Psalm 48:9-15
Wij hebben hier het goede gebruik, dat aan het volk van God geleerd wordt te maken van Gods heerlijke en genaderijke verschijning tot hun behoeve en tegen hun vijanden, opdat zij hun ten goede zou medewerken.
I. Laat hierdoor ons geloof in het woord van God bevestigd worden. Als wij vergelijken wat God gedaan heeft met wat God heeft gesproken, dan zullen wij bevinden dat gelijk wij gehoord hebben, Wij alsof ook gezien hebben vers 9, en dat wat wij gezien hebben ons verplicht te geloven wat wij gehoord hebben.
1. "Gelijk als wat wij gehoord hebben van hetgeen door de leidingen van Godsvoorzienigheid gedaan is in de dagen vanouds, zo hebben wij het ook zien geschieden in onze dagen." Gods laatste verschijningen ten behoeve van Zijn volk tegen Zijn en hun vijanden zijn in overeenstemming met Zijn vroegere verschijningen en moeten ons die in herinnering brengen.
2. "Gelijk wij gehoord hebben in de belofte en voorzegging, zo hebben wij gezien in de volbrenging en vervulling. Wij hebben gehoord dat God de Heere van de heirscharen is, en dat Jeruzalem de stad van onze God is, Hem dierbaar is, Zijn bijzondere zorg is; en nu hebben wij het gezien, wij hebben de macht gezien van onze God, wij hebben Zijn goedheid gezien wij hebben Zijn zorg voor en Zijn belangstelling in ons gezien; gezien dat Hij een vurige muur rondom Jeruzalem is, en tot heerlijkheid in het midden van haar." In de grote dingen, die God voor Zijn kerk gedaan heeft en nog doet is het goed om de vervulling van de Schrift op te merken, en dit zal ons helpen om zowel de leiding van Gods voorzienigheid zelf te verstaan als de Schrift, die erin vervuld wordt.
II. Laat onze hoop op de vastheid en bestendigheid van de kerk hierdoor aangemoedigd worden. "Uit hetgeen wij gezien hebben, vergeleken met hetgeen wij gehoord hebben, in de stad van onze God kunnen wij opmaken dat zij voor altijd bevestigd zal zijn." Dit werd niet vervuld aan Jeruzalem, (die stad is reeds lang verwoest en al haar heerlijkheid in het stof gelegd), maar heeft zijn vervulling in de Evangeliekerk, wij zijn er zeker van dat die tot in eeuwigheid bevestigd zal worden, zij is gebouwd op een rots, en de poorten van de hel zullen haar niet overweldigen, Mattheus 16:18 God zelf heeft er de bevestiging van op zich genomen, het is de Heere, die Zion gegrond heeft, Jesaja 14:32. En wat wij gezien hebben vergeleken met wat wij gehoord hebben, kan ons aanmoedigen om te hopen in de belofte van God, waarop de kerk gebouwd is.
III. Laat ons hart hierdoor vervuld worden van goede gedachten van God. "Uit hetgeen wij gehoord en gezien hebben, en hetgeen waarop wij hopen, kunnen wij aanleiding nemen om veel aan Gods weldadigheid te denken, telkenmale als wij in het midden van Zijn tempel bijeenkomen," vers 10. Al de stromen van genade, die tot ons afvloeien, moeten teruggeleid worden naar de bron van Gods weldadigheid. Zij komt niet tot ons door enigerlei verdienste van onszelf, maar zuiver en alleen door Zijn genade en de bijzondere gunst, die Hij Zijn volk toedraagt. Daaraan moeten wij dus denken met zielsverlustiging, er dikwijls aan denken. Bij welk onderwerp kunnen wij vertoeven, dat edeler, aangenamer en nuttiger is? Wij moeten Gods goedertierenheid steeds voor ogen hebben, Psalm 26:3, inzonderheid els wij tot Hem gaan in Zijn tempel. Als wij ongestoord van het