Genesis 32:13-23
Nadat Jakob door een gelovig gebed God tot zijn vriend heeft gemaakt, beproeft hij nu wijselijk om door een geschenk Ezau tot zijn vriend te maken. Hij had God gebeden om hem te rukken uit de hand van Ezau, omdat hij hem vreesde, maar zijn vrees deed hem niet tot wanhoop vervallen, heeft hem niet moedeloos gemaakt en ongeschikt voor het gebruik van de middelen, en evenmin heeft zijn gebed hem op overmoedige wijze op Gods hulp doen vertrouwen, zonder middelen te gebruiken en te doen wat in zijn vermogen was. Als wij tot God gebeden hebben om een zegen, een gunst dan moeten wij ons gebed steunen door onze eigen pogingen, want anders zullen wij, in plaats van op God te vertrouwen, Hem verzoeken, wij moeten zo op Gods voorzienigheid rekenen, dat wij daarbij ook ons verstand gebruiken "Help uzelven, en God zal u helpen." God verhoort ons gebed door ons te leren onze zaken te beschikken met recht. Om Ezau te bevredigen:
I. Zond Jakob hem een rijk geschenk, niet van juwelen of fraaie klederen, (die had hij niet) maar van vee, alles tezamen tot een getal van vijf honderd tachtig stuks, vers 13-15. Nu was dit:
a. Een blijk van de grote toeneming, waarmee God Jakob gezegend had, dat hij zoveel vee uit zijn veestapel missen kon.
b. Een blijk van zijn wijsheid, dat hij graag een gedeelte wilde afstaan, zo hij hierdoor het overige kon behouden. De gierigheid van sommige mensen doet hen meer verliezen, dan zij er ooit door gewonnen hebben, en door te veel op te zien tegen een weinig onkosten, stellen zij zich aan grote schade bloot, huid voor huid, en al wat iemand heeft zal hij, als hij een wijs man is, geven voor zijn leven.
c. Het was een geschenk, dat, naar hij dacht, Ezau aangenaam zou zijn, daar hij zoveel werk had gemaakt van op wilde dieren te jagen, dat hij misschien slecht voorzien was van tam vee. En wij kunnen onderstellen, dat de bonte kleuren van Jakob's vee, het gesprenkelde, gespikkelde en hagelvlekkige, Ezau naar de zin waren.
d. Hij vleide zich door dit geschenk Ezau's gunst te winnen, want het geschenk zal gewoonlijk, waarheen het zich zal wenden, wel gedijen, Spreuken 17:8, en de mens ruimte maken, Spreuken 18:16 ja meer, het houdt de toorn onder, Spreuken 21:14. Wij moeten er niet aan wanhopen om verzoend te worden zelfs met hen, die het meest in toorn tegen ons waren ontstoken, wij moeten de mensen niet voor onverzoenbaar houden, vóór wij ons best gedaan hebben om hen met ons te verzoenen. Vrede en liefde, hoe duur ook gekocht, zullen blijken voor de koper een zeer voordelige koop te zijn. Menig gemelijk, baatzuchtig man zou in Jakob's plaats gezegd hebben: "Ezau heeft mij zonder reden de dood gezworen, en zo zal hij dan ook nooit door mij er een dubbeltje rijker van worden, het zal lang duren eer ik hem een geschenk zend", maar Jakob vergeeft en vergeet.
2. Hij zond hem een zeer nederige boodschap, die hij zijn dienaren gebood zo goed mogelijk over te brengen, vers 17, 18. Zij moeten Ezau hun heer noemen, en Jakob zijn knecht. Zij moeten hem zeggen dat het vee, hetwelk zij bij zich hadden, een klein geschenk was, dat Jakob hem zond, als een proef van hetgeen hij verkregen had terwijl hij buitenslands was. Het vee, dat hij zond, moest in verschillende kudden gerangschikt worden, en de dienstknechten, die deze kudden voor zich uitdreven, moesten hem dezelfde boodschap zeggen, opdat het geschenk zoveel te kostbaarder zou schijnen en zijn onderwerping, zo dikwijls herhaald, te meer waarschijnlijk invloed op Ezau zou uitoefenen. Inzonderheid moeten zij zorgen hem te zeggen, dat Jakob zelf achter hen kwam vers 18-20 opdat hij niet zou denken dat Jakob uit vrees voor hem gevlucht was. Een vriendelijk vertrouwen in iemands goedheid kan helpen om het kwaad te voorkomen, dat zij in hun slechtheid voornemens waren te doen. Indien Jakob niet bevreesd schijnt voor Ezau, kan men hopen dat Ezau voor Jakob geen verschrikking zal zijn.