Spreuken 4:20-27
Salomo, ons gewaarschuwd hebbende om geen kwaad te doen, leert ons nu hoe goed te doen. Het is niet genoeg voor ons om de gelegenheden tot zonde te mijden, wij moeten ook de methoden van de plicht bestuderen.
1. Wij moeten voortdurend acht geven op het Woord van God, en dat altijd gereed voor ons pogen te hebben.
a. De redenen van de wijsheid moeten onze beginselen zijn, waarnaar wij onszelf moeten regeren, onze vermaners, die ons waarschuwen voor gevaar en ons wijzen op onze plicht, en daarom moeten wij ze geredelijk ontvangen, "neig uw oor tot mijn redenen, vers 20, buig u nederig ervoor, luister aandachtig er naar." Het aandachtig horen van het Woord van God is een goed teken dat een werk van genade begonnen is in het hart, en een goed middel om het voort te zetten. Het is te hopen dat diegenen besloten zijn om hun plicht te doen, die er toe geneigd zijn om hem te kennen.
b. Wij moeten ze zorgvuldig bewaren, vers 21, wij moeten ze voor ons leggen als onze regel, Laat ze niet wijken van uw ogen, zie ze aan, telkens en nogmaals, en streef er naar om u in alles er naar te gedragen." Wij moeten ze in ons opnemen als een heersend beginsel, waarvan de invloed de gehele mens doordringt. "Behoud ze in het midden uws harten, als dingen, die u dierbaar zijn, en die gij vreest te zullen verliezen." Laat het Woord Gods in het hart geschreven zijn, wat daar geschreven is zal blijvend wezen.
De reden, waarom wij zo hoge prijs moeten stellen op de woorden van de wijsheid, is dat zij beide voedsel en medicijn voor ons zijn zullen, zoals de boom des levens, Openbaring 22:2, Ezechiël 47:12. Zij, die ze zoeken en vinden, ze vinden en bewaren, zullen er in vinden:
a. Voedsel, want zij zijn het leven dengenen, die ze vinden, vers 22. Gelijk het geestelijk leven was begonnen door het Woord, als het werktuig ervan, zo wordt het door hetzelfde Woord nog gevoed en onderhouden, zonder dat zouden wij niet kunnen leven, door het geloof kunnen wij er op leven.
b. Medicijn. Zij zijn een medicijn voor het gehele vlees, voor de gehele mens, beide voor lichaam en ziel, zij helpen om beide in goede toestand te houden. Zij zijn "gezondheid voor alle vlees," aldus de Septuaginta. Er is genoeg om al de ziekten te genezen van deze zieke wereld. Zij zijn een medicijn voor al hun vlees, voor al hun bederf, want dit wordt vlees genoemd voor al hun grieven die als doornen zijn in het vlees. Er is in het Woord van God een geschikt geneesmiddel voor al onze geestelijke krankheden.
2. Wij moeten op al de bewegingen van onze inwendige mens een waakzaam oog en een strenge hand houden, vers 23. Hier is:
a. Een grote plicht, vereist door de besten van de wijsheid en om wijsheid te verkrijgen en te bewaren. Behoed uw hart boven al wat te bewaren is. God, die ons deze ziel gegeven heeft, gaf er ons een strenge last mede. Man, vrouw bewaar uw hart, bewaar uw ziel wel, Wij moeten streng de wacht houden over onszelf, al de toegangen van de ziel bewaken, ons hart bewaren voor kwaaddoen en voor geschaad te worden, voor verontreinigd te worden door de zonde en ontroerd te worden door benauwdheid, het bewaren als ons juweel als onze wijngaard. Heb een onergerlijk geweten, sluit slechte gedachten buiten, houd goede gedachten aan, houd de genegenheden op de rechte voorwerpen gericht en binnen behoorlijke perken. Bewaar met alle bewaringen, zo luidt het oorspronkelijke. Men kan op velerlei wijze de dingen bewaren: door zorg, door kracht, door hulp in te roepen, en die alle moeten wij te baat nemen om ons hart te bewaren, en die alle zijn dan nog weinig genoeg, zo arglistig is het hart, Jeremia 17:9. Of, boven alle bewaringen, wij moeten ons hart met meer zorg en nauwlettendheid bewaren dan alle andere dingen. Wij moeten onze ogen bewaren, Job 31:1, onze tong bewaren, Psalm 34:14, onze voeten bewaren, Prediker 4 17, maar bovenal ons hart bewaren.
