Jesaja 21:13-17
Arabië was een groot land, dat ten oosten en zuiden van Kanaän was gelegen, veel ervan was in het bezit van de nakomelingen van Abraham. De Dedanieten, hier vermeld, vers l3 stamden af van Dedan, Abrahams zoon bij Ketura, de inwoners van Thema en Kedar stamden af van Ismaël, Genesis 25:3, 13, 15. Over het algemeen woonden de Arabieren in tenten en hielden vee, zij waren een gehard stoutmoedig volk, aan de arbeid, waarschijnlijk hebben de Joden op hen gesteund als een soort van muur tussen hen en de krijgszuchtiger Oosterse volken, om hen nu te verschrikken, zullen zij daarom de last horen tegen Arabië, en het zien wegzinken onder zijn eigen last.
I. Een verwoestend leger zal op hen afkomen met een zwaard, een uitgetrokken zwaard, met een gespannen boog, en met al de moeiten van de strijd, vers 15. Het is waarschijnlijk dat de koning van Assyrië op een van de tochten van zijn geducht en zegevierend leger, onderweg Arabië heeft veroverd, en geen of weinig weerstand ontmoetende, het tot een gemakkelijke prooi voor zich heeft gemaakt. De gedachte aan de moeiten van de strijd behoort ons dankbaar te maken voor de zegeningen van de vrede.
2. Het arme landvolk zat hierdoor genoodzaakt zijn om hier of daar heen te vluchten om een schuilplaats te vinden, zodat de reizende gezelschappen van Dedanieten, die met hun karavanen op de grote weg plachten te blijven, verplicht zullen zijn die te verlatenen in het woud van Arabië te gaan overnachten vers 13, en de gerieflijkheid van hun tenten zullen moeten missen, hoe armoedig die ook zijn.
3. Zij zullen verkwikking nodig hebben daar zij bijna omkomen van gebrek er aan op hun vlucht voor het invallende leger, o gij inwoners van het land van Thema-die waarschijnlijk de naaste buren waren van de reizende gezelschappen van de Dedanieten, "brengt water" - aldus de lezing van de kanttekening, -Tot de dorstige, en voorkomt met uw brood hen, die vluchten, want zij zijn voorwerpen van uw medelijden, zij dwalen niet om voor het genoegen van om te dolen, en zij zijn ook niet tot die ellende, dat gebrek, gekomen door enigerlei buitensporigheid van henzelf, maar zij vluchten voor het zwaard. Thema was een land waar het water soms schaars was, zoals wij zien in Job 6:19, en wij kunnen denken dat het zeer bijzonder aangenaam was voor deze arme, in benauwdheid verkerende vluchtelingen. Laat ons hieruit leren:
a. Om voor onszelf moeite en benauwdheid te verwachten, wij weten niet tot welke ellende wij nog kunnen komen eer we sterven. Zij, die in steden wonen kunnen genoodzaakt zijn om in bossen te overnachten, en diegenen kunnen gebrek hebben aan het nodige voedsel, die zich thans verzadigen met brood. Onze berg staat niet zo vast, of hij kan nog wankelen, verheft zich niet zo hoog, of hij kan nog beklommen worden Deze Arabieren zullen die rampen zoveel beter kunnen dragen, omdat zij zich in hun wijze van leven aan ontberingen hadden gewend.
b. Om met medelijden te zien op hen, die in benauwdheid zijn, en hun met alle blijmoedigheid te hulp te komen, niet wetende hoe spoedig wij zelf in hun omstandigheden kunnen zijn. Brengt water voor de dorstigen, en geeft brood niet alleen aan hen, die het nodig hebben en er om vragen, maar ook aan hen, die het nodig hebben zonder dat zij er om vragen. Zij, die dit doen, zullen bevinden dat het herdacht wordt tot hun lof, gelijk het hier, naar onze lezing van de tekst, herdacht wordt tot lof van het land van Thema, dat zij water brachten aan de dorstigen, en zelfs diegenen te hulp kwamen, die aan de kant van de verliezers waren. 4. Al wat de heerlijkheid was van Kedar zal verdwijnen, wegvallen. Roemden zij in hun talrijke kudden? Zij zullen allen door de vijand weggedreven worden. Zij schijnen boven andere volken vermaard te zijn geweest voor het gebruik van de boog in de strijd, maar hun boogschutters zullen in plaats van de vijand te verslaan, zelf vallen, en het overgebleven getal van de schutters zal minder worden, vers 17, hun helden, kloeke mannen van krachten bekwaamheid, zullen zeer weinig in aantal zijn want daar zij het ijverigst zijn in de verdediging van hun landen, het meest aan gevaar waren blootgesteld, vielen zij het eerst, hetzij door het zwaard van de-vijand of in de handen van de vijand. Noch de bekwaamheid van boogschutters, noch de kloekmoedigheid van de helden kan een volk beschermen tegen de oordelen Gods als zij komen met een opdracht, veeleer brengen zij hen in gevaar. Het is wel een armzalige heerlijkheid, die aldus snel teniet gaat.
5. Dit alles zal binnen weinig tijds gedaan worden. "Binnen een jaar, gelijk de jaren van een dagloner" -binnen, precies een jaar, nauwkeurig berekend-"zal dit oordeel over Kedar komen." Als deze tijdsbepaling thans van weinig nut is voor ons, (omdat wij noch vinden wanneer de profetie werd uitgesproken, noch wanneer zij vervuld werd), kan het toch van groot nut zijn geweest voor de Arabieren van toen, om hen op te wekken tot berouw en bekering opdat zij, gelijk de mannen van Nineve, het oordeel zouden voorkomen, nu hun gezegd werd dat het aan de deur was. Of, als het begint vervuld te worden, dan zal de zaak geschied zijn, binnen een jaar tijds begonnen en voleindigd. Als het God behaagt, kan Hij in weinig tijd een groot werk doen
6. Het is alles bekrachtigd door de waarheid Gods, vers 16. Alzo heeft de Heere tot mij gezegd, gij kunt er mijn woord voor nemen dat het Zijn woord is, en wij kunnen er zeker van zijn, dat geen woord van Hem ter aarde zal vallen. En wederom, vers 17, de Heere, de God Israëls heeft het gesproken, als de God van Israël, ingevolge van Zijn genaderijke doeleinden met hen, en wij kunnen er zeker van zijn dat de sterkte Israëls niet liegt," 1 Samuël 15:29.