Jesaja 58:13-14
Steeds wordt grote nadruk gelegd op nauwgezette waarneming van de sabbat, en dit werd voornamelijk geëist van de Joden in de Babylonische gevangenschap, omdat zij door de dag des Scheppers in ere te houden zich onderscheidden van de vereerders van de afgoden, die de hemel en de aarde niet gemaakt hebben, Hoofdstuk 56:1, 2.
Daar wordt het vieren van de sabbat evenals hier gevoegd bij het rechtvaardig oordelen en het doen van gerechtigheid. Sommigen passen dit toe op de verzoendag, met welke, naar zij meenden, ook bedoeld wordt de vastendag, waarvan hier boven sprake was, en die "een sabbat van de rust" genoemd wordt, Leviticus 23:32. Maar daar de vasten die daar bedoeld worden blijkbaar andere dagen zijn, is deze sabbat ongetwijfeld de wekelijkse sabbat, het grote teken tussen God en Zijn belijdend volk dat Hij instelde als een teken van Zijn gunst voor hen en zij moesten onderhouden als een teken van hun gehoorzaamheid aan Hem.
Merk hier op:
I. Hoe de sabbat behoort geheiligd te worden vers 13. En er blijft een rustdag over voor het volk van God, daarom blijft deze sabbatswet ook voor ons geldig op de dag des Heeren.
Alles wat tot eer van de sabbat strekken kan moet gedaan worden, en alles wat dienen kan om er hoge gedachten van in te boezemen. Wij moeten hem een verlustiging achten geen taak en last, wij moeten er ons in verheugen, en in de onthoudingen, die Hij ons oplegt en de diensten, waartoe Hij ons verplicht, wij moeten in ons element zijn wanneer wij God vereren en in gemeenschap met Hem verkeren. Hoe lieflijk zijn Uw woningen, o Heere van de heirscharen. Wij moeten hem niet alleen een verlustiging achten, maar hem ook zo noemen, openlijk te kennen geven hoe aangenaam ons die dag is en de vervulling van zijn plichten. Wij moeten dat doen door God er onze dank voor te brengen, met de ernstige begeerte of zijn genade ons wil bekwamen om in de week elke dag zijn eigen werk te doen, omdat wij er vermaak in hebben. Noemt hem een verlustiging tegenover anderen, om hen op te wekken om ook te komen en hun deel in deze blijdschap te nemen. En wij moeten hem zo voor ons zelf noemen, opdat wij ook de geringste gedachte mogen onderdrukken van te wensen dat de sabbat voorbij is, opdat wij koren mogen verkopen. Wij moeten hem de heilige dag des Heeren noemen, de heerlijke dag, hem geheiligd noemen, afgezonderd van het algemeen gebruik, gewijd aan God en Zijn dienst, hem een heiligheid des Heeren noemen, de dag die Hij Zichzelf geheiligd heeft. Zelfs onder het Oude Testament werd de sabbat de dag des Heeren genoemd, en daarom is het betamelijk hem nu ook zo te noemen, en ook omdat hij de dag van de Heere Christus is, Openbaring 1:10. Hij is heilig omdat hij de dag des Heeren is, en daarom in alle opzichten eerwaardig, er ligt een schoonheid van heiligheid op hem. hij is oud en die oudheid is zijn eer, en wij moeten duidelijk laten zien door hem te eren dat wij hem eerwaardig achten, dus door God op die dag te verheerlijken. Wij leggen eer op die dag, wanneer wij eer geven aan Hem die hem ingesteld heeft en aan Wiens eer hij gewijd is.
II. Wat de beloning van de sabbatsheiliging is, vers 14. Indien wij op die wijze de sabbat gedenken door hem te heiligen.
1. Dan zullen wij daar de vertroosting van smaken, de deed zal haar eigen beloning medebrengen. Indien wij de sabbat een verlustiging noemen, dan zullen wij ons verlustigen in de Heere. Hij zal zich meer en meer aan ons openbaren als het heerlijke voorwerp van al onze gedachten en overdenkingen en het heerlijke voorwerp van onze tederste genegenheid. Hoe meer genoegen wij scheppen in de dienst van God, des te meer blijdschap zullen wij er in smaken. Indien wij onze plicht met toewijding aanvaarden, zullen wij hem met voldoening volbrengen, en wij zullen reden hebben om te zeggen: Het is goed hier te zijn, goed om nabij God te zijn.
2. Wij zullen er de eer van hebben: "Ik zal doen rijden op de hoge plaatsen van de aarde," (gelijk Jesaja 33:16 :"Hij zal in de hoogte wonen)" zo duidt dit grote veiligheid aan. Maar het betekent ook grote waardigheid en voorspoed, gij zult in statie rijden, al de ogen van uw naburen zullen op u gevestigd zijn. Van Israël was gezegd dat God het met gejuich uit Egypte leidde, en dat Hij het volk deed rijden op de hoge plaatsen van de aarde, Deuteronomium 32:12, 13. Aan degenen die God en Zijn sabbat vereren, zal Hij deze eer geven. Indien God door Zijn genade ons in staat stelt om boven de aarde te leven zodat wij door haar niet alleen niet verhinderd worden, maar op onze reis naar de hemel bevorderd en voortgeholpen, dan doet Hij ons rijden op de hoge plaatsen van de aarde.
3. Wij zullen er het voordeel van hebben. Ik zal u spijzigen met de erve van uw vader Jakob, met al de zegeningen van het verbond en al de kostelijke voortbrengselen van Kanaän hetwelk een type van de hemel en de erfenis van Jakob was. De erfenis van de gelovigen zal hun niet alleen hiernamaals uitgedeeld worden maar zij worden er hier reeds mee gevoed, gevoed met de hoop er op, en niet er mee gevleid, gevoed met de voorsmaak en de eerstelingen er van, en zij die alzo gevoed worden hebben reden om te zeggen dat zij doorvoed worden. En opdat wij daarop zeker zouden rekenen, wordt er bijgevoegd: De mond des Heeren heeft het gesproken. Gij hebt er Gods woord voor, en Hij kan niet liegen of bedriegen. Zijn mond heeft het gesproken, dus zal Zijn hand het geven en geen tittel of jota van Zijn goede beloften zal ter aarde vallen. Gezegend daarom, ja driewerf gezegend is hij die dat doet en er aan vasthoudt dat hij de sabbat bewaart van ontheiligd te worden.