Psalm 96:10-13
Hier hebben wij instructies, gegeven aan hen, die het Evangelie moesten prediken aan de volken, ten opzichte van wat zij moeten prediken, of aan hen, die zelf het Evangelie hadden ontvangen, ten opzichte van hetgeen zij er aan hun naburen van moesten zeggen, wat ze moesten zeggen onder de heidenen, en het is een treffende profetie van de oprichting van Christus' koninkrijk op de puinhopen van het rijk des duivels, dat terstond na Zijn hemelvaart aanving, en waarmee voortgegaan zal worden totdat de verborgenheid Gods vervuld zal worden.
1. Laat gezegd worden dat de Heere regeert de Heere Christus regeert, die koning, die God over Zijn heilige berg Zion gesteld heeft. Zie, hoe dit eerst onder de heidenen gezegd werd door Petrus, Handelingen 10:42. Sommigen van de ouden hebben hier een verklaring aan toegevoegd, die langzamerhand in de tekst zelf ingeslopen is: "de Heere regeert van de boom" aldus wordt het aangehaald door Justinus Martyr, Augustinus en anderen, bedoelende het kruis, toen dit opschrift boven Zijn hoofd geschreven werd: "de koning van de joden." Het was omdat Hij gehoorzaam is geworden tot de dood, ja de dood des kruises, dat God Hem verhoogd heeft en Hem een naam heeft gegeven boven alle naam, een troon, hoger dan iedere andere troon. Sommigen van de heidenen zijn bijtijds gekomen om te vragen naar Hem, die de geboren koning van de Joden is, Mattheus 2:2. Laat hen dan nu weten dat Hij gekomen is, en dat Zijn koninkrijk is opgericht.
2. Laat gezegd worden dat Christus regering de gelukkige bevestiging is van de wereld, ook zal de wereld bevestigd worden, zij zal niet bewogen worden. De natuurlijke wereld zal bevestigd worden, het bestaan van de wereld en haar vastheid zijn te danken aan het middelaarschap van Christus. De zonde had er een schok aan gegeven, en nog bedreigt zij haar, maar Christus als Verlosser, ondersteunt alle dingen en houdt de loop van de natuur in stand. De wereld van het mensdom zal bevestigd worden, zal bewaard, in stand worden gehouden, totdat allen die van de verkiezing van de genade zijn, ingebracht zijn, hoewel het een schuldige, tergende wereld is. De Christelijke godsdienst, zover hij omhelsd en aangenomen is, zal staten en koninkrijken bevestigen en goede orde bewaren onder de mensen. De kerk in de wereld zal bevestigd worden aldus sommigen zodat zij niet bewogen kan worden, want zij is op een rots gebouwd, en de poorten van de hel zullen tegen haar niet overmogen, het is een koninkrijk, dat niet kan wankelen.
3. Laat hun gezegd worden dat Christus regering onbetwistbaar rechtvaardig en billijk zal zijn: Hij zal de volken richten in alle rechtmatigheid, vers 10, Hij zal de wereld richten met gerechtigheid en de volken met Zijn waarheid, vers 13. Richten is hier genomen voor regeren, en hoewel dit uitgestrekt kan worden tot het algemene oordeel van de wereld ten laatsten dage dat rechtvaardig zal zijn, Handelingen 17:31, heeft het toch meer onmiddellijk betrekking op Christus eerste komst, en de oprichting van Zijn koninkrijk in de wereld door het Evangelie. Hij zelf zegt: "Ik ben tot een oordeel in deze wereld gekomen," Johannes 9:39, 12:31, en verklaart dat Hem "al het oordeel is gegeven," Johannes 5:22, 27. Zijn regeren en richten met gerechtigheid en waarheid betekenen:
a. Dat al de wetten en verordeningen van Zijn koninkrijk in overeenstemming zullen wezen met de regelen en beginselen van de eeuwige waarheid en billijkheid, dat is: met de rechtheid en reinheid van de Goddelijke aard en wil. b. Dat geheel het bestuur van Zijn regering rechtvaardig en getrouw zal wezen, overeenkomstig hetgeen Hij gezegd heeft.
