Genesis 10:6-14
Hetgeen opmerkelijk en leerrijk is in deze verzen is het bericht omtrent Nimrod, vers 8-11. Hij wordt hier voorgesteld als een voornaam man in zijn tijd. Hij begon geweldig te zijn op de aarde, dat is: terwijl zijn voorgangers tevreden waren om de gelijken te wezen van hun naburen, en ieder man wel heerste in zijn eigen huis, maar niemand aanspraak maakte om ook nog over anderen te heersen kon Nimrods eerzuchtige geest daar niet in blijven rusten. Hij was besloten zich boven zijn naburen te verheffen, en dat niet alleen maar ook over hen te heersen. De geest, die de reuzen vóór de vloed had bezield, (die geweldigen zijn geweest en mannen van naam, Hoofdstuk 6:4) herleefde nu in hem. Zo spoedig reeds was het ontzettend oordeel vergeten, dat de hoogmoed en de tirannie van die geweldigen over de wereld gebracht hadden. Er zijn sommigen in wie eerzucht en heerszucht in het bloed is, de zodanigen zijn er geweest en zullen er zijn, in weerwil van de toorn Gods, die dikwijls van de hemel tegen hen geopenbaard wordt. Aan deze zijde van de hel is er niets dat het hoogmoedige hart van sommige mensen kan verootmoedigen en verbreken, en hierin zijn zij gelijk aan die morgenster, waarvan wij lezen in Jesaja 14:14, 15.
I. Deze Nimrod was een groot jager. Daarmee begon hij, en hierom werd hij spreekwoordelijk vermaard, ieder groot jager wordt ter gedachtenis aan hem een Nimrod genoemd.
1. Sommigen denken, dat hij met dit jagen goed gedaan heeft, zijn land heeft gediend door het te bevrijden van wild gedierte, waardoor het verontrust werd. Op die wijze heeft hij de gunst en genegenheid van zijn naburen weten te verkrijgen, zodat hij hun vorst werd. Zij, die gezag en macht uitoefenen, zijn, of willen ten minste gehouden worden voor, weldadige heren, Lukas 22:25.
2. Anderen denken, dat hij, onder voorwendsel van ter jacht te gaan, manschappen bijeenbracht onder zijn aanvoering om ter jacht te gaan op een ander wild, dat is: om zich meester te maken van het land en het aan zich te onderwerpen. Hij was een geweldig jager, dat is: hij was een groot overweldiger van zijns naasten rechten en bezittingen, en een vervolger van onschuldigen, in alles zijn eigen zin en wil doordrijvende, en zich door kracht en geweld van alles meester makende. Hij achtte zich een groot vorst te zijn, maar voor het aangezicht des Heeren, dat is in Gods schatting, was hij slechts een geweldig jager. Grote veroveraars zijn slechts grote jagers. Van Alexander en Caesar zou in de gewijde geschiedenis niet met zo grote lof zijn gesproken, als in de ongewijde geschiedenis van hen gesproken wordt. De eerste wordt in de profetie slechts voorgesteld als een stotende geitebok, Daniël 8:5. Nimrod was een geweldig jager tegen de Heere, aldus de LXX. Dat is:
a. Hij voerde de afgodendienst in, zoals Jerobeam gedaan heeft, ter bevestiging van zijn door overweldiging verkregen heerschappij. Om een nieuwe regering te kunnen vestigen, heeft hij een nieuwe godsdienst opgericht op het puin van de oorspronkelijke instelling van beide. Het grote Babylon is de moeder van de hoererijen. Of:
b. Hij ging voort met zijn verdrukking en zijn geweld in trotsering van God zelf met zijn goddeloosheden de hemel tartende, alsof hij en zijn jagers de Almachtige konden tarten, de Heere van de heirscharen gemakkelijk konden weerstaan. Het was alsof het hem te weinig was dat hij de mensen moede maakte, dat hij ook God moede maakte, Jesaja 7:13. II. Nimrod was een groot heerser, vers 10. Het begin zijns rijks was Babel. Op de een of andere wijze, door list of geweld, geraakte hij tot macht, hetzij dat hij er toe verkoren werd, of er zich met geweld de weg toe baande, en zo heeft hij de grondslagen gelegd van een monarchie, die later een hoofd was van goud en de schrik van de machtigen, en goed op weg was om een wereldrijk te worden. Het blijkt niet, dat hij door geboorte recht had om te heersen, maar hij is tot de regering gekomen, hetzij, zoals sommigen denken, dat hij er wegens zijn geschiktheid en bekwaamheid toe verkozen werd, of dat hij zich door list en geweld langzamerhand en misschien onbemerkt de weg heeft gebaand tot de troon. Zie hier de hoge oudheid van het burgerlijk bestuur inzonderheid die vorm er van, waardoor de soevereiniteit bij een enkel persoon berust. Hebben Nimrod en zijn naburen begonnen, ook andere volken hebben spoedig geleerd om zich tot algemene veiligheid en welvaren onder een hoofd tot een maatschappij te formeren, hetgeen, hoe het nu ook moge begonnen zijn, zo'n grote zegen bleek te wezen voor de wereld, dat de zaken geacht werden zeer slecht te gaan, toen er geen koning was in Israël.
III. Nimrod was een groot bouwer. Waarschijnlijk is hij de architect geweest voor de bouw van Babel, en daar begon hij zijn rijk. Maar toen hij in zijn plan om over al de zonen van Noach te heersen teleurgesteld was door de spraakverwarring, is hij uit dat land uitgegaan naar Assyrië, en heeft gebouwd Ninevé, enz. opdat hij, deze steden gebouwd hebbende, er ook over zou heersen. Zie in Nimrod de aard van de eerzucht.
1. Zij is grenzeloos, veel wil meer hebben, en roept nog altijd: Geef! geef!
2. Zij is rusteloos. Toen Nimrod vier steden onder zijn bevel had, kon hij niet meer tevreden wezen, vóór hij er nog vier bij had.
3. Zij is kostbaar. Nimrod wil liever de kosten hebben van steden te stichten, dan niet de eer te hebben van ze te regeren. Zucht om te bouwen is de gewone uitwerking van hoogmoed.
4. Zij is vermetel en deinst nergens voor niets terug. Nimrods naam betekent oproer, hetgeen (indien hij wezenlijk zijn macht misbruikt heeft ter verdrukking van zijn naburen) ons leert, dat tirannen voor mensen rebellen zijn tegen God, en rebellie-weerspannigheid, is een zonde van de toverij.