Jesaja 8:1-8
In deze verzen hebben wij een profetie van de voorspoed van de koning van Assyrië tegen Damascus, Samaria en Juda, dat de eerste twee door hem verwoest zullen worden, en het laatste grotelijks verschrikt. Hier hebben wij:
I. Orders, gegeven aan de profeet om deze profetie op te schrijven en haar uit te geven, opdat zij door allen gezien en gelezen zou kunnen worden, en haar te registreren opdat, als die dingen geschied zijn, zij zullen weten dat God hem heeft gezonden, want dat was een van de doeleinden van de profetie, Johannes 14:29. Hij moet een grote rol maken, waarop deze vijf hoofdstukken voluit en duidelijk geschreven zijn, hij moet er in schrijven alles wat hij voorzegd had betreffende de vijandelijke inval van de koning van Assyrië in het land, hij moet het schrijven met een griffel op de gewone schrijfwijze en in de gewone stijl, zodat het leesbaar en verstaanbaar was voor allen. Zie Habakuk 2:2. Schrijf het gezicht en stel het duidelijk op stenen tafels opdat daarin leze wie voorbijgaat. Zij, die spreken en schrijven van de dingen Gods, moeten alle duisterheid vermijden, en er zich op toeleggen om zo te spreken en te schrijven, dat zij verstaan worden, 1 Corinthiers 14:19. Zij, die schrijven voor mensen, moeten met een gewone pen schrijven, en niet de pen of de tong van engelen begeren. En omdat het gebruikelijk is om een korte zinrijken titel voor boeken te plaatsen, die uitgegeven worden, wordt de profeet bevolen om zijn boek te noemen: Maher Shalal Chazbaz, dat is, haast u tot de buit, haast u tot de roof, te kennen gevende dat het Assyrische leger hen spoedig zat overvallen en een grote buit zal roven. Door deze titel zal naar de inhoud en de betekenis van het boek gevraagd worden door hen, die ervan gehoord hebben, en herdacht worden door hen, die het gelezen hebben of het hadden horen lezen. Soms zal het het geheugen zeer ter hulp komen als er in weinig woorden veel gezegd wordt, die weinige woorden dienen dan als handvatsels, waarmee wij meer vastgrijpen.
II. De zorg van deze profeet om dit geschrift door getuigen te doen staven vers 2. Ik nam mij getrouwe getuigen, hij schreef de profetie in hun tegenwoordigheid, onder hun ogen, en liet haar met hun namen ondertekenen, opdat zij bereid zouden zijn om later, zo dit nodig mocht zijn, onder ede te verklaren dat de profeet zolang tevoren, voorzegd had dat de Assyriërs een inval zullen doen in het land. Tot groter zekerheid noemt hij de namen van de getuigen, opdat iedereen zich tot hen zou kunnen wenden, het waren twee getuigen, want in de mond van twee getuigen zal alle woord bestaan. De een was Uria, de priester, van hem wordt melding gemaakt in de geschiedenis van Achaz, maar niet voor zijn goede daden, want hij heeft Achaz toegegeven in zijn afgoderij, daar hij een afgodisch altaar voor hem gemaakt heeft, 2 Koningen 16:10, 14. Maar in die tijd was er nog geen bezwaar tegen hem, hij was een getrouw getuige. Zie hoe de profeten er voor zorgden om alle belanghebbenden volkomen te overtuigen van de oprechtheid van hun bedoelingen, opdat wij mogen kennen de zekerheid van de dingen, waarin wij onderwezen zijn, en dat wij geen kunstig verdichte fabelen gevolgd zijn.
III. Dat hij de naam van zijn kind tot titel moest nemen voor zijn boek, opdat er te meer nota van genomen zou worden en het daardoor ook te meer bestendigd zou worden, vers 3. Zijn vrouw wordt, omdat zij de vrouw is van een profeet, de profetes genoemd, zij werd zwanger en baarde een zoon, een andere zoon, die de leerrede in zijn naam moest dragen, zoals de vorige dit ook gedaan heeft, Hoofdstuk 7:3, maar met dit verschil: de eerste sprak van genade: Schear Jaschub-Het overblijfsel zal wederkeren, daar hier echter geen acht op geslagen werd, spreekt deze van oordeel. Maher Shalal Chaz Baz-Haastende zal hij tot de buit komen. De profetie is verdubbeld, zelfs in die ene naam, want de zaak was gewis. Ik zal haasten om Mijn woord te doen, Jeremia 1:12. Telkens als dit kind bij zijn naam genoemd zal worden, of bij een gedeelte ervan, zou dit dienen als een memorandum van het komende oordeel. Het is goed voor ons om dikwijls te denken aan de veranderingen en moeilijkheden, waaraan wij onderhevig zijn in deze wereld, en die misschien aan de deur zijn. Als wij met vreugde onze kinderen aanzien, dan moet die vreugde getemperd worden door de gedachte: wij weten niet wat hun nog te wachten staat.
IV. De profetie zelf, die een verklaring is van de mystieken naam.
1. Dat Syrië en Israël, die nu samenverbonden waren tegen Judas binnen zeer korte tijd een gemakkelijke prooi zullen worden van de koning van Assyrië en zijn zegevierend leger, vers 4. "Eer dat knechtje, dat nu pas geboren is en een naam heeft ontvangen", zal kunnen roepen: "Mijn vader, of mijn moeder", dat gewoonlijk de eerste woorden zijn die kleine kinderen kunnen spreken, in ongeveer een paar jaar zal men de rijkdom van Damascus en de buit van Samaria, de steden, die nu zelf zo gerust zijn en zo geducht voor hun naburen, dragen voor het aangezicht van de koning van Assur, die beide stad en land zal plunderen, en de beste zaken van beide naar zijn eigen land zal zenden, om dat te verrijken en om als de trofeeën van zijn overwinning te dienen. Zij die anderen beroven, moeten verwachten zelf beroofd te zullen worden, Hoofdstuk 33:I, want de Heer is rechtvaardig, en zij, die beroeren, zullen beroerd worden.
