Genesis 29:15-30
Hier is:
I. De billijke overeenkomst tussen Laban en Jakob, gedurende de maand die Jakob als gast bij hem doorbracht. Hij scheen niet lui of ledig te zijn geweest, en zijn tijd ook niet met spel en vermaak te hebben gesleten, maar, als een man van zaken, heeft hij, daar hij geen eigen kudden had te verzorgen er zich toe begeven om zijn oom te dienen, zoals hij daar ook mee begonnen was, toen hij zijn kudde gedrenkt heeft, vers 10. Het is goed om overal waar wij ons bevinden, ons met het een of ander nuttig werk bezig te houden, dat voor onszelf of voor anderen voordeel zal opleveren. Laban schijnt zo ingenomen geweest te zijn met Jakob's bekwaamheid en vlijt in het verzorgen van zijn kudden, dat hij wenste, dat hij nog enige tijd bij hem zal blijven, en zeer billijk redeneert hij aldus vers 15 : " Omdat gij mijn broeder zijt, zoudt gij mij deshalve om niet dienen? Neen, welke reden zou daarvoor zijn?" Indien Jakob zo eerbiedig is jegens zijn oom, dat hij hem dient zonder hem om enig loon ervoor te vragen, zal Laban toch niet zo onrechtvaardig wezen jegens zijn neef om zijn voordeel te doen met de nood waarin hij zich bevindt, of met zijn goedhartigheid, en er dus misbruik van maken. Bloedverwanten, die in geringer staat of omstandigheden zijn, moeten niet misleid, niet uitgebuit worden, als het hun plicht is ons te dienen, is het onze plicht hun het loon voor hun diensten te geven. Nu had Jakob een schone gelegenheid om Laban bekend te maken met zijn genegenheid voor zijn dochter Rachel, maar daar hij geen werelds goed in handen heeft om voor haar te geven, belooft hij hem zeven jaren dienst, op voorwaarde dat hij hem aan het einde van die zeven jaren zijn dochter als vrouw zal geven. Uit gemaakte berekeningen blijkt, dat Jakob zeven en zeventig jaar oud was toen hij zich verbond zeven jaren te dienen voor zijn vrouw, "hij diende om een vrouw en hoedde om een vrouw." Hosea 12:13. Lang daarna worden zijn nakomelingen hieraan herinnerd als een voorbeeld van de geringheid van hun afkomst. Rachel was waarschijnlijk jong en nauwelijks huwbaar toen Jakob haar het eerst zag, hetgeen hem des te meer bereid maakte om harentwil te blijven, totdat zijn zeven jaren dienst volbracht waren.
II. Jakob's eerlijke uitvoering van zijn deel van de overeenkomst, vers 20. Zeven jaren diende hij om Rachel. Indien Rachel evenals vroeger van haar vaders schapen bleef hoeden, dan moeten de onschuldige en heilige gesprekken met haar hun wederzijdse liefde hebben doen toenemen, (Salomo's Hooglied is een herderszang) indien zij er echter mee was opgehouden, dan was zijn ontheffing van die zorg van haar zeer voorkomend en verplichtend. Jakob heeft eerlijk zijn zeven jaren gediend, hoewel hij oud was, ja hij heeft blijmoedig gediend, die zeven jaren waren in zijn ogen als enige dagen, omdat hij haar liefhad. Alsof het nog meer zijn begeerte was om haar te verdienen, dan om haar te hebben. Liefde maakt langdurige en harde arbeid kort en licht, vandaar dat wij lezen van "de arbeid der liefde," Hebreeën 6:10. Als wij de zaligheid des hemels weten te waarderen, dan zal ons, in vergelijking daarmee, het lijden van deze tegenwoordige tijd als niets zijn. Een eeuw van arbeid zal slechts als enige dagen zijn voor hen, die God liefhebben en naar Christus' verschijning verlangen.
III. Het laaghartig bedrog, dat Laban jegens hem pleegde toen zijn tijd om was, hij voerde hem Lea in de armen in plaats van Rachel vers 23. Dit was Labans zonde, hij pleegde onrecht beide aan Jakob en aan Rachel, die ongetwijfeld elkaar liefhadden, en indien- gelijk sommigen zeggen-Lea hierin niet minder dan een overspeelster was, dan was het ook geen klein onrecht jegens haar. Maar voor Jakob was het een kwelling, een droevig terneerslaan na de vrolijkheid van het bruiloftsfeest, toen het geschiedde in de morgen, en zie, het was Lea, vers 25. Het is gemakkelijk op te merken hoe Jakob hier in zijn eigen munt betaald kreeg. Hij had zijn eigen vader bedrogen, toen hij voorgaf Ezau te zijn, en nu bedriegt zijn schoonvader hem. Hoe onrechtvaardig Laban hier nu ook was, de Heere was er rechtvaardig in, zoals Richteren 1:7. Zelfs de rechtvaardigen wordt, als zij een misstap doen, aldus vergolden op de aarde. Velen, die niet, evenals Jakob, teleurgesteld worden in de persoon, worden teleurgesteld in het karakter. Daarom moet de keus voor die betrekking van beide zijden na rijp beraad gedaan worden, opdat, zo er een teleurstelling mocht komen, deze niet verzwaard wordt door de bewustheid met onberadenheid gehandeld te hebben.
