Spreuken 19:21
Hier is:
1. De mens beramende, plannen makende. Zij houden hun plannen voor zich, maar zij kunnen ze niet verbergen voor God, Hij kent de vele gedachten, die in het hart des mensen zijn, gedachten tegen Zijn raad, zoals die in Psalm 2:1-3, Micha 4:11, gedachten zonder Zijn raad, zonder acht te slaan op Zijn voorzienigheid, Jakobus 4:13. Dit en dat zullen zij doen, zonder God mee te nemen, raadslagen die volstrekt niet gelijken op Gods raad. De mensen zijn aarzelend, besluiteloos in hun gedachten, dikwijls ongerijmd en onrechtvaardig, maar Gods raad is wijs en heilig, en standvastig.
2. God alles besturende. Verschillende mensen hebben verschillende plannen, naar hun neiging en hun belang er hen toe leidt, maar de raad des Heeren, die zal bestaan, wat er ook van der mensen raadslagen moge worden. Zijn raad verbreekt dikwijls de maatregelen van de mensen, en stelt hun plannen teleur, of belet er de volvoering van, of brengt hen tot nieuwe raadslagen, Jesaja 14:24, 46:11. Welk een teleurstelling en bedwang is het voor die listige staatslieden, die menen het gehele mensdom te slim af te zijn, dat er een God in de hemel is, die hen belacht! Psalm 2:4. Welk een vertroosting is het voor al het volk van God, dat al Gods voornemens, welke, dies zijn wij zeker, recht en goed zijn, ter bestemder tijd vervuld zullen worden!