c. Dat Hij in het hart en het geweten van de mensen zal heersen door de gebiedende kracht van de waarheid en de Geest van de gerechtigheid en heiligmaking. Toen Pilatus aan onze Heiland vroeg: Zijt Gij een koning? antwoordde Hij: "Hiertoe ben Ik in de wereld gekomen, opdat Ik van de waarheid getuigenis geven zou", Johannes 18:37, want Hij regeert door waarheid, gebiedt over der mensen wil door hun oordeel naar waarheid voor te lichten.
4. Laat hun gezegd worden dat Zijn komst nadert, dat deze koning, deze rechter voor de deur staat, want Hij komt, want Hij komt. Henoch, de zevende van Adam, zei het: "Ziet de Heere komt," Judas: 14. Tussen dat tijdstip en Zijn eerste komst zijn vele eeuwen verlopen, en toch is Hij op de bestemde tijd gekomen, en even vast en zeker zal Zijn wederkomst zijn, hoewel het nu al lang geleden is sedert er gezegd is: "Ziet, Hij komt met de wolken," Openbaring 1, 7, en Hij nog niet gekomen is. Zie 2 Petrus : 3:4, en verv.
5. Laat hen geroepen worden om zich te verblijden in de eer, die op de Messias gelegd is, en dit grote pand, dat aan Zijn hand is toevertrouwd, vers 11, 12. Dat de hemelen zich verblijden en de aarde zich verheuge, dat de zee bruise met haar volheid, dat het veld huppele van vreugde met al wat er in is, dat dan al de bomen des wouds juichen. De taal is hier dichterlijk. De bedoeling is:
a. Dat de dagen van de Messias blijde dagen zullen zijn, en zover er aan Zijn regering en genade onderworpenheid is blijdschap zullen medebrengen. Wij hebben reden om aan die plaats, die ziel, geluk te wensen, waarin Christus toegelaten is. Zie hiervan een voorbeeld in Handelingen 8. Toen Samaria het Evangelie ontving, was er grote blijdschap in die stad, en toen de kamerling gedoopt was, reisde hij zijn weg met blijdschap vers 39.. Dat het ieders plicht is om Christus en Zijn koninkrijk welkom te heten, want hoewel zij komen overwinnende en opdat zij overwonnen, komen zij toch vreedzaam. Hosanna, gezegend is Hij, die komt, en wederom: Hosanna, gezegend zij het koninkrijk van onze vader David, Markus 11:9-10. Laat niet alleen de dochter Zions zich verheugen, dat haar Koning komt, Zacheria 9:9, maar laat allen zich verheugen.
c. Dat geheel de schepping reden zal hebben om zich te verblijden over de oprichting van Christus koninkrijk, zelfs de zee en het veld, want gelijk door de zonde van de eerste Adam de gehele schepping aan de ijdelheid onderworpen werd, zo zal zij door de genade van de tweede Adam op de een of andere wijze, vroeg of laat, vrijgemaakt worden van de dienstbaarheid van de verderfenis tot de vrijheid van de heerlijkheid van de kinderen Gods, Romeinen 8:20, 21.
d. Dat er, in de eerste plaats, blijdschap zal zijn in de hemel, blijdschap voor de engelen Gods, want toen de Eerstgeborene in de wereld kwam, zongen zij hun koorzangen tot Zijn lof, Lukas 2:14..
e. Dat God de heilige blijdschap en de lofliederen genadiglijk zal aannemen van allen die het koninkrijk van harte zijn toegedaan, ai is hun vermogen, hun bekwaamheid ook nog zo gering. De zee kan slechts bruisen, en hoe de bomen des wouds kunnen tonen dat zij zich verblijden, weet ik niet, maar Hij, die de harten doorzoekt, weet welke de mening des Geestes zij, en verstaat de taal, de stamelende taal van de zwaksten.