10. Ga nu vrij door naar uw land 1), zonder dat de moederstad u verder zou kunnen hinderen, u geheel naar uw welbehagen daarin uit te breiden als in uw eigendom; ga door als ene rivier, even als de Nijl rondom het land overstroomt, wanneer zij buiten hare oevers is getreden, gij dochter van Tarsis 2)! er is geen gordel meer, die u in uwe vrije beweging zou kunnen hinderen.
1) In het Hebreeën Ibri artseek. Dit kan wel betekenen, ga door uw land, maar in verband met het volgende is het beter te vertalen, overstroom uw land, als de rivier, nl. de Nijl. De Nijl overstroomde Egypte en daarom werd het land vruchtbaar.
De Heere God richt dit woord tot Tarsis, een kolonie, en wel een der voornaamste koloniën van Tyrus, wellicht ook wel de meest verdrukte door de moederstad.
2) Het Hebreeën Tarschisch is het Griekse Tartessus volgens onze mening niet te verwisselen met Tarsis of Tharsisa in Genesis 10:4; 1 Kronieken 1:8, ene Fenicische kolonie in het zuidwesten van Spanje, in de nabijheid der tegenwoordige Guadalquivier (bij de ouden Baltis genoemd). De Feniciërs toch bezetten reeds vroeg niet alleen de Balearische eilanden, maar ook de zuidelijke delen van Andalusië tot aan de grenzen van Granada en tot Murcia met vele steden. Onder deze zijn beroemd aan de ene zijde de stad Tartessus, aan de andere zijde de eilandstad Gades, het tegenwoordige Cadix, op de westzijde van het eiland Leon. Bij hun aankomst lag daar het zilvererts zo menigvuldig, dat de inwoners het slechts behoefden te nemen en er hun gewone vaten van vervaardigden. Spoedig begonnen zij bergwerken aan te leggen, en door slaven naar goud, zilver, tin, lood, ijzer te laten graven (Ezechiël 27:12 v.). Behalve dat slaven- en dienstwerk bij de mijnwerken, moesten de daar aanwezige kolonisten en inwoners ook de Tyrische schepen in de havens opwachten en andere diensten verrichten. Zulk ene onvoorwaardelijke afhankelijkheid, waarin de moederstad het land hield, zal spoedig ophouden en het land zal zich vrij kunnen bewegen: dat is het, wat de profeet op onze plaats wil zeggen. Tartessus is alleen als voorbeeld genoemd, om hetzelfde van de Tyrische volkplantingen in `t algemeen te zeggen. Omdat nu tot deze vaart naar Tartessus, dat in een ver afgelegen oord lag (in de bedoeling van het uiterste westen komt de naam voor in Hoofdstuk 66:19 en Psalm 72:10) grote schepen, geschikt tot de grote vaart, nodig waren, zo verkreeg het woord Tarsis-schip de algemene betekenis van een groot zeeschip (1 Koningen 10:22) De andere uitleggers, ook Luther, vertalen dan ook den naam Tarschisch altijd door zee, zelfs op zulke plaatsen, waar, even als in ons vers, bepaald alleen aan de Fenicische kolonie te denken is (vgl. Jeremia 10:9. Ezechiel 27:12, 25; 38:13. Jona 1:3; 4:2.) Volgens die overzetting zou men op onze plaats onder de "dochter der zee" Tyrus zelf moeten verstaan, alsof tot haar de aandrang kwam, om hare nog in leven geblevene inwoners naar de buitenlandse volkplantingen te laten gaan, daar geen band hen meer met het vaderland verbond en alle staatkundige betrekking was opgelost. Anderen, die even als wij "gij dochter Tarsis" vertalen, en dus Tartessus voor de aangesprokene stad houden, vatten de woorden: "ga door uw land" op als ene aanmaning, dat de bevolking van deze stad zich verder over het land moest verbreiden, omdat zij door opname der vele vluchtelingen uit Tyrus, te zeer was toegenomen, dan dat alleen binnen den muur nog plaats zonden hebben; Zij verklaren van dien muur de uitdrukking "gordel. " Even als ene maagd, wanneer haar het lichaam zwelt, den gordel losser moet maken, of gelijk de Nijl, wanneer hare wateren wassen, de dijken doorbreekt, zo moet ook Tarsis nu hare ringmuren verwijden en hare bevolking over het land uitstorten. 11. Hij, de Heere, die vroeger reeds de rijken op het vaste land Zijnen machtigen arm had laten gevoelen, heeft thans, nu Tyrus viel, Zijne hand uitgestrekt over de zee 1). Dit deed Hij tot een daadzakelijk bewijs, dat, gelijk er niet alleen een God der bergen is, maar ook der vlakten (1 Koningen 20:23, 28), Hij zo ook een God is over de zee, evenzeer als over het vasteland, hetgeen de Tyriërs niet hebben willen geloven, integendeel zich in hun vesting aan de zee ongenaakbaar en onverwinnelijk hielden (Vers 1). Hij heeft de koninkrijken in de overzeese en tot hiertoe onbedwongene landen beroerd, omdat zij nu voor ogen zien, dat voor Hem gene macht der wereld beveiligd is. De HEERE heeft thans, nadat Hij het land in geduld heeft gedragen, en den in Genesis 9:25 en Exodus 23:23, uitgesproken vloek niet dadelijk in de gehele zwaarte voltrokken heeft, bevel gegeven tegen Kanaän, 2) het van Kanaänieten nog overige land der Feniciërs (Genesis 10:15), om hare sterkten te verdelgen, de vaste punten en steden, die het middelpunt vormen van elk der verschillende delen van dit land.
1) Tyrus en de koloniën van haar uitgaande liggen aan de Middellandse zee. De koninkrijken hier bedoeld, zijn die van Voor-Azië en van Egypte, Ethiopië er onder begrepen.
2) De Feniciërs noemden hun eigen land Kanaän hoewel die naam aan de gehele kust toekwam.
Ook hier wederom komt Tyrus het te horen, dat de God van Israël, de levende God, deze oordelen over haar brengt.