voorrecht van de openbare inzettingen genieten, als wij bijeenkomen in Zijn tempel, en er niemand is om ons te verschrikken, dan moeten wij daar aanleiding uit nemen om aan Zijn goedertierenheid te denken. IV. Laat ons Gode de eer geven van de grote dingen, die Hij voor ons gedaan heeft en die vermelden tot Zijn ere. tegelijk Uw naam is, o God, alzo is Uw roem, niet alleen in Jeruzalem, maar tot aan de einden van de aarde, vers 11 Door de merkwaardige verlossing van Jeruzalem, die onlangs plaats heeft gehad, heeft Hij glorierijk Zijn wijsheid, macht en goedheid tentoongespreid, en die aan alle omliggende volken doen gevoelen, en zo was Zijn roem, dat is: overal zullen er sommigen gevonden worden, die Hem dienovereenkomstig roemen en prijzen. Zover Zijn naam gaat, zal Zijn roem gaan, behoorde hij tenminste te gaan, en zal hij ten laatste ook gaan, als alle einden van de aarde Hem zullen loven, Psalm 22:28, Openbaring 11:15 Door Zijn naam verstaan sommigen Zijn glorierijken naam van Heere van de heirscharen; naar die naam is, alzo is Zijn roem, want alle schepselen tot aan de einden van de aarde zijn onder Zijn bevel. Maar op bijzondere wijze moet Zijn volk Zijn gerechtigheid erkennen in alles wat Hij voor hen doet; Uw rechterhand is vol van gerechtigheid, al de werkingen van Uwe macht zich in overeenstemming met de eeuwige regelen van de billijkheid.
V. Laat alle de leden van de kerk in het bijzonder de vertroosting voor zich nemen van hetgeen God doet voor zijn kerk in het algemeen, vers 12 Laat de berg Sion blij zijn, de priesters en Levieten, die in het heiligdom dienen, en laat dan de dochters van Juda, de landsteden en haar bewoners, zich verheugen; laat de vrouwen in haar zangen en dansen, zoals gewoonlijk bij openbaar vreugdebetoon, met dankbaarheid deze grote verlossing vieren, die God voor ons gewrocht heeft."
Als wij God de lof hebben gegeven voor de buitengewone verlossingen van de kerk, dan kunnen wij er het genoegen van smaken en ons verheugen om de wille van Gods oordelen, de werkingen van Zijn voorzienigheid, welke wij allen in wijsheid gewrocht kunnen zien (weshalve zij oordelen of rechten genoemd worden) werkende ten goede van de kerk.
Vl. Laat ons naarstig letten op de blijken en bewijzen van de schoonheid, de sterkte en de veiligheid van de kerk, en hetgeen wij waargenomen hebben getrouwelijk overbrengen aan hen, die na ons komen, vers 13,14 Gaat rondom Zion. Sommigen denken dat dit ziet op de plechtigheid van de triomf laat hen, die in deze plechtigheid gebruikt worden, rondom de muren gaan, zoals zij gedaan hebben in Nehemia's tijd, Nehemia 12:31, zingende en God lovende. En laat hen daarbij de torens tellen, goed letten op zijn bolwerken, vers 14.
1. Opdat zij de wonderbare verlossing, die nu onlangs door God voor hen gewrocht was, groot maken. Laat hen met verwondering opmerken dat de torens en bolwerken allen nog in hun volle sterkte zijn, geen er van beschadigd is, de paleizen hun schoonheid hebben behouden, geen er van ontsierd is, dat aan de stad niet de minste schade werd toegebracht door de koningen, die er tegen waren vergaderd, vers 5 Vertelt het aan het navolgende geslacht, als een wonderbaar voorbeeld van Gods zorg voor Zijn heilige stad, dat de vijanden niet alleen de stad niet zouden verderven of verwoesten, maar haar niet eens zouden beschadigen of ontsieren.
