Jesaja 40:12-17
Het doel van deze verzen is aan te tonen welk een groot en heerlijk wezen de Heere Jahweh is, die Israëls God en Verlosser is. Dit wordt hier te pas gebracht:
a. Om Zijn volk, dat gevangen was in Babel, aan te moedigen om op Hem te hopen en op Hem te vertrouwen voor verlossing, al waren zij ook nog zo zwak, en al waren hun verdrukkers ook nog zo sterk.
b. Hen aan te sporen om zich aan Hem te houden, Hem aan te kleven, en zich niet ter zijde af te wenden naar andere goden, want er zijn geen, die bij Hem vergeleken kunnen worden.
c. Om allen, die de blijde boodschap ontvangen van verlossing door Christus, een heilig ontzag en eerbied in te boezemen voor God. Hoewel er gezegd was, vers 9, Ziet uw God, en vers 11, dat Hij Zijn kudde zal weiden gelijk een herder, moet toch vanwege de neerbuigendheid van Zijn genade geen vermindering in onze gedachte opkomen van Zijn alles overtreffende heerlijkheid. Laat ons zien hoe groot onze God is, en vrezen voor Zijn aangezicht, want:
1. Zijn macht is onbeperkt, oneindig, geen schepsel kan er zich bij vergelijken, en nog veel minder er tegen strijden, vers 12.
a. Hij reikt zeer ver, aanschouw de hemelbol, en gij staat verbaasd over de uitgestrektheid ervan, maar de grote God heeft met de span de maat genomen van de hemelen, voor Hem zijn zij slechts een handbreed, zo groot is Zijn hand. Beschouw de aardbol, ook daar heeft Hij het gebied over, al de wateren in de wereld kan Hij meten in het holte van Zijn hand, waar wij slechts een weinigje water kunnen houden, en het droge kan Hij gemakkelijk besturen en regelen, want Hij begrijpt met een driehoek, of met Zijn drie vingers, het stof van de aarde, het is voor Hem niets meer dan een vingergreep, of hetgeen wij tussen de duim en twee vingers opnemen.
b. Hij heeft een ontzaglijk grote kracht, en kan even gemakkelijk bergen en heuvelen bewegen, als een koopman zijn waren opheft in de weegschaal en ze er weer uit neemt, Hij weegt ze in Zijn hand even nauwkeurig, alsof Hij ze in een weegschaal woog. Dit kan zien op het werk van de schepping, toen de hemelen uitgestrekt waren, even juist en nauwkeurig als iets dat uitgespannen wordt, en de aarde en de wateren in evenredige verhouding tot elkaar gebracht worden, alsof zij gemeten waren, en de bergen van zo'n gewicht gemaakt waren, dat zij tot ballast kunnen dienen voor de aardbol, en niets meer. Of, het kan zien op het werk van de voorzienigheid (dat een voortdurende schepping is) en de bestaanbaarheid van alle schepselen met elkaar.
2. Zijn wijsheid is ondoorgrondelijk, waaraan geen schepsel inlichting of leiding kan geven, vers 13, 14. Gelijk niemand doen kan wat God gedaan heeft en doet, zo kan ook niemand Hem bijstaan of helpen in het doen ervan, noch Hem iets voorstellen, waaraan Hij niet gedacht heeft. Toen de Heere door Zijn Geest de wereld gemaakt heeft, Job 26:13, was er niemand, die Zijn Geest bestuurde, of Hem enigerlei raad gaf, hetzij omtrent wat Hij doen moest, of hoe blij het doen moest. Ook heeft Hij geen raadsman nodig voor het bestuur of de regering van de wereld, ook is er niemand bij Hem, die Hij raadpleegt, zoals de wijste koningen hen raadplegen, "die de wet en het recht weten" Esther 1:13, God heeft het niet nodig dat hem gezegd wordt wat gedaan is, want dat weet Hij volkomen, evenmin heeft Hij raad nodig voor hetgeen gedaan moet worden, want Hij kent beide het rechte doel en de juiste middelen. Hierop wordt hier zeer de nadruk gelegd, omdat er onder de gevangenen geen staatslieden waren om hun zaken te besturen voor het hof, of hun het middel aan de hand te doen om hun vrijheid te herkrijgen. "Het doet er niet toe", zegt de profeet, "gij hebt een God om voor u op te treden, die geen hulp van staatslieden nodig heeft." In het grote werk van onze verlossing door Christus, waren de zaken beraamd en vastgesteld "voor de grondlegging van de wereld, toen er niemand was om Hem te leren van het pad des rechts," 1 Corinthiers 2:7.
3. De volkeren van de wereld zijn niets in vergelijking met Hem, vers 15, 17. Neem hen allen tezamen, al de grote en machtige volken van de aarde, de glansrijkste, schitterendste koningen, de volkrijkste koninkrijken, beide de rijksten, neem de eilanden, de menigte erven, de eilanden van de heidenen-voor Zijn aangezicht, als zij staan in vergelijking met Hem, of in tegenstand met Hem, dan zijn zij als een druppel aan de emmer, vergeleken bij de grote, uitgestrekte oceaan, of het stofje van de weegschaal, dat de balans niet doet overslaan, en daarom van geen belang wordt geacht, het is zo klein in vergelijking met al het stof van de aarde. Hij neemt ze op, en werpt ze van zich weg, als iets zo klein, dat het niet van de moeite waard is om er van te spreken. In Zijn ogen zijn zij allen als niets alsof zij niet bestonden, want zij voegen niets toe aan Zijn volkomenheid en algenoegzaamheid zij worden door Hem geacht als minder dan niets te zijn, en aldus moeten zij ook in vergelijking met Hem door ons geacht worden, minder dan niets en ijdelheid. Als het Hem behaagt, kan Hij ze allen even gemakkelijk tot niets brengen, als Hij ze in de beginne uit niets heeft voortgebracht. Als God werk te doen heeft is Hem noch aan bijstand noch aan weerstand van het schepsel iets gelegen. Zij zijn allen ijdelheid, het woord, dat gebruikt wordt voor chaos, Genesis 1:2, waartoe zij ten laatste teruggebracht zullen worden. Laat dit hoge gedachten in ons opwekken van God, en lage gedachten van deze wereld, en ons aansporen om God, en niet de mens, beide tot onze vreze en onze hoop te maken. Dit verheerlijkt Gods liefde voor de wereld, dat Hij, hoewel zij van zo weinig belang of waarde voor Hem is voor de verlossing ervan toch Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, Johannes 3:16.
4. De diensten van de kerk kunnen Hem niets toevoegen noch staan zij in evenredigheid tot Zijn oneindige volkomenheid, vers 16. De Libanon is niet genoegzaam om te branden, het hout ervan is geen genoegzame brandstof voor het altaar, hoewel hij zo wel voorzien is van cederbomen, en het gedierte ervan is niet genoegzaam ten brandoffer, hoewel hij zo goed voorzien is van vee, vers 16. Waar wij God ook mee eren, het blijft oneindig ver achter bij de verdienste van Zijn volmaaktheid, want Hij is verhoogd ver boven allen lof en prijs, boven alle brandofferen en slachtofferen.