Jesaja 26:1-4
Aan de profetieën van Evangelie-genade is zeer gepast een lied toegevoegd, waarin wij Gode de eer geven van die genade en voor onszelf de vertroosting ervan nemen. Te die dage, ten dage van het Evangelie, waarvan de dag van de overwinningen en verruimingen van de Oud- Testamentische kerk een type was (en op sommige daarvan kan dit in de eerste plaats zien), te dien dage zal dit lied gezongen worden, er zullen personen zijn om het te zingen, er zal oorzaak en er zullen harten zijn om het te zingen, het zal gezongen worden in het land van Juda, dat een beeld was van de Evangeliekerk, want het Evangelieverbond is gezegd gemaakt te zijn met het huis van Juda, Hebreeën 8:8. Heerlijke dingen worden hier van de kerk van God gezegd.
I. Dat zij zeer versterkt is tegen hen, die slecht zijn, vers 1. Wij hebben een sterke stad, tot een stad gemaakt door de handvest van het eeuwig verbond, geschikt om allen te ontvangen, die door dat verbond tot vrijen zijn gemaakt, om er hun werk en hun vermaak in te vinden, het is een sterke stad, zoals Jeruzalem geweest is toen zij wel samengevoegd was en God zelf tot een vurige muur rondom haar had, zo sterk, dat niemand zou hebben kunnen geloven "dat de tegenstander en vijand tot haar poorten zou ingaan," Klaagliederen 4:12. De kerk is een sterke stad, want zij heeft muren en bolwerken die door God zelf gemaakt zijn, want Hij heeft in Zijn belofte de zaligheid zelf tot haar verdediging gesteld. Zij, die voor de zaligheid bestemd zijn zullen bevinden dat deze hun bescherming is, I Petrus 1:4.
II. Dat zij vervuld is van hen, die goed zijn, en deze zijn er in de plaats van versterkingen voor. Want indien de inwoners van Jeruzalem zijn zoals zij behoren te wezen, dan zijn zij haar sterkte, Zacheria 12:5. Er wordt hier bevel gegeven, dat de poorten geopend zullen worden, opdat het rechtvaardige volk daar inga, hetwelk de getrouwheden bewaart, vers 2. Zij waren door de ongerechtigheid van vroegere tijden gebannen en uitgeworpen, maar nu zijn de wetten, die tegen hen gemaakt werden, afgeschaft, en zij hebben vrijheid om weer naar binnen te gaan. Of, er is een wet voor een algemene naturalisatie van al de rechtvaardigen, tot welke natie zij ook mogen behoren, hen aanmoedigende om te komen en zich te vestigen in Jeruzalem. Als God voor een plaats of een volk grote dingen gedaan heeft, dan verwacht Hij dat zij aldus zullen vergelden naar de weldaad, die hun bewezen is, namelijk dat zij vriendelijk zullen zijn voor Zijn volk, en hen onder hun bescherming zullen nemen, hun hartelijke, broederlijke liefde zullen betonen. Het is de aard van de rechtvaardigen, dat zij de getrouwheden bewaren, Gods waarheid bewaren, het vaste geloof daaraan zal een gebiedenden invloed hebben op geheel hun wandel. Goede beginselen, vast in het hoofd geprent, zullen goede besluiten brengen in het hart, en een goede praktijk teweegbrengen in het leven. Het is het belang van staten om de zodanigen te steunen, en hen te lokken om in hun midden te komen wonen, want zij brengen een zegen mede.
III. Dat allen, die er toe behoren, veilig en gerust zijn, en een heilige kalmte van gemoed smaken in de verzekerdheid van Gods gunst. Dat is hetgeen hier beloofd is, vers 3. Gij zult hem in volkomen vrede bewaren, vrede, volkomen vrede, inwendigen vrede, uitwendigen vrede, vrede met God, vrede van de consciëntie, in alle tijden, onder alle gebeurtenissen, in deze vrede zal hij gesteld worden, en het bezit ervan zal hem bewaard blijven, wiens hart op God steunt, omdat hij op Hem vertrouwt. Het is de eigenschap van iedere goede mens, dat hij op God vertrouwt, zich stelt onder Zijn leiding en bestuur, en er vast op rekent dat het hem grotelijks tot voordeel zal zijn om dit te doen. Zij, die op God vertrouwen, moeten hun hart op Hem doen steunen, in Hem gerust doen zijn, moeten te allen tijde en onder alle omstandigheden op Hem vertrouwen, zij moeten Hem standvastig en getrouw aankleven meteen volkomen voldoening in Hem. Hen, die dat doen, zal God in bestendige vrede bewaren, en die vrede zal hen bewaren. Als slechte tijdingen gehoord worden, zullen zij kalm de gebeurtenissen afwachten, en niet beroerd worden door schrikmaren, door die tijdingen teweeggebracht, want "hun hart is vast, vertrouwende op de Heere," Psalm 112:7.
Het is een zaak van voorschrift of gebod, vers 4. "Laat ons gerust zijn, ons hart geruststellen door tot in eeuwigheid op de Heere te vertrouwen, daar God vrede beloofd heeft aan hen, die op Hem steunen, zo laat ons het voordeel van die belofte niet verliezen, maar een algeheel vertrouwen in Hem stellen. Vertrouw op Hem tot in eeuwigheid, in alle tijden, als gij niets anders hebt om op te vertrouwen, vertrouw op Hem voor die vrede, dat deel, hetwelk is tot in eeuwigheid." Al hetgeen, waarvoor wij op de wereld vertrouwen, is slechts voor een ogenblik, alles wat wij er van verwachten is beperkt binnen de grenzen van de tijd, maar hetgeen waarvoor wij op God vertrouwen, zal duren zolang als wijzelf duren. Want in de Heere Jahweh, in Hem, die was, is en zijn zal, Is een rots van de eeuwen, een vast en stevig fundament voor het geloof om op te bouwen, en het huis, dat op die rots gebouwd is, zal staan blijven in de storm. Zij, die op God vertrouwen, zullen in Hem niet alleen eeuwige sterkte vinden, maar van Hem ontvangen, want in de Heere Jahweh is eeuwige sterkte, vers 4, sterkte, die hen zal heenvoeren naar het eeuwige leven, naar de zaligheid, die tot in eeuwigheid is, en daarom moeten zij op Hem vertrouwen tot in eeuwigheid, en nooit hun vertrouwen wegwerpen.