Jesaja 17:9-11
Hier keert de profeet terug tot voorzegging van de ontzettende verwoesting, die door het leger van de Assyriërs over het land Israëls gebracht zal worden.
1. Dat de steden verlaten zullen zijn, zelfs de sterke steden, die het land hadden moeten beschermen, zullen niet in staat wezen zichzelf te beschermen of te verdedigen, zij zullen wezen als een verlaten struik en bovenste tak van een oude boom die vermolmd is, verlaten door zijn bladeren, boven aan de boom, naakt, en dor en dood, zo zullen hun sterke steden er uitzien, nadat zij door haar inwoners verlaten zullen zijn, en het zegevierende leger van de vijand ze geplunderd en geschonden zal hebben, vers 9. Zij zullen wezen als de steden-aldus kan de zin aangevuld worden-,die de Kanaänieten hebben overgelaten, de oude inwoners van het land, terwille van de kinderen Israëls, toen God hen inbracht met een sterke hand, om van dat goede land bezit te nemen, steden, die zij niet hadden gebouwd. Gelijk de Kanaänieten toen vluchtten voor Israël, zo zal Israël nu vlieden voor de Assyriërs. En hierin is het woord van God vervuld geworden, dat het land hen uitspuwen zal indien zij zich aan dezelfde gruwelen schuldig maakten, als de Kanaänieten gedaan hebben, Leviticus 18:28, en dat, terwijl zij God aan hun zijde hebben, één van hen er duizend zal verjagen, zo zullen, als zij God tot hun vijand hebben gemaakt, duizend van hen vluchten voor het schelden van één, zodat er verwoesting zal zijn in de steden, overeenkomstig de bedreigingen van de wet, Leviticus 26:31, Deuteronomium 28:52.
2. Dat het land verwoest zal worden, vers 10, 11.
Merk hier op:
A. De zonde, die God er toe gebracht had om zo groot verderf te brengen over dat lieflijke land, was de ongerechtigheid van hen, die daarin woonden, het is: omdat gij de God van uw heil hebt vergeten, en al het grote heil, dat Hij voor u tot stand heeft gebracht heeft, uw afhankelijkheid van Hem en uw verplichtingen aan Hem hebt vergeten, en niet gedacht hebt aan de rotssteen van uw sterkte, die niet alleen zelf een sterke rotssteen is, maar menigmaal uw sterkte is geweest, of gij zoudt reeds voorlang verbroken en verzonken zijn." De God van onze heil is de rotssteen van onze sterkte, en ons vergeten van Hem is op de bodem van alle zonde, wij hebben onze weg verdorven omdat wij de Heer onze God hebben vergeten, en aldus storten wij onszelf in het verderf.
B. Het verderf zelf nog verzwaard en verergerd door de grote zorg, die zij gehad hebben om hun land te verbeteren en het nog aangenamer te maken.
a. Beschouw het in de zaaitijd, en alles had het aanzien van een hof en een wijngaard, dat lieflijke land was vol van aangename planten, de uitgelezenen van haar soort, ja zo zorgzaam en nauwkeurig waren de inwoners, dat zij nog niet tevreden waren met hun inheemse planten, maar naar de naburige landen zonden om buitenlandse stekken, die zoveel kostbaarder waren, omdat zij van verre kwamen, buitenlandse ranken waren en duur betaald moesten worden, hoewel hun eigen misschien volstrekt niet van mindere kwaliteit waren. Dit was een voorbeeld van hun hoogmoed en ijdelheid, en van hun verderflijke dwaling om als de andere volken te willen zijn. Tarwe, en honing en olie waren hun voornaamste voortbrengselen, Ezechiël 27:17, maar daarmee niet tevreden, moeten zij ook bloemen en groenten hebben met vreemde namen, ingevoerd uit andere landen, en veel zorg en moeite moeten besteed worden om deze planten in broeikassen te kweken, de grond moet geforceerd worden, en zij moeten met glas worden gedekt om ze te beschutten, en vroeg in de morgen moeten de hoveniers op zijn, om het zaad te doen bloeien, opdat het dat van de buren zou overtreffen. De sieraden van de natuur moeten niet geheel en al veronachtzaamd worden, maar het is dwaas om er al te veel om te geven, er al te grote waarde aan te hechten er meer tijd en moeite en onkosten aan te besteden dan zij waard zijn, zoals maar al te velen doen. Maar hier schijnt dit voorbeeld genoemd te zijn in het algemeen, om hun grote zorg en vlijt aan te tonen in de landbouw, en dienovereenkomstig hun verwachting ervan, zij twijfelen niet, of hun planten zullen groeien en bloeien. Maar,
b. Beschouw nu dienzelfden grond in de oogsttijd, het is alles een woestijn, een sombere, treurige plaats, zelfs voor de aanschouwers, en nog veel meer voor de eigenaars, want de oogst zal een hoop wezen een hoop van enkel verwarring ten dage de, ziekte en van de pijnlijke smart. De oogsttijd placht een tijd te wezen van blijdschap van gezang en gejuich, Hoofdstuk 16:10, maar deze oogst verteren de hongerigen. Job 5:5, waardoor het een dag van de smart wordt, en dat wel te meer omdat de planten aangenaam en kostbaar waren, vers 10, en hun verwachting er van groot was. De oogst is soms een tijd van droefheid geweest, als de opbrengst slechts gering was en het weer ongunstig, maar dan kon men hopen dat dit het volgende jaar beter zou zijn maar nu zal het een wanhopige smart zijn, want zij zullen zien, niet alleen dat de oogst van dit jaar weggevoerd wordt, maar dat de eigenschap van de grond veranderd is, en dat de overwinnaars er heer en meester van zijn. De vruchten van de oogst zullen naar het land of het legerkamp van de vijand heengaan. Deuteronomium 28:33, op de dag van de erfenis, toen gij dacht het erfelijk te zullen bezitten, zal er dodelijke smart zijn. Dit is een goede reden, waarom wij onze schat niet moeten opleggen in die dingen, welke ons zo spoedig ontnomen kunnen worden, maar in dat goede deel, hetwelk nooit van ons weggenomen kan worden.