Psalm 98:1-3
Wederom worden wij hier geroepen om de Heere een nieuw lied te zingen evenals tevoren Psalm 96:1. "zingt een allervoortreffelijkst lied, het beste, dat gij hebt." Laat het lied van Christus' liefde, evenals dat van Salomo over dat onderwerp, een lied van de liederen zijn. Een loflied voor verlossende liefde is een nieuw lied, zo een als tevoren niet is gezongen, want dit is een geheimenis, die voor eeuwen en geslachten verborgen is gebleven. Bekeerlingen zingen een nieuw lied, dat zeer verschillend is van hetgeen zij hebben gezongen, zij veranderen hun verwondering, en veranderen hun blijdschap, en daarom veranderen zij van lied. Indien Gods genade een nieuw hart in ons binnenste geeft, dan zal zij daarmee een nieuw lied geven in onze mond. In het Nieuwe Jeruzalem zullen nieuwe liederen worden gezongen, die tot in eeuwigheid nieuw zullen zijn en nooit zullen verouderen.
Last dit nieuwe lied gezongen worden tot eer van God, vanwege vier dingen.
1. De wonderen, die Hij gewrocht heeft, Hij heeft wonderen gedaan. Het werk van onze verlossing door Christus is een wonder. Als wij al de stappen ervan nagaan, van de beraming ervan, het desbetreffende raadsbesluit Gods van voor de grondlegging van de wereld, en de volvoering ervan met de eeuwige gevolgen, die er uit voortvloeien, als er geen tijd meer zijn zal, dan zullen wij zeggen dat God er wonderen in gedaan heeft. Het is geheel en al Zijn doen, en het is wonderlijk in onze ogen. Hoe meer het bekend wordt, hoe meer het zal worden bewonderd.
2. De overwinningen, die Hij behaald heeft. Zijn rechterhand en de arm van Zijn heiligheid hebben Hem de overwinning verkregen, vers 2. Onze Verlosser is alle de moeilijkheden teboven gekomen, die in de weg onzer verlossing lagen, Hij heeft zich door alle een weg gebrand, en was niet ontmoedigd door het werk en het lijden, dat Hem was toegewezen. Hij heeft al de vijanden onderworpen, die er zich tegen gesteld hadden, heeft de overwinning behaald over Satan, hem ontwapend en hem uitgeworpen uit zijn sterkten, Hij heeft "de overheden en machten uitgetogen," Colossenzen 2:15, heeft de machtige de vangst ontnomen, Jesaja 49:24, en aan de dood zijn doodwonde toegebracht, Hij heeft een onbetwistbare en volkomen overwinning verkregen, niet alleen voor Hemzelf, maar ook voor ons, want door Hem zijn wij meer dan overwinnaars. Deze overwinning heeft Hij door zichzelf behaald, door Zijn eigen macht, want er was niemand om te helpen, niemand om te ondersteunen, niemand, die zich durfde wagen in Zijn dienst, maar Zijn rechterhand en de arm van Zijn heiligheid, die altijd uitgestrekt zijn met goed gevolg, omdat ze nooit anders uitgestrekt zijn dan in een goede zaak, hebben Hem de overwinning verkregen, hebben Hem hulp en verlossing verkregen. Gods kracht en getrouwheid, hier Zijn rechterhand en de arm van Zijn heiligheid genoemd, hebben de Heere Jezus hulp gebracht door Hem op te wekken uit de doden en Hem aan Gods rechterhand te verhogen. Aldus Dr. Hammond.
3. De ontdekkingen, die Hij aan de wereld gedaan heeft van het werk van de verlossing. Wat Hij voor ons gewrocht heeft, heeft Hij ons geopenbaard, en beide door Zijn Zoon. De Evangelieopenbaring is hetgeen, waarop het Evangeliekoninkrijk is gegrond. "Het woord, dat God gezonden heeft," Handelingen 10:36, de opening van het verzegelde boek, is hetgeen met lofliederen bezongen moet worden, Openbaring 5:8, omdat daardoor het mysterie aan het licht werd gebracht, dat lang verborgen was geweest in God. Merk op:
a. Het onderwerp van deze ontdekking, Zijn heil en Zijn gerechtigheid, die dikwijls samengevoegd worden, zoals in Jesaja 61:10, 46:13, 51:5, 6, 8. Heil duidt de verlossing zelf aan, en gerechtigheid de weg, waardoor het verkregen werd door de gerechtigheid van Christus. Of wel, het heil omvat al onze Evangelie-voorrechten, en de gerechtigheid al onze Evangelie-plichten, beide zijn bekend gemaakt, want God heeft ze samengevoegd, en wij moeten ze niet scheiden. Of wel, gerechtigheid is hier genomen voor de weg van onze rechtvaardigmaking door Christus, die in het Evangelie geopenbaard is te zijn door het geloof, Romeinen 1:17.
b. De eenvoudigheid dier ontdekking, Hij heeft het openlijk getoond, niet in typen en afschaduwing, zoals onder de wet, maar het is geschreven als met een zonnestraal, opdat die voorbijgaat het kunne lezen. Leraren zijn verordineerd om het in duidelijke, verstaanbare taal te prediken.
c. De uitgestrektheid van deze ontdekking, zij is gedaan voor de ogen van de heidenen en niet alleen de Joden- al de einden van de aarde hebben gezien het heil onzes Gods, want tot de heidenen was het woord van de zaligheid gezonden.
4. De vervulling van de profetieën en beloften des Ouden Testaments hierin, vers 3. Hij is gedachtig geweest Zijner goedertierenheid en Zijner waarheid aan het huis Israëls. God had genade weggelegd voor het zaad van Abraham, en had hun vele en grote verzekeringen gegeven van de goedertierenheid, die Hij voor hen bestemde in de laatste dagen, en het was tengevolge daarvan dat Hij Zijn Zoon Jezus verwekt heeft, niet alleen om een licht te zijn tot verlichting van de heidenen, maar ook om de heerlijkheid te zijn van Zijn volk Israël, want Hij heeft Hem in de eerste plaats gezonden om hen te zegenen. Van God wordt gezegd dat Hij, door Christus te zenden, barmhartigheid deed, die "beloofd was aan de vaderen, en gedachtig was aan Zijn heilig verbond", Lukas 1:72. Hij heeft het dieswege gedaan, niet om enigerlei verdienste van hen.