Jesaja 62:10-12
Dit ziet, gelijk vele vroegere uitspraken, op de verlossing van de Joden uit Babel, en onder dat type op de grote verlossing, die door Christus Jezus gewrocht is, en de verkondiging van de Evangelische genade en vrijheid door Hem.
1. Er zal gelegenheid gemaakt worden voor dit heil, alle moeilijkheden zullen uit de weg geruimd worden en al wat zich ertegen verzet, wordt verwilderd, vers 10. De poorten van Babel zullen opengeworpen worden, zodat zij in vrijheid daardoor naar buiten kunnen gaan, de weg van Babel naar het land van Israël zal bereid worden: verhoogde wegen zullen aangelegd worden door vochtige en moerassige streken en de stenen weggeruimd van de rotsachtige plaatsen. In de daarvoor geschikte plaatsen waar zij halt houden zullen, worden banieren opgericht, als hun wegwijzers en om hen aan te moedigen, zowel als tot hun grotere veiligheid. Zo werd Johannes de Doper gezonden om de weg te bereiden voor Christus, Mattheus 3:3. En alvorens Christus door Zijn genade en vertroosting tot iemand komt ter redding wordt voor hem plaats gemaakt door berouw dat genoemd wordt de "bereidheid van het Evangelie des vredes". Efeziers 6:15. Hier wordt de weg er door gebaand, daar worden de voeten er door geschoeid, hetgeen op hetzelfde ziet, want beide zijn voor de reis nodig.
2. Er zal kennis gegeven worden van deze verlossing, vers 11, 12. Het zal de gevangenen meegedeeld worden dat zij in vrijheid gesteld zijn en gaan mogen waar het hun behaagt, het zal aan al hun naburen bekend gemaakt worden, ja zelfs tot aan het einde van de aarde, dat God de rechtvaardige, verongelijkte en verachte zaak van Zion gericht heeft. Tot Zion moet tot haar vertroosting gezegd worden: Zie, uw heil komt, dat is: uw Zaligmaker, die uw heil u brengt, hij zal in dat heil zo'n beloning meebrengen, dat allen zich er over verwonderen zullen, een beloning van vertroosting en vrede met Hem. Maar ook een werk van verootmoediging en hervorming voor Hem, om Zijn volk te bereiden voor de vergoeding voor al hun lijden, en dan volgt, ten aanzien van een ieder hunner, dat zij zullen genoemd worden: het heilige volk, de verlosten des Heeren. Het werk voor hen, dat in hen zal gewrocht worden, zal hen de naam verwerven van een heilig volk genezen van zijn neiging tot afgoderij en gewijd aan God alleen. En net loon dat Hij brengt, de door Hem bewerkte verlossing, geeft hun de naam van: de verlosten des Heeren, verlost toen niemand dan de Heere alleen hen verlossen kon, en door Hem uit de slavernij vrijgemaakt opdat zij Hem dienen zouden. Jeruzalem zal dan genoemd worden, de gezochte, de stad die niet verlaten is. Zij is gedurende vele jaren verlaten geweest, er waren geen handelaars en geen aanbidders, die gelijk vroeger naar de weg naar Jeruzalem vroegen, toen zij door beide geregeld bezocht werd. Maar God zal haar opnieuw aanzienlijk maken. Zij zal gezocht, bezocht en bewoond worden, men zal haar gelijk vroeger, in ere houden. Wanneer Jeruzalem een heilige stad genoemd wordt, dan wordt zij ook de gezochte genoemd, want heiligheid legt eer en schoonheid op een plaats en een persoon, dwingt achting af en maakt hen bewonderd, geliefd en veel gevraagd. Maar dat dit tot aan de einden van de wereld zal verkondigd worden, moet betrekking hebben op het Evangelie van Christus, dat aan alle creaturen moet gepredikt worden en het duidt aan:
A. De heerlijkheid van Christus. Die wordt onmiddellijk verkondigd aan de kerk, maar vandaar plant het gerucht zich voort over de gehele aarde: Zie, uw heil komt! Christus is niet alleen de Zaligmaker, maar de zaligheid zelf, want het geluk van de gelovigen is niet alleen door Hem, maar ook in Hem, Hoofdstuk 12:2. Zijn heil bestaat in Zijn werk en in het arbeidsloon dat Hij met Zich brengt beide, want zij, die de Zijnen zijn, zullen nooit ledig zijn of hun arbeid verliezen. B. De schoonheid van de kerk. De Christenen zullen heiligen genoemd worden. 1 Corinthiers 1:2, "het heilige volk," want zij zijn verkoren en geroepen tot zaligheid door heiligmaking. Zij zullen genoemd worden "de verlosten des Heeren, " aan Hem danken zij hun vrijheid, en daarom danken zij aan Hem hun dienst, en in beide zullen zij nooit beschaamd worden dat te erkennen. Niemand wordt de verloste des Heeren genoemd, dan die behoort tot het heilige volk, het volk dat de Heere verlost heeft is een heilig volk. En daarom worden zij genoemd de gezochten. God zal hen uitzoeken en vinden, hoe zij ook verspreid, verborgen of in de menigte verloren zijn, de mensen zullen hen uitzoeken opdat zij zich bij hen voegen mogen, en hen niet verlaten. Het is goed zich aan te sluiten bij het heilige volk, opdat wij Zijn wegen mogen leren, en bij de verlosten des Heeren, opdat wij mogen delen in de zegeningen van de verlossing.