Psalm 68:33-36
De psalmist had gebeden om de bekering van de heidenen en haar geprofeteerd, en nu nodigt hij hen, om zich bij de Godvruchtige Israëlieten te komen voegen, en zich met hen te verenigen in het loven van God, te kennen gevende dat hun toetreding tot de kerk hun een oorzaak van blijdschap en lof zou zijn vers 33. Laat de koninkrijken van de aarde Gode zingen, allen behoren zij dit te doen, en als zij de koninkrijken des Heeren en van Zijn Christus zijn geworden, dan zullen zij het doen. God wordt hun hier voorgesteld als het waardig voorwerp van hun lof, in verscheidene opzichten.
1. Vanwege Zijn soevereine heerschappij, Hij rijdt in de hemel van de hemelen die vanouds is, vers 34, vergelijk vers 5. Hij leeft van de beginne, ja van voor alle tijd, Zijn troon bereid, Hij zit op de omtrek des hemels, bestuurt al de bewegingen van de hemellichamen, en van de hoogste hemelen, die het verblijf zijn van Zijn heerlijkheid, verspreidt Hij de invloeden van Zijn macht en goedheid in deze lagere wereld.
2. Vanwege Zijn ontzaglijke majesteit, Hij geeft Zijn stem, een stem van de sterkte, hetgeen kan zijn, hetzij in het algemeen op de donder, die de stem des Heeren wordt genoemd, en gezegd wordt met kracht en heerlijkheid te zijn, Psalm 29:3, 4, of in het bijzonder op die donder, waarin God bij de berg Sinaï tot Israël heeft gesproken.
3. Vanwege Zijn sterkte en macht geeft Gode sterkte, vers 35, erkent Hem een God te zijn van zo onweerstaanbare macht, dat het dwaasheid is om met Hem te strijden, en wijsheid om zich aan Hem te onderwerpen. Erkent dat Hij genoegzame macht heeft beide om Zijn getrouwe onderdanen te beschermen en Zijn weerspannige tegenstanders te verdoen en geeft Hem de eer van al de blijken en voorbeelden van Zijn macht. van U is het koninkrijk en de kracht, en daarom: U zij de heerlijkheid. Wij moeten Zijn macht erkennen:
a. In het rijk van de genade. Zijn hoogheid is over Israël, Hij toont Zijn soevereine zorg door Zijn kerk te beschermen en te besturen, dat is de hoogheid van Zijn macht, die aangewend wordt tot welzijn van Zijn volk.
b. In het rijk van de voorzienigheid: "Zijn sterkte is in de bovenste wolken vanwaar de donder van Zijn kracht komt, de plasregen van Zijn sterkte," Job 37:6 Hoewel God Zijn sterkte heeft in de wolken, buigt Hij zich toch neer om Zijn Israël onder de schaduw van Zijn vleugelen te vergaderen, Deuteronomium 33:26.
4. Vanwege de heerlijkheid van Zijn heiligdom en de wonderen, die daar gewrocht zijn, vers 36. O God, Gij zelf vreeslijk uit Uw heiligdommen. God moet bewonderd en aangebeden worden met eerbied en Godvruchtige vreze door allen, die tot Hem gaan in Zijn heiligdommen, die Zijn orakelen ontvangen, die Zijn werkingen overeenkomstig die orakelen opmerken en Hem hun hulde brengen. Uit Zijn heiligdommen openbaart Hij datgene, hetwelk luide verkondigt dat Hij in hen, die tot Hem naderen, geheiligd zal worden. Uit de hemel, Zijn heiligdom hierboven, toont Hij zich, en zal Hij zich betonen, als een vreeslijke God. Er is ook geen eigenschap van God, die voor de zondaren vreeslijker is, dan Zijn heiligheid. 5. Vanwege de genade, geschonken aan Zijn volk. De God van Israël, die geeft het volk sterkte en krachten, hetgeen de goden van de volken, die ijdelheid en een leugen waren, aan hun aanbidders niet konden geven, hoe zouden zij hen helpen, die zichzelf niet konden helpen? Al de kracht van Israël tegen hun vijanden kwam van God, zij erkenden dat "in hen geen kracht was," 2 Kronieken 20:12. En al onze bekwaamheid voor ons geestelijk werk en onze strijd is van de genade Gods. Het is door Christus, die ons kracht geeft, dat wij alles vermogen, en niet anders, en daarom moet Hij de eer hebben van alles wat wij doen, Psalm 115:1, en onze ootmoedige dank, dat Hij ons instaat stelt om het te doen, en het werk van Zijn eigen handen in ons aanneemt. Indien het de God Israëls is, die Zijn volk kracht en sterkte geeft, dan behoren zij te zeggen: Geloofd zij God. Indien alles van Hem is, zo laat alles voor Hem zijn.