10. De naam des HEEREN, Jehova, Die is, Die was en Die zijn zal, zo als de Heere Zich zelven heeft geopenbaard, is voor het hart van den mens, waarin Hij woont en dat Hij versiert, a) een sterke toren, achter welks vaste muren en wallen hij beschut is tegen al het woeden der vijanden, der zonde, des duivels en der wereld; de rechtvaardige, die door zijn geloof leeft, zal in elken nood daarhenen lopen en door het alvermogen en de diepte van dezen naam, dien hij door het geloof in het hart opneemt, in een hoog vertrek gesteld worden, waar hij veilig is tegen de aanvallen der vijanden.
a) 2 Samuël 22:51. Psalm 18:3; 61:4. Spreuken 29:25.
Het is onmogelijk, dat de naam van God, die niet door mensen is uitgevonden, en genen aardsen oorsprong heeft, maar voortkomt uit de onmiddellijke openbaring van God zelf, dat deze naam slechts een klank en rook is. Veeleer is God, daar Hij alomtegenwoordig is, aldaar, waar Zijn geopenbaarde Naam genoemd wordt, op ene bijzondere wijze door dezen Zijnen Naam en in dezen Zijnen Naam tegenwoordig. Hij heeft dezen Zijnen Naam overal, waar die verkondigd wordt, ten toon gespreid als ene zichtbare banier, opdat allen, die zich in nood bevinden, daar hun toevlucht nemen, en deze banier aangrijpen, d.i. dezen wonderbaren Naam met hun lippen noemen, even zo als eens het volk van Israël in de woestijn zijne ogen richtte naar de koperen slang. Maar deze banier is niet zo als toen, een zinnebeeld, een bloot teken van den verborgen God, maar de Naam van God is de geopenbaarde en de werkelijke God, en wie den naam des Heeren aanroept, die roept den Heere aan, die tegenwoordig is, en zal daarom gered worden (Romeinen 10:13. Filippenzen 2:9, Efeze 1:21). -Den naam van Jezus Christus en van God, den Vader des Heeren Jezus Christus aanroepen, betekent zich aan de genadevolle macht des Gods, die tegenwoordig is, onderwerpen, zich daaraan overgeven en verbinden; en verder betekent het: in het geloof de macht hebben over den God, die tegenwoordig is. Zo begrijpen wij uit het eerste, waarom de Apostel Paulus den naam van Christus doet betrekking hebben op namen, die ene macht, ene heerschappij te kennen geven, en uit het tweede, waarom een gebed in den naam van Jezus kan verhoord worden.
Een sterke toren was de toevlucht voor degenen, die belegerd werden, en het hoog vertrek in den toren de toevlucht voor hen, die beveiligd wilden zijn tegen de pijlen der vijanden. Zo wordt hier de Naam des Heeren een sterke toren en een hoog vertrek genoemd voor de rechtvaardigen, om ten allen tijde maar inzonderheid in dagen van benauwdheid beveiligd te zijn tegen den geestelijken vijand.