2. Dat, daar er velen in Juda zijn, die heimelijk de belangen van Syrië en Israël waren toegedaan en ontevreden waren op het huis van David, God ook hen zal kastijden door de koning van Assyrië, die een grote kwelling zal teweegbrengen in Juda, zoals voorzegd was in Hoofdstuk 7:17.
Merk op:
A. Wat de zonde was van de ontevreden partij in Juda, vers 6. Dit volk, tot hetwelk de profeet hier spreekt, veracht de wateren van Siloa, die zachtkens gaan, veracht zijn eigen land en de regering ervan, stelt het gaarne in een kwaad daglicht omdat het niet zo'n groot aanzien heeft in de wereld, en niet zoveel gedruis maakt als sommige andere koningen en koninkrijken. Zij weigeren de vertroostingen die Gods profeten hun aanbieden uit het woord van God, sprekende tot hen in het ruisen van een zachte stilte, achten ze gering, en zij verheugen zich in Rezin en de zoon van Remalia, die de vijanden zijn van hun land en er nu vijandelijk binnengetrokken zijn, zij roemden hen huizenhoog als kloeke mannen, bewonderden en verheerlijkten hun staatkunde en hun macht, juichten hun handelingen toe verheugden zich in hun voorspoed, wensten van harte dat hun plannen zouden gelukken, en waren vast besloten om tot hen over te lopen. Zulke adders koestert menige staat aan zijn boezem, die zijn brood eten en toch zijn vijanden aanhangen, geheel gereed zijn zijn belangen te verzaken, zodra zijn toestand wankelend begint te worden.
B. Het oordeel, dat God wegens deze zonde over hen zal brengen. Diezelfde koning van Assyrië, die Efraïm en Syrië zal verwoesten zal een gesel en verschrikking wezen voor hun partij in Juda. Omdat zij de wateren van Siloa verachten, en zich niet willen schikken onder de regering, die God over hen gesteld heeft, maar er onrustig onder zijn, daarom zal de Heer over hen doen opkomen de sterke en geweldige wateren van de rivier, sterke en vele van de rivier Eufraat, zij minachtten het land van Juda, omdat het niet kon roemen op een rivier die te vergelijken is met deze, de rivier bij Jeruzalem was een zeer onaanzienlijke beek. "Welnu," zegt God, "indien gij zulke bewonderaars zijt van de Eufraat, zult gij er genoeg van hebben, de koning van Assyrië, wiens land aan die rivier gelegen is, zal met zijn heerlijkheid over u komen, met zijn groot leger, dat gij roemt en verheft als zijn heerlijkheid, terwijl gij uw eigen koning veracht, omdat hij niet zo'n groot leger als dit is, te velde kan brengen, God zal dat leger over u doen komen." Als wij de mensen schatten en overschatten naar hun wereldrijke rijkdom en macht, dan is het rechtvaardig in God om hen hierdoor een gesel voor ons te maken. Het wordt als een argument gebruikt tegen het verheerlijken van rijke lieden, dat de rijken ons verdekken, ons overweldigen, Jakobus 2:3,6. Laat ons het meeste behagen hebben in de wateren van Siloa, die zachtkens gaan, want snelvlietende stromen zijn gevaarlijk. Er wordt gedreigd dat het Assyrische leger over hen zal losbreken als een overstroming van wateren, alles voor zich heen wegvagende. Het zal doelloos zijn tegenstand te bieden, Sanherib en zijn leger zullen door Juda heengaan en zo weinig weerstand ontmoeten, dat het meer het aanzien zal hebben van een reis door het land dan van een vijandelijker inval. Hij zal tot aan de hals reiken, hij zal zover vorderen, dat hij het beleg zal slaan voor Jeruzalem, het hoofd van het koninkrijk, en niets dan dat zal uit zijn handen gehouden worden, want dat was de heilige stad. In de grootste overstelping van benauwdheid, kan en zal God het hoofd Ziens volks boven water houden, en aldus hun vertroostingen en hun geestelijk leven behouden, de wateren, die tot aan de ziel komen, Psalm 69:2, kunnen reiken tot aan de hals, maar daar zullen hun trotse baren tot staan worden gebracht. En hier is nog een andere troostrijke aanduiding, namelijk dat hoewel de vleugels van de Assyriër, die roofvogel, zich uitstrekken, hoewel de rechter- en linkervleugel van zijn leger de gehele breedte van het land van Juda zullen vervullen het toch Immanuels land is. Het is Uw land o Immanuël, het moet Christus' land wezen, wat daarin moet Hij geboren worden leven en prediken, en wonderen doen. Hij was Zions Koning, en daarom had Hij bijzonder belang bij en zorg over dat land. De landen, die Immanuël als de Zijne erkent, en dat zijn al de landen, die Hem erkennen, kunnen wel overstroomd worden, maar niet verzwolgen, want als de vijand zal komen gelijk een stroom, zal Immanuël de Zijnen beveiligen, en een banier tegen hem oprichten, Hoofdstuk 59:19.