeeld was het om de verborgenheid der ongerechtigheid en der dwingelandij af te beelden.
3. Wat het voorkomen en de gestalte van het beest was. Het was over het geheel een pardel (luipaard) gelijk, maar zijn voeten waren als een beers voeten en zijn mond als de mond eens leeuws, het had zeven hoofden en tien hoornen, en op zijn hoornen waren tien koninklijke hoeden en op zijn hoofden was een naam van Godslastering. Een zeer afschuwelijk en afzichtelijk monster! In sommige delen van deze beschrijving schijnt een heen wijzing te zijn naar Daniël's gezicht van de vier beesten, die de vier koninkrijken voorstelden, Daniël 7:1 en v.v. Een van deze beesten was gelijk een leeuw, een ander gelijk een beer, het derde gelijk een luipaard, en het vierde was een soort van samenstelling van de drie vorige, met de vurigheid, kracht en vlugheid van die andere. De zeven hoofden en de tien hoornen duiden, naar het schijnt, zijn verschillende machten aan, de tien koninklijke hoeden zijn schatplichtige vorsten: het woord van godslastering geeft rechtstreeks zijn vijandschap en verzet tegen de heerlijkheid Gods te kennen, door het bevorderen der afgoderij.
4. De oorzaak en bron van zijn gezag. En de draak gaf hem zijne kracht, en zijn troon en grote macht. Hij was verwekt door den duivel, en werd door hem ondersteund om zijn werk te doen en zijn belangen te bevorderen, en de duivel gaf hem alle hulp, waartoe hij instaat was.
5. Een gevaarlijke wonde werd hem toegebracht, maar die werd onverwacht genezen, vers 3. Sommigen denken dat wij onder deze wonde aan het hoofd de vernietiging van de heidense afgoderij verstaan moeten, en door het genezen van de wonde de invoering van de paapse afgoderij, die in wezen hetzelfde was maar in anderen vorm, en die evengoed als de vorige aan de bedoelingen des duivels beantwoordt.
6. De eer en aanbidding, welke aan dit helse monster gebracht worden. En de gehele aarde verwonderde zich achter dit beest, zij bewonderden zijn macht, zijn staatkunde, zijn welslagen, en zij aanbaden den draak, die het beest macht gegeven had, en zij aanbaden het beest. Zij brachten eer en onderwerping aan den duivel en zijne werktuigen, en meenden dat zij niet bij machte waren hen te weerstaan, zo groot was de duisternis, de ontaarding en dwaasheid van de wereld.
7. Hoe hij zijn helse macht en staatkunde in praktijk bracht. Hem werd een mond gegeven om grote dingen en Godslasteringen te spreken, om Zijn naam te lasteren en Zijn tabernakel en die in den hemel wonen, en hem werd macht gegeven om den heiligen krijg aan te doen en om hen te overwinnen, en een soort van wereldrijk op te richten. Zijn kwaadaardigheid was voornamelijk gemunt op God in den hemel en Zijn hemelse lijfwacht, op God door het maken van afbeeldingen van Hem, die de Onzienlijke is, en door die te aanbidden, op den tabernakel Gods, volgens sommigen de menselijke natuur van den Heere Jezus Christus, in welken God als in Zijn tabernakel woont, deze wordt onteerd door het leerstuk der transsubstantiatie, dat niet gelooft dat zijn lichaam een werkelijk lichaam is, maar aan iedere priester het vermogen toeschrijft om gewoon brood in het lichaam van Christus te veranderen, en tegen de heiligen die in den hemel wonen, de verheerlijkte heiligen, door hen in de plaats te stellen van de heidense demonen en hen te aanbidden, waarin zij zo weinig behagen scheppen, dat zij er zich door beledigd en onteerd achten. Op die wijze openbaart zich de kwaadaardigheid des duivels tegen den hemel en de gezegende bewoners des hemels. Dezen zijn echter buiten zijn bereik. Al wat hij doen kan is hen lasteren, maar de heiligen op aarde zijn aan zijne wreedheid blootgesteld en soms wordt hem vergund hen te overwinnen en onder zijn voeten te vertreden.
8. De beperking van de macht des duivels in tijd en in personen. Hij is in zijn tijd beperkt, zijne regering duurt twee en veertig maanden, vers 5, in overeenstemming met de andere profetische getallen der regering van den antichrist. Hij is ook beperkt in de personen en volken, die geheel en al aan zijn wil en macht onderworpen zullen zijn, dat zijn alleen zij, welker namen niet zijn geschreven in het boek des levens des Lams, dat geslacht is van de grondlegging der wereld. Christus heeft een uitverkoren overblijfsel gekocht met Zijn bloed, geschreven in Zijn boek, verzegeld met Zijn Geest, en ofschoon de duivel en de antichrist dezen naar het lichaam mogen overwinnen en hun het natuurlijk leven ontnemen, zij kunnen nooit hun zielen ten onder brengen en hen er toe overhalen om hun Zaligmaker te verloochenen en zich bij zijne vijanden te voegen.
9. Hier is ene oproeping tot aandacht voor hetgeen hier geopenbaard wordt omtrent het grote lijden en de zware moeiten van de gemeente, en ene verzekering, dat God, wanneer Hij Zijn louteringswerk op den berg Zion voltooid heeft, Zijne hand zal wenden tegen de vijanden van Zijn volk. Zij, die gedood hebben, zullen zelf met het zwaard gedood worden, vers 10, en zij, die het volk Gods in de gevangenis geworpen hebben, zullen zelf gevangen genomen worden. Dat zal geschikt zijn om de lijdzaamheid en het geloof der heiligen te oefenen, geduld onder het vooruitzicht van zo zwaar lijden, en geloof in de verwachting van zo heerlijke verlossing.