Spreuken 18:16
Van hoe grote kracht giften en steekpenningen zijn, heeft hij tevoren aangeduid, Hoofdst. 17-8, 23. Hier toont hij de kracht aan van gaven, geschenken, zelfs van minderen aan hen, die boven hen zijn en veel meer hebben dan zij hebben. Een goed geschenk zal ver gaan:
1. Om iemand zijn vrijheid te bezorgen. De gift eens mensen zal hem, als hij in de gevangenis is, ruimte maken, zijn invrijheidstelling teweegbrengen. Er zijn hovelingen, die, als zij hun invloed aanwenden, zelfs ten gunste van de verdekte onschuld, verwachten er een beloning, een geschenk voor te zullen ontvangen. Of, indien een gering man niet weet hoe toegang te verkrijgen tot een aanzienlijk man, dan kan hij dit door een fooi aan diens knechten, of een geschenk aan hemzelf, die zullen hem ruimte maken.
2. Om bevordering te verkrijgen. Het zal hem er toe brengen om voor het aangezicht van de groten te komen, neer te zitten onder hen in eer en macht. Zie hoe verdorven deze wereld is, als giften van de mensen en gaven voor hen doen kunnen wat hun verdiensten niet voor hen kunnen doen, al zijn die ook nog zo groot, ja voor hen kunnen verkrijgen hetgeen, waartoe zij niet waardig zijn en waarvoor zij ongeschikt zijn, en geen wonder, dat zij steekpenningen aannemen in hun ambt, die er steekpenningen voor gegeven hebben. "Vendere jura potest emerat ille prius, Hij, die recht kocht, kan het ook verkopen."