IV. Labans verontschuldiging en de vergoeding, die hij aanbood.
1. De verontschuldiging was kinderachtig vers 26. Men doet alzo niet te dezer onzer plaatse. Wij hebben reden te denken, dat zo'n gewoonte van het land als die hij voorgeeft, niet bestond, hij spot slechts met Jakob en lacht om zijn vergissing. Zij, die slecht handelen en denken, dat zij er zich met een scherts af kunnen maken, zullen, hoe zij ook zichzelf en anderen bedriegen, toch tenslotte ontdekken, dat God zich niet laat bespotten. Maar indien er al zulk een gewoonte bestond, en hij besloten had haar te volgen, dan had hij dit aan Jakob moeten zeggen, toen hij aanbood hem zeven jaren te dienen voor zijn jongste dochter. Het spreekwoord der ouden zegt: "Van de goddelozen komt goddeloosheid voort," 1 Samuël 24:14. Zij, die met verraderlijke mensen omgaan, moeten verwachten verraderlijk behandeld te zullen worden.
2. Zijn schikking van de zaak maakte haar nog erger: wij zullen u ook die geven, vers 27. Hiermede heeft hij Jakob in zonde doen vallen, hem in een strik gelokt, in onrust gebracht door dit vermenigvuldigen van zijn vrouwen, wat een vlek is in zijn geschiedenis, een smet op zijn wapenschild, en dit tot aan het einde der wereld zal blijven. Jakob heeft dit in het geheel niet bedoeld, maar zou even trouw zijn gebleven aan Rachel, als zijn vader trouw is gebleven aan Rebekka. Hij, die tot zijn vier en tachtigste jaar zonder vrouw heeft geleefd, zou zich daarna zeer goed met een enkele vergenoegd hebben. Maar Laban heeft, teneinde zijn beide dochters zonder bruidsschat te kunnen uithuwelijken, en daarenboven nog zeven jaren dienst van Jakob te hebben, hem bedrogen en hem door zijn bedrog in zulk een engte gebracht, teneinde (die zaak nog niet, zoals later door de wet Gods geregeld werd, Leviticus 18:18, en daarna nog meer ten volle door onze Heiland Mattheus 19:5) hem een schijn van reden gegeven om beiden te huwen. Hij kon Rachel niet afwijzen, want hij had haar ondertrouwd, en nog minder kon hij Lea afwijzen, daarom moet Jakob tevreden zijn en "twee talenten nemen" 2 Koningen 5:23. De ene zonde opent gewoonlijk de deur voor een andere. Zij, die door de ene deur van goddeloosheid ingaan, zullen zelden een andere deur vinden om er weer uit te gaan. De polygamie van de aartsvaders was voor hen enigermate te verontschuldigen, omdat, hoewel er een reden tegen was, zo oud als Adams huwelijk, Maleachi 2:15, er toch nog geen uitdrukkelijk gebod tegen was, voor hen was het een zonde van onwetendheid, zij was niet teweeggebracht door zondige lusten, maar strekte tot opbouwing van de kerk, en dat was het goede dat Gods voorzienigheid uit dit kwaad heeft doen voortkomen. Doch dit zal zulke praktijken heden geenszins verontschuldigen, nu Gods wil duidelijk kenbaar is gemaakt dat "een iegelijk man zijn eigen vrouw, en een iegelijke vrouw haar eigen man zal hebben," 1 Corinthiërs 7:2. Het hebben van vele vrouwen past zeer goed bij de vleselijke, zinnelijke geest van het valse Mohammedaanse Godsdienststelsel, waardoor het wordt toegelaten, maar wij hebben van Christus aldus niet geleerd. Dr. Lightfoot stelt Lea en Rachel voor als de typen van de twee kerken, de Joodse onder de wet en die van de volken onder het Evangelie: de jongere, de schonere, meer in de gedachten van Christus toen Hij in de gestaltenis van een dienstknecht is gekomen, maar de andere, evenals Lea, het eerst omhelsd. Die allegorie kan echter niet volgehouden worden, want de heidenen, de jongere dus, zijn vruchtbaarder geweest, Galaten 4:27.