Jesaja 51:1-3
Merk hier op:
I. Hoe het volk Gods hier beschreven wordt, tot hetwelk dit woord van vertroosting gezonden wordt en hoe zij, die horen moeten, genoemd worden, vers 1. Zij zijn het, die de gerechtigheid najagen, zij zijn zeer verlangend en begerig om gerechtvaardigd en geheiligd te worden, zij jagen het na om in de gunst van God hersteld te worden en het beeld Gods in zich vernieuwd te zien. Dezen zijn het die de Heere zoeken, want het is enkel in de weg van de gerechtigheid dat wij hopen mogen Hem te zullen vinden.
II. Hoe hun wordt gezegd om terug te zien naar hun oorsprong en de geringheid van hun begin. Aanschouwt de rotssteen, waaruit gijlieden gehouwen zijt, het afgodisch geslacht in Ur van de Chaldeeën, waaruit Abraham genomen was, het geslacht van slaven, die hun vaderen en de hoofden van hun stammen waren in Egypte. Ziet naar de holligheid des bornputs, waaruit gij gegraven zijt, gelijk klei, toen God u tot een volk formeerde. Het is goed voor hen, die bevoorrecht zijn met een nieuwe geboorte, om aan te merken wat zij door hun eerste geboorte waren, hoe zij in ongerechtigheid zijn ontvangen en in zonde geboren. Hetgeen geboren is uit vlees, is vlees. Hoe hard was de rots waaruit wij gehouwen zijn, onaandoenlijk voor enige indrukken, en hoe bezoedeld was de bornput, waaruit wij gegraven zijn! De beschouwing hiervan moet ons vervullen met lage gedachten van onszelf en hoge gedachten van de goddelijke genade. Zij, die nu gevorderd zijn, doen wel als zij zich herinneren hoe laag zij begonnen, vers 2. Aanschouwt Abraham, uw vader, de vader van alle gelovigen en van allen, die gelijk hij de gerechtigheid des geloofs volgen, Romeinen 4:11. En Sara, die u gebaard heeft, en wier dochters gij zijt indien gij weldoet. Bedenkt hoe Abraham alleen was geroepen, en toch gezegend en vermenigvuldigd werd en laat dat alle gelovigen aansporen om te vertrouwen op Gods beloften, zelfs dan wanneer het vonnis des doods schijnt geveld te zijn over alle middelen, die tot de vervulling ervan kunnen leiden. Dat moet voornamelijk de gevangenen in Babel aanmoedigen, of schoon zij nu tot een klein aantal zijn geslonken en er weinigen van hen overgelaten zijn. Zij moeten hopen dat zij weer zullen vermenigvuldigen zodat zij opnieuw hun eigen land vervullen kunnen. Ofschoon Jakob zeer klein is, is hij nog niet zo klein als Abraham was, die een vader van vele volken werd. Aanschouwt Abraham en ziet wat hij verkreeg door het geloof in Gods belofte, en neemt hem ten voorbeeld om God met onbeperkt geloof te volgen.
III. Hier wordt hun verzekerd dat hun tegenwoordig zaaien met tranen eindelijk zal gevolgd worden door een oogsten met gejuich, vers 3. De kerk Gods op aarde, ook het Zion van het Evangelie, heeft soms haar woestijnen en verlaten plaatsen, verscheidene gedeelten van de kerk worden, hetzij door bederf of doorvervolging gemaakt gelijk een woestijn, onvruchtbaar voor God en onbruikbaar voor de bewoners. Maar God zal een tijd en een middel weten te vinden om Zion te vertroosten, niet alleen door vertroostende woorden tot haar te spreken, maar door genadiglijk met haar te handelen. God heeft verkwikking in voorraad zelfs voor de verwoeste plaatsen van zijn kerk, voor die gedeelten, die niet opgewerkt en gewaardeerd schenen te worden.
a. Hij zal die vruchtbaar maken en daardoor reden geven om zich te verheugen, haar wildernis zal een nieuw voorkomen aandoen en aangenaam zijn als Eden, overvloedig in alle goede vruchten als de hof des Heeren. Het is de grootste vertroosting voor de kerk, indien zij dienstbaar gemaakt wordt aan de heerlijkheid Gods en een hof mag zijn, waarin Hij zich verlustigt.
b. Hij zal haar aangenaam maken en zo een hart geven, dat zich verheugt. De vruchten van gerechtigheid, vreugde en blijdschap zullen er in gevonden worden, want hoe meer heiligheid de mensen hebben en hoe meer goed zij doen, des te meer blijdschap zullen ze hebben. En waar tot hun voldoening vreugde en blijdschap zijn, daar is het betamelijk dat er ook dankzeggingen een stem des gezangs tot Gods eer is, want wat een reden is voor onze verheuging, behoort een reden voor onze dankzegging te zijn, en het terugkeren van Gods gunst moet gevierd worden met een stem des gezangs, die zoveel heiliger klinkt wanneer God psalmen in de nacht en lofzangen in de woestijn geeft.