2. Opdat zij zich zouden versterken tegen de vrees voor een soortgelijk dreigend gevaar op een anderen tijd. En aldus:
a. Kunnen wij het in letterlijke zin verstaan van Jeruzalem en de burcht Zion. Laat de dochters van Juda de torens en bolwerken van Zion met evenveel genoegen beschouwen als de koningen, haar vijanden, die met schrik en ontsteltenis hebben aanschouwd, vers 6 Jeruzalem werd gewoonlijk voor een onneembare plaats gehouden, zoals blijkt uit K1aagl. 4:12. "De koningen van de" aarde zouden het niet geloofd hebben, noch alle de inwoners van de wereld, dat de tegenpartijder en vijand tot de poorten van Jeruzalem zou ingaan;" en hij zou er ook niet hebben kunnen ingaan, indien de inwoners hun bescherming niet verkondigd hadden. "Zet uw hart op zijn bolwerken." Dit geeft te kennen dat de voornaamste bolwerken van Zion geen voorwerpen waren, die met de zinnen waargenomen kunnen worden, meer voorwerpen van geloof, waar zij het hart op moesten zetten. Zion was inderdaad, beide door de natuur en de kunst, zeer uitnemend versterkt, maar de bolwerken, waar het meest op gesteund moest worden, bestonden in de bijzondere tegenwoordigheid Gods, de schoonheid van de heiligheid, waarmee Hij de stad had versierd, en de beloften, die Hij er voor gedaan had. "Beschouw de sterkte van Jeruzalem, en spreek er van aan de volgende geslachten, opdat zij niets doen om het te verzwakken, en opdat, zo het ooit benauwd wordt, zij het niet laaghartig als onhoudbaar aan de vijand overleveren." Calvijn merkt hier op dat, als hun gezegd wordt dat zij aan de nakomelingschap een bijzonder bericht moeten geven van de torens en bolwerken en paleizen van Jeruzalem, hiermede te kennen wordt gegeven dat zij na verloop van tijd allen verwoest zullen worden, en dus niet langer te zien zouden zijn, immers, waartoe zou anders de beschrijving en de geschiedenis ervan gediend hebben? Toen de discipelen de gebouwen van de tempel bewonderd hebben, zei hun Meester hun dat binnen weinig tijds geen steen op de andere ervan gelaten zou worden, Mattheus 24:1, 2 Daarom;
b. Moet dit gewis toegepast worden op de Evangeliekerk, deze berg Zion Hebreeën 12:22 "Beschouw de torens en bolwerken en paleizen daarvan, opdat gij uitgelokt en aangemoedigd zoudt worden om er u bij te voegen, er lotgemeen mee te worden. Zie haar gefundeerd op Christus, de rots, versterkt door de kracht Gods, bewaard en bewaakt door Hem die noch sluimert noch slaapt. Zie wat kostelijke inzettingen haar paleizen zijn; wat dierbare beloften haar bolwerken zijn, verkondig dit aan het navolgende geslacht, opdat zij met een vast voornemen des harten haar belangen omhelzen en haar blijven aankleven."
VII. Laat ons juichen in God en in de verzekeringen, die wij hebben van Zijn eeuwigdurende goedertierenheid, vers 15 Zeg dit aan het navolgende geslacht, leven deze waarheid, als een heilig pand, over aan uw nakomelingen, dat deze God, die zulke grote dingen voor ons gedaan heeft, onze God is eeuwiglijk en altoos dat Hij standvastig is en onveranderlijk in Zijn liefde en zorg voor ons.
1. Indien God onze God is, dan is Hij de onze tot in eeuwigheid, niet slechts gedurende al de eeuwen van de tijd, maar tot in eeuwigheid, want het is de eeuwigdurende zaligheid van de verheerlijkte heiligen, dat "God zelf bij hen zal zijn en hun God zal zijn," Openbaring 21:3
2. Indien Hij onze God is, dan zal Hij onze gids zijn, onze getrouwe, standvastige gids, om ons de weg te wijzen en er ons in te geleiden; Hij zal dit zijn tot de dood toe, die de eindpaal zal zijn van onze weg, en Hij zal ons doen ingaan in de rust. Hij zal ons leiden en bewaren ten einde toe. Hij zal onze gids zijn boven de dood zo lezen het sommigen Hij zal ons zo geleiden, dat Hij ons boven het bereik stelt van de dood, zodat die ons geen wezenlijk kwaad kan doen. Hij zal onze gids zijn over de dood heen, zo lezen het anderen. Hij zal ons veilig heenvoeren naar de gelukzaligheid aan de andere kant van de dood, naar een leven, waarin geen dood meer zijn zal. Als wij de Heere aannemen tot onze God, dan zal Hij ons veilig heenleiden tot de dood, door de dood heen, en over de dood heen, afwaarts naar de dood, en dan wederom opwaarts tot de heerlijkheid.