b. Een goede reden gegeven voor deze zorg: want daaruit zijn de uitgangen des levens, uit een welbewaard hart zullen levende uitgangen vloeien, goede voortbrengselen tot eer van God en tot stichting van anderen. Of, in het algemeen, al de daden des levens komen voort uit het hart, dit te behoeden is dus de boom goed en de fonteinen genezend te maken. Ons leven zal geregeld of ongeregeld, lieflijk of onaangenaam zijn, al naar ons hart behoed of veronachtzaamd is.
3. Wij moeten een wacht zetten voor de deur van onze lippen, opdat wij niet zondigen met onze tong, doe de verkeerdheid des monds van u weg, en doe de verdraaidheid van de lippen verre van u, vers 24. Ons hart van nature bedorven zijnde zal er allicht een zeer vuile reden uit voortkomen, en daarom moeten wij een grote angst voor en afschuw van allerlei boze woorden hebben, van vloeken en zweren, van liegen en lasteren van krakelen en van vuile woorden en van zot geklap, hetgeen alles uit verkeerdheid des monds voortkomt, en van verdraaidheid van de lippen, die noch door rede noch door Godsdienst geregeerd willen worden, maar beide tegenspreken, en die voor God even afzichtelijk en lelijk zijn als een verwrongen, scheef getrokken mond voor de mensen. Wij moeten alle soorten van zonden van de tong door onophoudelijke waakzaamheid en nimmer wankelende vastberadenheid van ons wegdoen, verre van ons doen, alle woorden vermijdende, waarin een schijn des kwaads is, en er voor bevreesd zijn om zulke woorden te leren.
4. Wij moeten een verbond maken met onze ogen: laat die rechtuit zien, zich recht voor u heen houden, vers 25. Laat het oog gestadig zijn, en niet heen en weer dwalen. Laat het niet afzwerven naar alles wat er zich aan voordoet, want dan zal het afgeleid worden van hetgeen goed is, en verstrikt worden in kwaad. Wend het af van ijdelheid te zien, laat uw oog eenvoudig wezen en niet boos zijn, laat uw bedoelingen oprecht zijn en geen bijoogmerken hebben. Wij moeten ons oog gericht houden op onze Meester, en wij moeten er naar streven Hem welbehaaglijk te wezen, ons oog gericht houden op onze regel en er ons naar gedragen, ons oog gericht houden op ons doel, de prijs van de roeping Gods, en daarnaar streven. "Oculum in metam. Het oog op het doelwit."
5. Wij moeten in alles handelen met bedachtzaamheid, weeg de gang uws voets, vers 26. Weeg het Woord van God in een schaal, en wat gij gedaan hebt, of gaat doen, in de andere, en zie of zij overeenkomen, wees nauwkeurig en nauwlettend in het onderzoek, of uw weg goed is in de ogen des Heeren, en of hij goed zal eindigen. Wij moeten onze vroegere wegen overdenken, nagaan, wat wij gedaan hebben, en onze tegenwoordige wegen wat wij doen, en waar wij heengaan. Ziet dan, hoe gij voorzichtiglijk wandelt. Het is van groot belang voor ons, om te bedenken wat onze plichten zijn, welke de moeilijkheden, en welke de voordelen, en welke de gevaren zijn van onze weg, opdat wij dienovereenkomstig handelen. "Doe niets onbedachts."
6. Wij moeten met gestadigheid, voorzichtigheid en vastheid handelen. "Laat al uw wegen wel gevestigd zijn, vers 26, wees er niet onvast in, zoals een dubbelzinnig man, hink niet op twee gedachten, maar volhard in gestadige, gelijkmatige gehoorzaamheid, wijk niet ter rechter- of ter linkerhand, want aan beide zijden zijn dwalingen, en Satan bereikt zijn doel als het hem gelukt u naar de ene of de andere zijde te doen afwijken. Wees zeer zorgzaam om uw voet af te wenden van het kwaad, wacht u voor uitersten, want daar is kwaad in, en laat uw ogen rechtuit zien, opdat gij de gulden middenweg kunt houden." Zij, die zich wijs willen betonen, moeten altijd waakzaam zijn.