Jesaja 52:13-15
Hier gaat de profeet evenals in andere plaatsen, er toe over om de grote verlossing te bespreken, die in de volheid des tijds gewrocht zal worden door de Messias, en dat ter bevestiging van het geloof van Gods volk en ter aanmoediging van hun hoop op de tijdelijke verlossing. Gelijk de belofte van de vleeswording van Christus strekte ten doel had de verzekering van de belofte van hun bevrijding van het Assyrische leger, zo is deze profetie van de dood en de opstanding van Christus de bevestiging van de belofte van hun terugkeer uit Babel. Want beide deze verlossingen waren typen van de grote verlossing en alle profetieën stonden daarmee in verband. Deze profetie begint hier en loopt door tot het einde van het volgende hoofdstuk, en ziet zo duidelijk mogelijk op Jezus Christus. De oude Joden verstonden haar van de Messias, maar de latere Joden doen veel moeite om haar te verbergen, en sommigen uit onze tijd (geen vrienden van de Christelijken godsdienst) passen haar toe op Jeremia. Maar Filippus die naar aanleiding van deze tekst de kamerling het Evangelie predikte, heeft het boven bedenking gesteld, dat "de profeet dit van Christus" sprak en van niemand anders," Handelingen 8:34, 35.
Hier:
1. Zegt God dat Hij Christus heeft gezonden en gemachtigd tot zijn werk.
a. Hij is er toe gezonden. Hij is mijn kracht, die Ik in mijn dienst gebruik en derhalve ondersteun, hij doet in zijn werk de wil van Zijn Vader zoekt de eer van Zijn Vader, en dient de belangen van het koninkrijk van Zijn Vader.
b. Hij is er toe gemachtigd en bekwaamd, hij zal voorzichtig handelen, want de Geest van de wijsheid en des verstands zal op hem rusten, Jesaja 11:2. Hetzelfde woord wordt gebruikt waar van David gezegd wordt dat hij. voorzichtig handelde 1 Samuël 18:14. Christus is de wijsheid zelf en in de uitvoering van het werk van onze verlossing, openbaart zich veel van de wijsheid Gods in een verborgenheid, 1 Corinthiers 2:7. Toen Christus op aarde was, handelde hij zeer voorzichtig tot verwondering van allen.
2. Hij geeft een beknopt overzicht beide van Zijn vernedering en van Zijn verhoging.
A. Hoe Hij zichzelf vernederd heeft. "Velen hebben zich over hem ontzet, " gelijk over David toen die door zijn smarten en droefenissen voor velen een wonder geworden was, Psalm 71:8. Velen stonden ontzet toen zij zagen hoe laaghartig hij behandeld werd, hoe het gemeenste volk tegen hem was, welke onmenselijke en onwaardige dingen hem aangedaan werden. Zijn gelaat was verdorven meer dan van iemand, hij werd geslagen, op Zijn kin geslagen, bespuwd, met doornen gekroond, maar hij verborg zijn aangezicht niet voor smaad en bespuwing. Zijn gelaat was misvormd door het wenen, want hij was een man van smarten. Hij, die schoner was dan de mensenkinderen had een gelaat, dat geheel misvormd was door de mishandelingen van de mensen. Nooit werd iemand zo barbaars behandeld, Zijn gedaante toen Hij in de gestalte van een dienstknecht verscheen, was meer bedorven dan die van andere mensenkinderen. Zij, die Hem zagen, meenden dat nooit enig mens er zo ellendig uitzag, zij noemden Hem een worm, en geen man, Psalm 22:6. Het volk had een gruwel aan Hem, Hoofdstuk 49:7, en behandelde Hem als het uitschot. Nooit was een smart gelijk aan Zijn smart. B. Hoe hoog God Hem verhoogd en verheven heeft, en dat omdat Hij zichzelf vernederd heeft. Die uitdrukkingen worden daarvoor gebruikt. Hij zal verhoogd en verheven, ja zeer hoog worden, vers 13. God zal Hem verhogen, de mensen zullen Hem verheffen, en daardoor zal Hij zeer hoog worden-hoger dan de hoogsten, hoger dan de engelen. Hij zal voorspoedig zijn in zijn werk en er in slagen en dat zal Hem zeer hoog doen stijgen.
a. Vele volken, vele heidenen, zullen door Hem beter worden. hij zal hen besprengen, en niet alleen de Joden, het bloed van de besprenging zal op hun gewetens gesprengd worden om die te reinigen. Hij leed en stierf en besprengde daardoor vele heidenen, want door Zijn dood werd een fontein geopend, Zacheria 13:1. Hij zal vele heidenen besprengen door Zijn goddelijke leer, die druppen zal als de regen en bevochtigen als de dauw. Mozes besprengde slechts een volk, Deuteronomium 32:2, maar Christus vele volken. Hij zal zo doen door Zijn doop, welke is de wassing met rein water, Hebreeën 10:22. Deze belofte kreeg dus haar vervulling toen de apostelen door Christus over de gehele wereld gezonden werden, om allen met Zijn doop te besprengen.
b. De aanzienlijkheid van de volken zullen Hem eerbied bewijzen. Koningen zullen hun mond over Hem toehouden, dat is, zij zullen hun mond niet openen tegen Hem gelijk zij gedaan hebben om Zijn heilige Gode spraken tegen te spreken en te lasteren. Neen zij zullen er in berusten en behagen vinden in de wijze, waarop Hij zijn koninkrijk op deze aarde sticht. Zij zullen met grote nederigheid en eerbied zijn godsspraken en wetten ontvangen gelijk zij die Job hoorden en allen zwegen als Job gesproken had, Job 29:9, 22. Koningen zullen het zien en opstaan, Hoofdstuk 49:7.
c. De verborgenheid die verborgen was gehouden van het begin van de wereld, zal door "Hem geopenbaard worden onder alle heidenen tot gehoorzaamheid des geloofs," zoals de apostel zegt in Romeinen 16:25, 26. "Die het niet verkondigd was, die zullen het zien." Het Evangelie brengt nieuwe, ongedachte dingen aan het licht, die de aandacht zullen trekken en de deelneming verkrijgen van koningen en koninkrijken. Dit heeft de apostel in Romeinen 15:21 toegepast op de verkondiging van het Evangelie in de heidenwereld. Daar worden deze woorden, volgens de vertaling van de Septuagint aldus aangehaald: Denwelken van hem niet was geboodschapt, die zullen het zien en dewelken het niet gehoord hebben, die zullen het verstaan. Gelijk deze toen geopenbaarde dingen lang verborgen gehouden waren, zo waren de personen, aan wie zij geopenbaard werden, lang in het duister gelaten, maar nu zullen zij de heerlijkheid Gods in het aangezicht van Jezus Christus zien en bewonderen, waarvan zij vroeger nooit gehoord hadden. Die zal hun ontdekt worden door het Evangelie van Christus, hetwelk hun nooit had kunnen meegedeeld worden door hun wijsgeren, hun waarzeggers of enig van hun orakelen. Veel omtrent de Messias is in het Oude Testament gezegd, veel daarvan was hun verkondigd en zij hadden het gehoord. Maar het zou hun gaan als de koningin van Scheba ten opzichte van Salomo: wanneer zij Hem zullen zien als Hij gekomen is, zal dat al het door hen gehoorde ver overtreffen. Christus stelde de verwachtingen teleur van hen, die uitzagen naar een Messias van hun eigen verbeelding, gelijk de vleselijk gezinde Joden, maar Hij overtrof verre de verwachting van hen die verlangden naar de beloofde Messias. Hun geschiedde niet naar, maar boven hun geloof.